Vilem Flusser, Die Schrift I

‘Alles schreiben ist Rechtschreiben, und das führt unmittelbar in die gegenwärtige Krise des Schreibens. Denn es ist etwas Mechanisches am Ordnen, am Reihen, und Maschinen leisten dies besser als Menschen. Man kann das Schreiben, dieses Ordnen von Zeichen, Maschinen überlassen.’ p. 10

‘Dieser widerspruchsvolle Druck verleiht dem Schreiben jene Spannung, der die Schrift verdankt, zu einem die westliche Kultur tragenden und übertragenden Code geworden zu sein und diese Kultur so explosiv gestaltet zu haben.’ p. 11

‘Die Schrift, dieses zeilenförmige Aneinanderreihen von Zeichen, macht überhaupt erst das Geschichtsbewußtsein möglich. Erst wenn man Zeilen schreibt, kan man logisch denken, kalkulieren, kritisieren, Wissenschaft treiben, philosophieren — und entsprechend handeln.’ p. 11/12

‘(A)us den magische kreisen des prähistorischen Denkens in ein zeilenförmiges geschichtliches Denken. Tatsächlich geht es beim Schreiben um ein transcodieren des Denkens, um ein Übersetzen aus den zweidimensionalen Flächencodes der Bilder in die eindimensionalen Zeilencodes, aus den kompakten und verschwonmmenen Bildercodes in die distinkten und klaren Schriftcodes, aus Vorstellungen in Begriffe, aus Szenen in Prozesse, aus Kontexte in Texte. Das Schreiben ist eine Methode zum zerreißen und zum Durchsichtigmachen von Vorstellungen. Je weiter das Schreiben fortschreitet, desto tiefer dringt der schreibende Reißzahn in die Abgründe der Vorstellungen, die in unseren Gedächtnis lagern, um sie zu zerreißen, zu beschreiben, zu erklären, in Begriffe umzukodieren.’ p. 18

Vilém Flusser, Die Schrift, hat Schreiben Zukunft?, Edition Flusser, European Photography, 2002, (1987).

de,quotations,research,ubiscribe,writing | April 21, 2006 | 15:26 | Comments Off on Vilem Flusser, Die Schrift I |

Flusser: Vom Verrat

‘Aber es gibt weniger starke Worte, welche die gleiche Bedeutung haben, etwa “Veröffentlichung”. Denn beim Verrat geht es um das Lüften eines Geheimnisses, eines “Rätsels”.’

To divulge heißt im Englischen “ein Geheimnis verraten”. Die ganze Medienkultur is ein Verrat.’

‘”Divulgieren” bedeutet: etwas, das vorher geheim war, gemein machen. (…) Dasselbe bedeutet “publizieren”: etwas, das vorher Privat was, öffentlich machen.’

“Worum es (…) geht ist nicht so sehr, öffentlich zu verraten, daß alle Veröffentlichung ein Verrat ist. (…) Vielmehr gehr es darum aufzuzeigen, daß es wieder wie im Altertum und im Mittelalter möglich geworden ist, Informationen auszuarbeiten und sie an andere weiterzugeben, ohne sie deshalb veröffentlichen zu müssen; es ist nicht länger nötig, alphabetisch — im verratenen Geheimcode — zu schreiben, weil neue Geheimcodes zu Verfügung stehen.”

Vilém Flusser, ‘Vom Verrat’, Schriften, Band I, Lob der Oberflächlichkeit, für eine Phänomenologie der Medien, Bollmann, Mannheim, 1995. p. 83, 84, 89.

de,quotations,research,ubiscribe,writing | April 19, 2006 | 18:21 | comments (1) |

Flusser: Das Abstraktionsspiel

‘(…) “Phänomenologie der Kulturgeschichte”: Der Willendorfer tritt aus der ihn angehenden Welt heraus, streckt ihr die Hand entgegen, hält darin Körper fest und verändert dann die derart festgehaltenen, stillstehenden, “verstandenen” Körper: Er erzeugt das zeitlose Universum der Skulpturen. Die Leute in Lascaux treten aus diesem driedimensionalen Universum heraus, schauen es sich an, erblicken die Oberflächen der “verstandenen” Körper, stellen sich vor, wie sie die erblickten Oberflächen zueinander verhalten un verändern dann die imaginierten Flächen: Sie erzeugen das tiefenlose Universum der Bilder. Die Leute in Ungarit treten aus diesem zweidimensionalen Unversums heraus, greifen mit den Fingern in die Flächen ein, um die Bildelemente zu “begreifen” reißen sie dann heraus, um sie in Reihen zu ordnen, sie zahlbar zu machen, um sie zu erzählen, besprechen und dann verändern zu können: Sie erzeugen das flächenlose Universum der Texte. Gegenwärtig treten die Leute aus diesem eindimensionalen Unversum heraus, bestasten die Linien mit den Fingerspitzen, lösen die Begriffe aus ihren reihenfolge und spielen mit ihnen, um herauszufinden, was man aus den sich anbietenden Möglichkeiten kombinieren können: Sie erzeugen das dimensionslose Universum der Quanten.’

‘Zuerst hat der Mensch in der ihn angehenden Welt gehandelt, dann hat er geschaut, um zu handeln, dann hat er gefingert und hingehört, um zu sehen und dann handeln zu können, und gegenwärtig tastet er ab, um überhaupt etwas befingern und hören zu können, um es nachher vielleicht anschauen und behandeln zu können.’

Vilém Flusser, ‘Das Abstraktionsspiel’ in Schriften, Band I, Lob der Oberflächlichkeit, für eine Phänomenologie der Medien, Bollmann, Mannheim, 1995, p. 19.

de,quotations,research,ubiscribe,writing | April 19, 2006 | 17:24 | Comments Off on Flusser: Das Abstraktionsspiel |

Peter Sloterdijk’s Kristalpaleis

Onder de stress van de groei leerden ze tweeënhalfduizend jaar geleden zich in algemene ontologische begrippen uit te drukken. Het denken in universele waarden geeft houvast terwijl de horizon verglijdt. Daarom is het universalisme niet alleen de verraderlijke onzin die de pragmatici, de Nietsche-adepten en alle mogelijke soorten realisten erin wilden zien (Carl Schmitt: wie mensheid zegt, wil bedriegen); het is ook de semantische weerspiegeling van het groot worden van de wereld in de tijd van het opkomend wereldsysteem. Universalisme, een stadium van rijpheid. Zich voor de gek te laten houden door spiegelingen is een risico van het vak van verlichters.

Peter Sloterdijk, Het kristalpaleis, Een filosofie van de globalisering, Boom/SUN, Amsterdam, 2006, p. 286

nl,quotations,research | April 3, 2006 | 16:06 | Comments Off on Peter Sloterdijk’s Kristalpaleis |

Peter Sloterdijk’s Kristalpaleis

Zoals McLuhan, Goody, Havelock en anderen hebben aangetoond, kon de Oud-Europese humanistische lezersubjectiviteit zich alleen dankzij de gebeurtenis van het Griekse schrift ontwikkelen, een subjectiviteit waarvan het vermogen om ‘met teksten om te gaan; dat wil zeggen om betekenissen los van de situatie te begrijpen, het belangrijkste kenmerk was. Het Griekse proza en de Griekse poëzie expliceren het anders meestal latente vermogen van het menselijke intellect om zich afwezige personen, zaken of situaties voor te stellen. Dankzij geschreven teksten bevrijdt het intellect zich van de noodzaak om lijfelijk in min of meer doorzichtige situaties aanwezig te zijn. Dat betekent het volgende: om een situatie cognitief de baas te worden, hoef ik er niet meer als betrokkene in te duiken en er in zekere zin mee te versmelten, het volstaat om er een beschrijving van te lezen — waarbij het me vrijstaat te blijven waar ik ben en te associëren wat ik wil. (…) Met het Griekse schrift neemt het avontuur van de decontextualisering van de betekenis een aanvang.

Peter Sloterdijk, Het kristalpaleis, Een filosofie van de globalisering, Boom/SUN, Amsterdam, 2006, p. 273

nl,quotations,research,ubiscribe | April 3, 2006 | 15:56 | Comments Off on Peter Sloterdijk’s Kristalpaleis |

Technology of the ego

Consider blogging as an ‘egotechniek’ (ego-technique, technology of the ego/self).

blogging,en,research,ubiscribe | April 3, 2006 | 15:47 | Comments Off on Technology of the ego |

Peter Sloterdijk’s Kristalpaleis

Uitverkiezing is de Amerikaanse code voor het handelen en optreden op het wereldtoneel. Daarom is het mission statement, de geloofsbekentenis ten aanzien van een project, de originele bijdrage van Amerika aan de lijst van taaldaden. De taalkundige kant van het amerikanisme (…) manifesteert zich het treffendst in de verbale gebaren waarmee de burgers van de Verenigde Staten zich aan hun commitments verbinden.

Peter Sloterdijk, Het kristalpaleis, Een filosofie van de globalisering, Boom/SUN, Amsterdam, 2006, p. 254

nl,quotations,research | April 3, 2006 | 15:43 | comments (1) |

Peter Sloterdijk’s Kristalpaleis

De eeuwenlange voorsprong bij de verovering van het buiten hadden de Europeanen (…) te danken (…) aan hun vermogen zelfs op de meest afgelegen plaatsen een minimale eigen ruimte in stand te houden. De naar Europa geëxporteerde eilandbewoners verloren daar meestal al gauw hun coördinaten, terwijl de Europeanen zichzelf overal mee naar toe namen, doordat ze krachten putten uit hun schepen, hun missies, hun egotechnieken. Men zou kunnen zeggen dat de Europese landverhuizers de wereldcamping hebben uitgevonden. Waar ze ook opdoken, overal bleken ze de betere waarnemers te zijn: een waarnemer is diegene die het andere door een theorieruit bekijkt en zichzelf aan de tegenwaarneming onttrekt. Omdat ze over draagbare mentale ruiten beschikten, lagen de dienstdoende Europeanen meestal een hele dimensie van het vermogen om te beschrijven, te analyseren en te handelen op de ontdekte anderen voor. Het waren in wezen vijf vormen waarmee de aanvallers de witte ruimte sferologisch te lijf konden gaan:
— de scheepsmythologie
— de christelijke religie
— de loyaliteit jegens de de vorsten van het moederland
— het wetenschappelijke begrip van de buitenruimte
— het vertalen.

Peter Sloterdijk, Het kristalpaleis, Een filosofie van de globalisering, Boom/SUN, Amsterdam, 2006, p. 132, 133

nl,quotations,research | April 3, 2006 | 15:23 | Comments Off on Peter Sloterdijk’s Kristalpaleis |

Peter Sloterdijk’s Kristalpaleis

De expansionisten, zowel in het Amerikaanse westen als op de rest van de globe, rechtvaardigen hun toetasten door middel van een impliciete theorie van de morele lacune: er schijnen tijden te zijn waarin het handelen sneller moet zijn dan de wetgeving, en in zo’n tijd leven we. Met dit argument bepleiten ze vrijspraak op grond van uitzonderlijke omstandigheden. Wat in reguliere tijden plunderaars zouden zijn, zijn in de historische lacune pioniers. Wie in streng juridische, geremde, posthistorische tijden als misdadiger zou worden aangeklaagd, geldt temidden van de turbulentie van de lopende geschiedenis als avonturier, held en missionaris.

Peter Sloterdijk, Het kristalpaleis, Een filosofie van de globalisering, Boom/SUN, Amsterdam, 2006, p. 129

nl,quotations,research | April 3, 2006 | 15:16 | Comments Off on Peter Sloterdijk’s Kristalpaleis |

Peter Sloterdijk’s Kristalpaleis

Recently read Peter Sloterdijk’s Im Weltinnenraum des Kapitals. Für eine philosophische Theorie der Globalisierung. That is to say, I read the Dutch translation which is entitled Het kristalpaleis. That is to say: I read through it, to get the gist of it, enjoying Sloterdijks prose. While reading I did not act as someone who thinks with, and critically against what he’s reading. Take this as a disclaimer for the following notes ;-)

Sloterdijk’s not really on my list of philosophers with whom I’d like to spend a lot of time, though I would like to know and understand his position. I will probably never get around to read his Sphären-trilogy.

There are some reasons to read Sloterdijk, when doing research on writing and new media. Sloterdijk often refers to writing and media — for instance when he, famously, notes that doing philosophy, or writing books, is like writing long letters to a community of friends. If you are searching for a complete philosophy of the modern and contemporary world, in which the prespective of media theory is taken into account, Sloterdijk is one of the authors that you can look into.

For me, reading Sloterdijk is mostly about getting some ‘context’.

I am very ambiguous about Sloterdijk. The only really good piece I read of his, is his Regels voor het Mensenpark, a text that was misinterpreted so radically that one wonders, so many years later, if some of the commentators ever read the text itself. Sloterdijk is wonderfully controversial sometimes. That is nice. But he’s also ‘bloody’ conservative in a lot of respects, especially in this book Kristalpaleis, and often in not a very provocative way.

Anyway, first of all, I still see Sloterdijk as he emerged on the scene, early eightes. He was into Baghwan at that time. Okay, people can make the wrong decision for the right reasons, but still, some of Sloterdijks conservatism has a funny smell that I cannot de-attach from the media-person he is, or was.

Second: Sloterdijk refers mainly to german philosophers and texts in Kristalpaleis, and if he refers to texts written in english of french he almost always quotes from the german translations. He is emphatically a German philosopher, a heir to Hegel and Heidegger. (Which does not mean he’s a Hegelian or Heideggerian of course. He’ too kynical for that). If Sloterdijk provocatively states (in Kristalpaleis) that there is no philosophy of Globalization, he means that there is no philosophy of Globalization in the Hegel – Heidegger – kinda – philosophy. Okay, he mentions Negri and Hardt, but hmm, there’s more than that I’d say, if one lives in another philosophy-community.

Anyway, I enjoyed reading Kristalpaleis, and the general thesis that Sloterdijk builds up is enticing enough, thanks to his great knowledge of ‘globe’-imagery and ‘globe’-metaphors. But well, then he states that with the end of Globalization, History ends. That is, again, History in the Hegelian sense — History with an (imagined) telos. Hmm, yeah, well. Of course Sloterdijk writes some good bits that sort of make you realize how much we are still attached to the old ideas, how they have not gone away, and that we still have to make an effort at remaking a philosophy for the world we are part of. That universalism cannot be thrown away so easily. It’s not that Sloterdijk wants to make the statement that History is ended, he’s concerned with designing a Philosophy for our times, and wants to do away with the misunderstandings raised and easy solutions put forward the champions of new philosophers who think we are beyond History. But he makes some sweeping statements that are, I would say, pretty damaging or, to say it differently, show what a ‘bloody/dangerous’ conservative Sloterdijk is. Near the end (I cannot find the reference now) he counteracts the idea that trade has become globalized, that we have to look at economical and environmental problems at a world level, with the fact that most of the trade does still take place between neighbouring countries. Clearly saying, we shouldn’t exaggerate the impact of globalization too much. That I think, is a damaging thought. I do not think he’s being provocative there. He simply downplays the globalized effects. His statement can be easily counteracted with quoting the beautiful passage from Richard Powers’ novel Gain in which he tries to describe the provenance (that the word?) of all the ingredients of a piece of soap (was it soap?). Which turns out to be pretty impossible and sends you on a journey all over the world.

Of course, a lot of Sloterdijks analysis of the contemporary rich world as a ‘crystal palace’ is spot on. But i’d prefer a ‘total shattering’ ;-) of that ‘crystal palace’ instead of the ironic (?), sarcastic (?) zynikal(??) resigned analysis of that condition.

Hmm, it’s not that I am dismissing Sloterdijk because he’s in the wrong side, politically, am I? Nah, I think he’s one of those writers who provoke me to disagree, while when reading better, I’d have to admit I should agree more with what he writes than I would want to.

en,reading matter,research | April 3, 2006 | 14:36 | Comments Off on Peter Sloterdijk’s Kristalpaleis |
« Previous PageNext Page »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 2.5 License. | Arie Altena