Zo’n werkdag…

Ik begin mijn werkdag meestal met wat nieuws lezen – een snel rondje langs een paar kranten, het weerbericht, wielernieuws – wat al snel overgaat in het lezen van een paar achtergrondartikelen die ik in afzonderlijke vensters of tabbladen heb geopend.

Vandaag was zo’n dag waarop ik om drie uur constateerde dat ik nog steeds vensters en tabbladen had openstaan. Er was almaar meer bijgekomen, ik had alweer een boek gedownload dat ik nodig wilde lezen (Vector Media, van Leonardo Impett and Fabian Offert, omdat Joost Rekveld er op wees, https://assemblag.es/@joost_rekveld/117537314978693916), en flink wat referenties nagezocht. En dat had ook weer zowel kennis als een lijstje van artikelen opgeleverd die ik ook graag zou willen lezen (mocht ik daar ooit de tijd voor vinden).

Belangrijker: dit was allemaal geen uitstelgedrag, in mijn hoofd was het aan het gonzen, ideeën probeerden zich te verbinden, er ontstonden aanzetten tot kritiek, ik schreef in mijn hoofd intro’s voor mogelijke artikelen (die ik wel nooit zal schrijven), en ik begon betekenisvol verband te zien tussen soms heel verschillende aspecten van mijn interesses – voor taal, poëzie, technologie, het belang van lezen, wat een goede zin is, een zin die je niet gedachtenloos parst, maar die je leest – enzovoorts.

Maar was dit een werkdag?

Inderdaad, de meeste van de tabs en vensters die ik had openstaan gingen over literatuur en AI, taal en AI.

Ja, tussendoor deed ik ook wat redactiewerk, vulde ‘tags’ aan op de website, beantwoordde wat mails, en ik moest mn hoofd breken over de website van een onderzoekster die probeert uit te zoeken of AI onverwachte betekenisvolle verbanden kan leggen tussen items uit een archief. Ze had als testdata de hele V2_website gebruikt (met toestemming). Ze vroeg zich af of AI met intrigerende ‘curatoriële’ voorstellen zou kunnen komen. Het ‘hoofd breken’ betrof in dit geval hard en vrijwel vruchteloos nadenken waarom ik alles wat ik op die website zag, me totaal verveelde, net als elk door de AI gegenereerd tekstje (hoe correct ook), en de neem ik aan ook gegenereerde ‘knowledge graphs’. (Gosh, die hadden we 10 jaar geleden ook op de website van V2_…) Het was allemaal 100% oké, maar van een onmetelijke saaiheid waardoor ik alleen maar kon denken: ‘waarom zou je dit doen, en waarom in godesnaam zou ik er naar moeten kijken?’ (Tja, omdat het bij mijn werk hoort? Maar dat telt niet). En hoe laat ik dat op een aardige manier weten, dat ik het hemeltergend saai vind? Indrukwekkend was wel dat je nu dus blijkbaar zoiets zonder al te veel problemen kunt maken, met grafische representaties van de data, vergelijkingen met data uit andere archieven, het aangeven van gaten en inconsistenties, enzovoorts. Alleen – jeez…. waarom? Alles wat de AI oplepelt zijn dingen waar je tegenaan zou lopen als je een kunsthistorisch artikel zou willen schrijven over het desbetreffende onderwerp. Handig? Ik weet het niet. AI zal niet alleen dat artikel genreren, maar nog honderden andere, duizenden, miljoenen zo je wil. (Ha, laat er agents op los die weer andere agents maken die miljoenen essays in honderden verschillende stijlen genereren en die publiceren op talloze door AI gegenereerde websites over mediakunst). Laat je AI die essays schrijven, dan krijg je, vooralsnog. teksten die je echt niet wilt lezen. Ik althans kan ze niet lezen, omdat ik bij het proza waarmee AI komt aanzetten al mijn aandacht verlies.

Doet me denken aan de blurbs die ik dit jaar of vorig jaar kreeg aangeleverd, korte beschrijvingen van 3 regels van eindexamenwerk, voor de website, voor de PR. Ik was in staat te constateren dat ze grammaticaal deugden, maar ik ‘zag’ helemaal niks, en ik begreep er ook niks van, de zinnen waren niet in staat mijn leesaandacht te pakken. Nu zijn PR-blurbs meestal nogal eenvormig en bijna betekenisloos, maar zo erg als deze 12 (of 13 of 11) had ik nog niet meegemaakt. Vroeger moest ik minstens de helft herschrijven vanwege de fouten of omdat ze onbegrijpelijk waren, of drie keer hetzelfde zeiden. Anyway. Ik was overigens te laf om er wat van te zeggen en heb ze onveranderd gepubliceerd. Wie leest die blurbs? Ja AI.

Waar was ik. Dingen die ik las. Charlotte Remarque in De Groene over literatuur en AI, en de recente kwesties daarrond: https://www.groene.nl/artikel/kunnen-critici-nog-lezen.

(Waarbij de kwestie rond Thélyson Orélien me doet denken aan de plagiaatverwijten aan Yambo Ouologuem, die in Le devoir de violence inderdaad veel ‘overschreef’ van anderen, wat niet past in de westerse literatuuropvattingen. Intrigerend is daarbij dat er dus een rechtszaak was over de anderhalve pagina die hij ontleende aan Graham Greene, maar dat hij veel overschreef uit Arabische kronieken over Afrikaanse geschiedenis zag indertijd niemand. Ik schrijf dit uit mn hoofd, zonder het na te zoeken in Christopher Wise’s Yambo Ouologuem: Postcolonial Writer, Islamic Militant, dus misschien zeg ik het niet helemaal correct). (Die kwestie, en het verschil tussen de Europese en westers-intellectuele houding tegenover AI, en de zo te zien veel pragmatischer benadering in bijvoorbeeld de Global South is interessant – allright insert reclame voor Payal Arora’s The Library of the Incalculable waarin dat ook een motief is, als ik het (ongelezen) mag geloven: https://v2.nl/publications/the-library-of-the-incalculable).

Jacobin over Wall Street dat almaar nerveuzer wordt over beleggingen in AI: https://jacobin.nl/wall-street-wordt-almaar-nerveuzer-vanwege-ai/. En uit de Amerikaanse Jacobin Politics after Literacy, een essay waarin Sam Kriss het helder samenvat, onder bekende verwijzingen naar Luria, Ong en McLuhan, https://jacobin.substack.com/p/politics-after-literacy – ik moet Flusser er weer eens op naslaan, denk ik dan. En van dezelfde Sam Kriss en fijne rant tegen AI-proza: https://samkriss.substack.com/p/if-you-let-ai-do-your-writing-i-will. En via hem weer links naar de grootse geschiedenis van Centraal-Azië – de tijd van Al Biruni en Ibn Sina en anderen. (Ik ben halverwege in een boek over die twee grote geleerden).

Dan een slecht interview met Nick Bostrom in De Correspondent – tja, die man is gewoon een hardcore positivist en rationalist en transhumanist en effective altruist, en die rekenen gewoon uit wat optimaal is (in een AI-enhanced excel-sheet) en zouden de rest liever afschaffen. Het fundamentele probleem is dat ze, rationele technocraten die ze zijn, strikt willen uitgaan van hun model van de wereld – maar wereldmodellen zijn altijd beperkt, er zijn altijd dingen die er buiten vallen (omdat we ze niet kennen, niet mee laten doen (expres of per ongeluk), niet meewegen omdat we (nog) denken dat ze geen waarde vertegenwoordigen), en misschien zijn die wel degelijk van belang (maar wisten we het niet). Bostrom is een slechte filosoof omdat hij dat aan de ene kant wel degelijk lijkt te weten, maar er in zijn denken toch geen rekening mee houdt. (Gosh, zoiets herinner ik me van het lezen van Superintelligence, bijna 12 jaar geleden). Een goede filosoof neemt juist die onzekerheid en dat onbekende als uitgangspunt. Denk ik.

De pogingen van schrijvers (niet alleen Charlotte Remarque, maar ook Bert Natter bijvoorbeeld) om duidelijk te maken wat het menselijke aspect van schrijven is, en waarom juist dat de kern is (die AI nooit zal kunnen pakken), bevredigen me overigens niet helemaal. Ze zitten absouut op de goede lijn, maar je moet verder denken. In zijn nieuwste boek Wij zijn lichaam schrijft Dirk van Weelden daar al veel beter over (en filosofischer – dat wil zeggen, in-meer-stappen-denken). Hij geeft het meer relief, achtergrond, fundament. (Ik moet hoognodig de citaten opzoeken en overtikken!)

Deze kwestie, wat er nu gebeurt met AI, taalmodellen, schrijven, poëzie, lezen, raakt aan heel fundamentele dingen, of beter gezegd, je kunt die kwestie alleen goed vatten als je het tot op de bodem uitzoekt. AI kan vanalles. Een slappe roman fabriceren in honderd verschillende versies, precies aangepast op jouw leesvoorkeuren – peuleschil. Maar daar gaat het niet om. Waarom lees je? (Niet alleen om even te ontsnappen aan je werk). Dat moet je vragen. Wat is begrip eigenlijk? Wat bedoelen we als we zeggen dat we iets begrijpen? Waarom is begrip belangrijk? Wat moeten of willen we zelf kunnen begrijpen? Wat gebeurt er als we lezen? Lezen is iets anders (of meer) dan de betekenis van een stel zinnen bij elkaar zetten. Lezen is een transformatie. (En maakt soms een sprong naar het onbekende mogelijk).

Is lezen een transformatie? Zijn we naar die transformatie op zoek? Ik denk dat daar een ‘crux’ ligt. Er vindt een sprong plaats – naar iets onbekends, iets wat er nog niet wat. Het heeft ook te maken met tijd. AI kent alleen verleden, maakt statische afleidingen uit het verleden. Als wij praten of schrijven doen we dat niet alleen op basis van wat we weten uit het verleden. We maken steeds een sprong naar de toekomst, naar het onbekende. Ik moet zeggen dat als ik bij dit soort gedachten aanland, ik begin te ‘voelen’ dat ik filosofische bagage mis (ervan uitgaande dat anderen – filosofen – zich hun leven lang het hoofd hebben gebroken over deze zaken).

Waarom lees ik eigenlijk? Waarom in godesnaam lees ik al mijn leven lang al die romans, al die gedichten, die filosofie ook, een waarom is dat voor mij belangrijk? Waarom is dat zo’n ongeloofelijk spannend avontuur? (En ook, verzuchting, zijn er steeds minder mensen voor wie dat ook geldt).

Ik bedoel, wat Samuel Vriezen voor elkaar krijgt in Harmonie der scheuren, een cyclus van gedichten waar ik soms bijna niets van begrijp als ik er over nadenk en het probeer uit te leggen, maar ik begrijp het terwijl ik het lees. Als je moet parafraseren, of samenvatten, of uitleggen aan iemand anders zit je enthousiast te stamelen, terwijl het tegelijk volkomen helder is als je het lees. De gedichten vormen en wijzen vooruit naar een mogelijke toekomst, een heel andere, en je ziet als lezen die toekomst voor je. Precies daarom. Hij doet in die versregels iets wat je niet voor elkaar kunt krijgen in een argumentatieve filosofische tekst. (Natuurlijk is van alles aan uit te leggen, te interpreteren, en anders te vertellen – en dat zou je ook moeten doen, terugschrijven, verderschrijven). Het is poëzie die een sprong mogelijk maakt, het onbekende, toekomstige, dat niet vanzelfsprekend verschijnt uit alles wat er daarvoor in de databases en modellen gestopt was. Zoiets. Ook dit zou ik beter moeten formuleren. (Samuel Vriezen’s werk vormt natuurlijk een mooi vertrekpunt, ook omdat hij een dichter en componist is die zich juist wel inlaat met tekst- en klankgeneratie, met wiskunde, met algoritmes, met artificiële intelligentie, en niet eentje die tegenover de technologie alleen maar het vol bloed kloppend hart van de mens stelt dat kan voelen, ah, voelen en dat kan de AI niet!) Anyway.

Waar was ik. Wat ik allemaal las. En nu is het bijna elf uur ‘s avonds. Vanmiddag kwamen De essays van Stefan Hertmans binnen, want ik had net zijn journalen Smeltwater en middagzon gelezen met meer interesse dan ik had verwacht. (Dat is ook onderzoek naar wat ik zelf eind jaren tachtig en in de jaren negentig in de literatuur belangrijk en spannend vond, en in Hertmans een schrijver vond met deels vergelijkbare interesses). En die heb ik nog niet eens ingekeken.

En nu dan toch maar AI en taal van Walter Daelemans bestelt (https://ai-en-taal.uantwerpen.be), op aanraden van Marc van Oostendorp eigenlijk (https://neerlandistiek.nl/2026/09/1363730/), die onlangs ook dit opmerkte: ‘Het intrigerende voor de taalwetenschap is ook dat het taalvermogen van ki duidelijk een andere basis heeft dan dat van mensen, en dat die ki dus nieuwe vragen stelt. Ki gebruikt enorm veel brute kracht voor zaken die wij subtieler doen: voor een ki Nederlands kent, moet het eerst miljoenen of miljarden woorden lezen, wij mensen hebben dat niet nodig. Tegelijkertijd kan ki allerlei verzonnen ’talen’ leren die voor mensen buiten het bereik zijn. Wij mensen hebben een beperkter brein, maar kunnen daarmee als baby’s binnen de kleine ruimte van de menselijke talen efficiënter zoeken naar wat de taal is die er om ons heen gesproken wordt.’ (https://neerlandistiek.nl/2026/11/ki-schrijft-theorieen/).

Zo denk en lees ik verder.

Maar was dit nou een werkdag?

LLMAI

Om mezelf te herinneren: lezen/gelezen: https://codemanship.wordpress.com/2026/08/12/ai-software-development-what-does-the-data-say/ – met veel interessante links – (via Joost Rekveld); en Laurens Ham’s https://www.dereactor.org/teksten/onder-het-glasvezel-ligt-het-strand-over-creatief-schrijven-en-generatieve-ai.

blogging,leesvoer,nl,reading matter,research,software,ubiscribe | August 15, 2026 | 10:50 | Comments Off on LLMAI |

Waarom (en wat) lees je?

‘Gedurende mijn schooltijd, gebogen over teksten uit de oudheid, wist ik dat er een betere wereld bestond, en dat een ander leven mogelijk was (…).’ Geerten Meijsing, R.I.P. Gissing.

Kon het toch niet laten, kocht Meijsing’s nieuwe roman. ‘For old times sake’, omdat ik inderdaad tot die volgers behoor waarvan Lodewijk Verduin zegt dat ze ‘er ongetwijfeld plezier aan beleven om in deze janboel nieuwe puzzelstukjes van zijn persoonlijke mythologie te ontdekken.’ (Zie www.groene.nl/artikel/kommer-en-kwel – ik las Erwin en Michaël van Mander al in mijn schooltijd). En misschien ook omdat dit boek belooft een janboel te zijn.

En, ook om tussendoor iets anders te lezen. Ik werk me momenteel door Der Mann ohne Eigenschaften heen. Oké, in de Nederlandse vertaling, om meer te genieten en minder te worstelen…

En ik werd in andere zin beloond. Het boek in de tas, gekocht bij Linnaeus Boekhandel, keek ik even in het boekenkastje schuin tegenover. Huh? Daar stond Kees Ouwens’ Een twee drie, vier…. Juist afgelopen week moest ik weer eens denken aan Ouwens, en dat ik zijn proza nooit las (wel zijn gedichten), iemand die – ook in proza – zijn eigen weg trok. Of ik die weg echt interessant vind, weet ik niet, maar het fascineert me wel, en zo nu en dan bekruipt me de zin om er iets van te lezen. Ouwens lijkt inmiddels zo goed als vergeten, en zijn boeken staan in de OBA niet meer op de plank (wellicht wel in het magazijn). En kijk, daar staan ook Helis’ mythe’, en De eenzaamheid door genot. Wie heeft dat hier neergezet? En een dichtbundel van Pink Poet en maker van decadente Eurotrash Patrick Conrad, met (wat mij betreft vrij afzichtelijke) illustraties. Nou ja.

Zo kwam ik thuis met niet één, maar vijf boeken die zich op verschillende manier voortkomen uit wat voor mij een 1970’s esthetica is. Of iets dergelijks.

(En voor wie het zich afvraagt, ik zet ook op gezette tijden boeken in zo’n kastje).

leesvoer,nl,quotations,reading matter | July 4, 2026 | 18:32 | Comments Off on Waarom (en wat) lees je? |

Wanneer las ik dat?

Wanneer las ik dat boek ook alweer? Dacht ik, toen er in een artikel over Anthropic weer eens werd verwezen naar Superintelligence van Nick Bostrom. Lang geleden. Ik vond het niet bijzonder interessant. Ik kan het opzoeken. Op 5 juli 2015 maakte ik deze aantekening in mijn leesdagboek:

‘Nick Bostrom’s Superintelligence doorgewerkt. (En eerder een pagina of 20 Hannah Arendt). Pfff, niet al te best – dat boek van Bostrom. Zijn conclusie is oké, maar ook ongelofelijk vanzelfsprekend (dat de Silicon Valley’s dat vergeten is een andere kwestie). De rest van het boek een filosofisch nogal arme, maar duidelijke uiteenzetting van wat AI en superintelligentie kunnen zijn. Filosofisch nogal arm, omdat hij, op het allerlaatste hoofdstuk na, nergens een stap terug of opzij lijkt te kunnen doen, om opnieuw te kijken of wat hij beweert niet een cliché is. Er zich geen reflexiviteit in het boek. Alsof intelligentie alles is. (En trouwens, wat er nu al gebeurt met het internet, maakt de mens al tot slaaf, en wat er gebeurt in de financiële wereld, richt de mens al ten gronde ten gunste van, ja, ten gunste van wat?) Dan is Arendt, 65 jaar eerder (of wat is het 70?) een stuk relevanter, vreemd genoeg.’

blogging,leesvoer,nl,reading matter,research,software,ubiscribe | June 25, 2026 | 9:46 | Comments Off on Wanneer las ik dat? |

0305 / 21 / 1.00

Against the Day II. Zelfde recept als gisteren. Eerst werken in de zon, dan naar het Amsterdamse Bos, Against the Day lezen in de zon, en terug.

cycling,leesvoer,nl,pynchon,reading matter | March 6, 2026 | 0:16 | Comments Off on 0305 / 21 / 1.00 |

0304 / 22 / 1.00

Lente, zon, 15 graden. Rustig aan met die voet: Against the Day lezen in het Amsterdamse Bos.

cycling,leesvoer,nl,pynchon | March 4, 2026 | 20:29 | Comments Off on 0304 / 22 / 1.00 |

Thomas Pynchon: Shadow Ticket

Eigenlijk had ik besloten geen stukje te schrijven over Shadow Ticket, de nieuwe roman van Thomas Pynchon. (En ik doe dat ook niet, want wat hier volgt zijn ‘ramblings’). Waarom zou ik ook een stukje schrijven? Er verschijnen genoeg recensies, en op bijvoorbeeld Biblioklept zijn uitgebreide en uitstekende leesannotaties te vinden. Wat zal ik daar nog aan toevoegen? Een flink aantal van de recensies die ik heb gelezen (zoals die van Pynchonkenner Luc Herman op De Reactor) wijzen op zwakke aspecten van Shadow Ticket, maar daar staat dan weer het lange stuk van de teruggekeerde William T. Vollmann (op Unherd) tegenover die – wat mij betreft – een uitstekende verwoording is van de daadwerkelijke leeservaring. Het is een laat werk, Pynchon is 88. Je weet, dit zou wel eens zijn laatste boek kunnen zijn, en je had geen groot werk meer verwacht. Shadow Ticket telt 300 pagina’s, en alleen al daarom is het een ‘minor work’. Het grote werk van Pynchon bestaat uit Gravity’s Rainbow, Mason & Dixon, en Against the Day. (In die volgorde). Daarna volgt V. – waarvoor ik altijd een zwak heb gehouden. En op plek 5, ja, plek 5 is zonder twijfel voor Shadow Ticket. Nog voor The Crying of Lot 49. (Waarom maken we van die lijstjes? Pynchon-lezers ontkomen er niet aan. De volgorde zegt iets over literaire voorkeuren en over literaire opvattingen. Zie daarvoor ook dit stukje van Biblioklept). Ik heb enorm genoten van Shadow Ticket, misschien wel meer dan van enig ander werk van Pynchon – ik bedoel als puur leesplezier, bij eerste lezing. Ik heb zelfs hardop moeten lachen – wat me zelden overkomt. Ja, de eerste lezing van Gravity’s Rainbow was een stuk intenser. Bij Mason & Dixon was de taal regelmatig een flink obstakel, terwijl bij Against the Day de lengte het leesplezier soms indamde (‘hoe lang zal ik nog met dit boek bezig zijn?). (Dat gezegd, toen ik Shadow Ticket uit had ben ik meteen Against the Day gaan herlezen – omdat romans van andere auteurs me niks bevielen – en ik las in bijna 1 adem de eerste 150 bladzijden, en weet zeker dat ik er veel meer van begreep en meer van genoot dan bij eerste lezing in 2006). (Ik denk, weet bijna zeker, dat ik met de jaren een betere en meer nauwkeurige lezer ben geworden).

Waarom schrijf ik dan nu toch een stukje over Shadow Ticket? De reden is fundamenteel; laten we zeggen fundamenteel literair. Het zwakke punt van Shadow Ticket is niet dat de lijntjes niet bij elkaar komen. (Wat dat betreft: aanleiding om een parallel te trekken met Oroppa van Safae El Khannoussi – die in haar roman Pynchon aanhaalt – (zeker een voorbeeld voor haar). Onder verwijzing naar deze discussie op De Reactor. Alleen moet ik dat niet doen, want ik heb Oroppa nog niet uitgelezen.) Ja, een zwak punt – vergeleken met de drie grote romans – is dat allerlei aspecten alleen aangestipt worden. Elementen in de romanwereld worden niet uitgewerkt, karakters krijgen weinig invulling, de grappen en grollen blijven aan de oppervlakte en zijn niet altijd even scherp. (Het werken met platte, stripfiguurachtige karakters is Pynchonterrein, maar er zit ‘meer vet op de botten’ van Mason & Dixon, en zelfs op die van Slothrop, dan op die van Hicks, hoofdpersoon in Shadow Ticket). Maar dat het plot nergens heen gaat, is geen zwak punt. Het gaat verder en verder oostwaarts, van de VS de oceaan over naar Europa, Oost-Europa in, om te eindigen in Fiume, en dat is het. (En we weten als lezer wel degelijk waar het naar toe gaat: naar de Tweede Wereldoorlog, naar nog meer onderdrukking, naar nog meer kolonialisme, nog meer inperking van vrijheid). Gravity’s Rainbow speelt zich af in de chaos van ‘The Zone’ van net na de Tweede Wereldoorlog, waarin grenzen voor heel even onduidelijk zijn, Shadow Ticket is een schets van de aanloop van de Tweede Wereldoorlog. En net als bijna alle romans van Pynchon gaat het over vrijheid, over de vraag wat vrijheid is.

En nee, al begint Shadow Ticket als een ‘noir detective’ ik ben niet geneigd om het te lezen in het licht van Inherent Vice en Bleeding Edge. Dat zijn – niet verrassend – mijn minst geliefde Pynchon-romans. Ik herinner me nauwelijks waar die over gaan (terwijl ik Bleeding Edge zelfs twee keer gelezen heb, en de verfilming van Inherent Vice heb gezien).

En ja, misschien is Shadow Ticket schetsmatig vergeleken bij Gravity’s Rainbow, de romanwereld zit wel vol met ‘dingen’ die ik me herinner, vaak gebaseerd op historisch materiaal – en soms pure fantasie. De rebelse onderzeeboot U13 – die een ‘underground’ ontsnappingsroute is voor mensen die moeten verdwijnen – de Vlad-boys, de ‘vierde rijder’ op de motor, een ondergronds netwerk van kortegolfzenders. Het idee van een kaasimperium is van een kenmerkende ridiculiteit, die tegelijk precies de goede manier is om te wijzen op de verstrengelingen tussen groot-kapitalistische industrie, mafia, en oorlog. Nou ja, al dat soort dingen. Daartegenover staat het verzet, de vrijheid, de jazz – in Shadow Ticket de opkomst van de swing. En Hicks is een danser. (Is hij een loser? Hij is geen held. Oké, hij is een danser, zoals losers dansers kunnen zijn, en zo toch ergens overwinnen, of vrij zijn). (Enzovoorts).

Goed. Dit schreef ik in mijn leesdagboek, toen ik Shadow Ticket net uit had: ‘Pynchon uitgelezen. Plan om mijn indrukken ‘op te tikken’ voor ik recensies lees. (…) Van genoten. Soort Gravity’s Rainbow-light. Reis naar het oosten, dieper de geschiedenis in. Underground-connecties. Verzet tegen de heersende machten. Machteloosheid. Geen plot, wel paranoia – maar die paranoia vertaalt zich niet in een sluitend plot – dat is er niet. (Net als GR). En net als GR veel fantasie in de voorstelling van de chaos van het interbellum – met een netwerk van kortegolf-zenders, motorclubs, connecties tussen mafia, kaas-imperia, zakenlui,  machthebbers, opkomst van fascisme, en natuurlijk een mysterieuze onderzeeboot. En de swing – vermengd met klezmer – in de US (Milwaukee, Chicago) en Oost-Europa. Zeer vermakelijk met een heel serieuze ondertoon (maar wat betekent die ondertoon, waar wijst die ondertoon op? Het bestaan van stil verzet en ‘andere krachten’? (die nooit zijn te reduceren tot een duidelijke beweging).) Veel verwijzingen naar films – veel is als een film, melodrama, klucht, achtervolgingscenes, spionage-clichés, en uiteraard femme fatales, en even aantrekkelijk opstandige vrouwen. Het geheel kluchtiger dan GR. GR maar nu niet de ‘zone’ van 1945 na de Tweede Wereldoorlog, maar de ‘zone’ van Oost-Europa na de Eerste Wereldoorlog en de aanloop naar de tweede. De geopolitieke ‘mess’. En ook die van de US ten tijde van de depressie en de prohibition. Dat is het wel. Ja stijl – de Pynchon-stijl. Niets uitleggen, tenzij een paar regels verderop indirect. Geen woord teveel. Hoe deze verteller te karakteriseren? Het is niet Hicks – maar heeft wel zijn karakter. Terughoudend, uninvolved, maar eigenlijk wel involved, heel ‘cool’, weinig illusies koesterend, of geen, maar wel passies (jazz, swing, dansen), onafhankelijk in alles, vrij in alles – terwijl je eigenlijk in een situatie zit waarin van vrijheid geen sprake is. Vrijheid als thema van dit boek. Of het bestaan van een schaduw-ticket, een schaduwopdracht. De opdracht die je krijgt een afleidingsmanoeuvre, die het werkelijke doel verduisterd, in de schaduw stelt. (Hoe zeg je dat mooi?)’

En wat later, toen ik bedacht had dat ik niet over Shadow Ticket zou schrijven: ‘Heel leuk boek om te lezen, zeker als je GR gelezen hebt. Leuk boek ook, denk ik, om met anderen over te bomen. Herinneringen ophalen, referenties noemen. Maar ik heb geen aandrang om hierover te schrijven. (…) Toch is Shadow Ticket een stuk beter – ook in de opvattingen over politiek en vrijheid – dan de meeste hedendaagse fictie. En in die zin wel heel inspirerend. Ook al is het – in de referenties – een boek van een 88-jarige. (Hee, maar alles over swing vond ik dan weer heel leuk).’

leesvoer,nl,pynchon,reading matter,uitgelezen | November 7, 2025 | 12:57 | Comments Off on Thomas Pynchon: Shadow Ticket |

Lof van de openbare bibliotheek I

Constante in mijn leven, sinds mn zevende (meen ik): eens per week, soms eens per twee weken, naar de bibliotheek om nieuwe boeken. Geluk in Amsterdam te wonen. Terugkomen met Simone Atanga Bekono’s Marshmallow, Anneke Brassinga’s Verborgen tuinen, Yentl van Stokkum’s Winterbloeiers, Peter Holvoet Hansen’s Goleman en Micha Andriessen’s Pieta. Rijkdom is dat. Rijkdom aan werelden, rijkdom aan woorden en verwoordingen. (Vijf bundels, zoveel zou ik er nooit kopen, mogelijk lees ik ze alle vijf, zeker lees ik in alle vijf, zeker lees ik er twee, zeer aandachtig, helemaal, en nog eens).

leesvoer,lof van de openbare bibliotheek,nl | June 29, 2024 | 10:22 | Comments Off on Lof van de openbare bibliotheek I |

Now out: Sonic Acts Ecoes 5

The fifth issue of Sonic Acts’ magazine Ecoes is out. It has my interview with Philip Vermeulen in it. It also features Alice Johnston Rougeaux, Anastasia (A) Khodyreva, Annika Kappner, Brackish Collective, Éric La Casa, Hannah Pezzack, Hannah Rowan, Jac Common, Karen Bakker, Katy Lewis Hood, Lucia Dove, Maud Seuntjens, Rita Wong, Stefanie Hessler, Tarek Atoui, Therese Keogh, and Tomoko Sauvage.

Get it here (€7,50 + posting): https://shop.sonicacts.com/product/ecoes-5/.

en,free publicity,leesvoer,nl,reading matter | June 22, 2023 | 11:53 | Comments Off on Now out: Sonic Acts Ecoes 5 |

ChatGPT & DeepL als poëzievertalers

Gisteravond ben ik eindelijk begonnen met een experiment dat ik al een tijdje van plan was uit te voeren. Een jaar of drie geleden kocht ik de complete verzamelde poëzie van Nanni Balestrini – in het Italiaans: Come si agisce en altri procedimenti, en Le avventure della signorina Richmond e Blackout. Balestrini’s taalgebruik is – bij al zijn experimenteerzucht – altijd helder, en ik hoopte dat ik met mijn grondige basiskennis van het Italiaans een heel eind zou moeten kunnen komen.

(Ik studeerde ooit Italiaans, maakte die studie niet af, koos voor literatuurwetenschap, en hield mijn kennis niet actief bij. De grammatica zit nog wel passief in mijn hoofd, maar ik ken gewoon te weinig woorden).

Mijn idee was dat ik met die basiskennis en het gebruik van DeepL (ChatGPT was er nog niet) een heel eind zou moeten kunnen komen, ik zou er in ieder geval met plezier en zeker begrip ‘doorheen kunnen lezen’.

Pas gisteravond begon ik. Ik begon met het eerste gedicht over La signorina Richmond: ‘Descrizione superficiale della signorina Richmond’. (Interesse in de Italiaanse ’70s, en ook omdat het verhalende en redelijk eenvoudige gedichten zijn – hee, ik hoop ook weer wat Italiaans te leren, dat ook). Omdat ik nog steeds geen digitale versie van de twee boekdelen heb gevonden maakte ik foto’s van de eerste pagina’s met Text Fairy. De tekstherkenning ging goed. Ik mailde die teksten naar mn laptop waar ik de regelafbrekingen herstelde. (Balestrini gebruikt hier geen hoofdletters en geen interpunctie, waardoor Text Fairy er een rommeltje van maakt).

Eerst gooide ik de tekst in DeepL, en las die vertaling met het Italiaans ernaast. (Split screen in Scrivener). DeepL vertaalt heel letterlijk en vrijwel woord voor woord. Dat gaat in dit geval behoorlijk goed omdat het gedicht een eenvoudige syntactische structuur heeft. De woordkeuze is niet altijd de mooist, maar begrijpelijk is het zeker, en niet zelden lijken me de keuzes van DeepL de beste te zijn – keuzes die een poëzievertaler wellicht ook zou maken. (Althans, in de eerste kladversie). Een paar keer gaat het de mist in, namelijk waar het – zo te zien – een element uit een volgende zin alsnog in de zin daarvoor toevoegt (om zo een goede zin te vormen), maar dat element ook ‘laat staan’ in de volgende zin. Dat soort foutjes haalde ik eruit. (Ik dacht namelijk: laat ik een DeepL-asssisted vertaling maken – zoals je dat tegenwoordig doet als je te snel en vertaling moet leveren: je gooit het in DeepL en daarna corrigeer je het resultaat en maakt er beter Nederlands van). Maar DeepL klooit ook met de hij/zij. Het eerste gedicht beschrijft een aantal vogels. Het Italiaans specificeert niet of het gaat om vrouwtjes of mannetjes – al is het logisch (het is immers een beschrijving van La signorina Richmond) om te veronderstellen dat het in ieder geval in het begin om een vrouwtje gaat. DeepL echter maakt er een potje van omdat het kijkt naar het woordgeslacht. Aan het einde van het gedicht zijn er ook een paar zinnen waar het moeite mee heeft – en waar ik ook niet 1-2-3 een oplossing voor vond.

Toen verzocht ik ChatGPT of het dit gedicht kon vertalen van het Italiaans naar het Nederlands. Ik heb het nog niet uitgebreid geanalyseerd, maar er lijkt iets interessants te gebeuren. Het maakte er veel nadrukkelijker een gedicht van. Zo lijkt het. Dat is omdat het durft om Balestrini’s volgorde van de zinsdelen los te laten. En ook door hoofdletters toe te voegen en interpunctie. Maar, hmm, daardoor maakt ChatGPT er ook een ‘ouderwetser’ ogend (en klinkend) gedicht van. Dat kan ik niet helemaal hard maken natuurlijk (behalve wat hoofdlettergebruik en interpunctie betreft) – daarvoor is mijn kennis van het italiaans niet toereikend. Balestrini gebruikt simpele structuren, waardoor zijn gedicht juist niet heel ‘dichterlijk’ is. (Wat dat ook betekent: iets met moeilijke metaforen en schijnbaar gewrongen zinnen waarop je zeg maar met Paul Claes moet zitten puzzelen om de kristalhelderheid te zien – met respect, u begrijpt hopelijk in welke richting ik denk). Balestrini rijgt met opzet simpele beschrijvende zinnen aan elkaar. Me dunkt dat dat bij een geslaagde vertaling ook zo moet zijn.

ChatGPT heeft moeite met dezelfde zinnen als DeepL, maar zorgt wel voor meer coherentie, ook omdat het (geloof ik – ik heb het nog niet voldoende geanalyseerd) niet klooit met de hij/zij op basis van het woordgeslacht.

Goed mogelijk dat als je ChatGPT het gedicht nog een paar keer laat vertalen de resultaten nog wat beter worden. Ik ben benieuwd hoe DeepL en ChatGPT om zullen gaan met de meer experimentelere Signora Richmond-gedichten van Balestrini, waarin hij zinnen afbreekt, zelfs delen van woorden weglaat (afbreekt), fragment op fragment, flard op flard stapelt, en ook (denk ik denk ik) flarden van de politieke clichés uit die tijd langs laat komen. (Balestrini was zeer actief in de radicaal-linkse beweging, en had een zeer scherp oog en oor voor ideologische leegheid en clichés).

In ieder geval kan ik met deze twee software-assistenten de poëzie van Balestrini doorwerken en met plezier lezen. De vraag is dan: wat voor soort lezen is dit? En is dit een andere vorm van poëzielezen dan gedichten lezen in een taal die niet jouw eerste taal is, een taal waarbij je (veel) nuances mist? En hoe verhoudt zich deze manier van lezen/vertalen zich tot het lezen van een goede poëzievertaling? En wat heb je liever? Ja, ik heb liever een goede Nederlandse vertaling van Balestrini. Ik stel me er eentje voor van Samuel Vriezen, waardoor je tegelijkertijd Balestrini leest, maar ook Vriezen’s Balestrini, zoals je bij Ten Berge’s Pound-vertalingen ook Ten Berge leest. Of Dominique de Groen die zich door de gedichten van Balestrini heen werkt. (En er wat anders van maakt).

Ik kan me overigens niet anders voorstellen dan dat er legio poëzielezers zijn die tegenwoordig zo hun poëzie lezen, poëzie in talen die ze half of helemaal niet beheersen, of gewoon net niet goed genoeg. (Waarbij het ‘helemaal niet’ tricky is. Ik zou het toch niet helemaal vertrouwen als ik een gedicht in het Japans of Tagalog zou vinden en dat door ChatGPT of DeepL zou laten vertalen. Je krijgt dan wel mee wat het ‘ongeveer’ is, maar ik zou het gevoel houden dat ik mogelijk iets totaal heb gemist, iets dat cruciaal is voor de ervaring of het begrip van het gedicht. Wat dat dan is? Iets met taal- of klanknuance, en ook iets dat te maken heeft met culturele vertaling? Dat ‘gat’ is superinteressant, omdat het iets lijkt aan te duiden waar het in poëzie ook om gaat). (Enzovoorts).

In de posts hieronder & hierboven staan de teksten. Wordt (hopelijk) vervolgd.

Bedenk ik nu: kan ook nog zijn dat ChatGPT gebruik heeft gemaakt van een Engelse (Amerikaanse) vertaling van dit gedicht. (Hoewel, nee, ik vind niet zo snel een Engelse vertaling, Blackout is wel vertaald, een reden waarom ik met Miss Richmond wilde beginnen).

leesvoer,nl,reading matter,research,software,ubiscribe,vertaling | June 22, 2023 | 10:58 | Comments Off on ChatGPT & DeepL als poëzievertalers |
Next Page »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 2.5 License. | Arie Altena