Zo’n werkdag…

Ik begin mijn werkdag meestal met wat nieuws lezen – een snel rondje langs wat online kranten, het weerbericht, wielernieuws – wat al snel overgaat in het lezen van een paar achtergrondartikelen die ik in afzonderlijke vensters of tabbladen heb geopend.

Vandaag was zo’n dag waarop ik om drie uur constateerde dat ik nog steeds vensters en tabbladen had openstaan. Er was almaar meer bijgekomen, ik had alweer een boek gedownload dat ik wilde lezen (Vector Media, van Leonardo Impett and Fabian Offert, omdat Joost Rekveld er op wees, https://assemblag.es/@joost_rekveld/117537314978693916), en flink wat referenties nagezocht. En dat had ook weer zowel kennis als een lijstje van artikelen opgeleverd die ik ook graag zou willen lezen (mocht ik daar ooit de tijd voor vinden).

Belangrijker: dit was allemaal geen uitstelgedrag, in mijn hoofd was het aan het gonzen, ideeën probeerden zich te verbinden, er ontstonden aanzetten tot kritiek, ik schreef in mijn hoofd intro’s voor mogelijke artikelen (die ik wel nooit zal schrijven), en ik begon betekenisvol verband te zien tussen verschillende aspecten van mijn interesses voor taal, poëzie, technologie, het belang van lezen, wat een goede zin is, een zin die je niet gedachtenloos parst, maar die je leest – enzovoorts.

Maar was dit een werkdag?

Inderdaad, de meeste van de tabs en vensters die ik had openstaan gingen over literatuur en AI, taal en AI.

Tussendoor deed ik ook wat redactiewerk, vulde ‘tags’ aan op de website, beantwoordde wat mails, en ik moest mn hoofd breken over de website van een onderzoekster die probeert uit te zoeken of AI onverwachte betekenisvolle verbanden kan leggen tussen items uit een archief. Ze had als testdata de hele V2_website gebruikt (met toestemming). Ze vroeg zich af of AI met intrigerende ‘curatoriële’ voorstellen zou kunnen komen. Het ‘hoofd breken’ betrof in dit geval vrijwel vruchteloos nadenken waarom ik alles wat ik op die website zag, me totaal verveelde, net als elk door de AI gegenereerd tekstje (hoe correct ook), en de ‘knowledge graphs’. (Gosh, die hadden we 10 jaar geleden ook op de website van V2_…) Het was allemaal 100% oké, maar van een onmetelijke saaiheid waardoor ik alleen maar kon denken: ‘waarom zou je dit doen, en waarom in godesnaam zou ik er naar moeten kijken?’ (Tja, omdat het bij mijn werk hoort? Maar dat telt niet). En hoe laat ik dat op een aardige manier weten, dat ik het hemeltergend saai vind? Indrukwekkend was wel dat je nu dus blijkbaar zoiets zonder al te veel problemen kunt maken, met grafische representaties van de data, vergelijkingen met data uit andere archieven, het aangeven van gaten en inconsistenties, enzovoorts. Alleen – jeez…. waarom? Alles wat de AI oplepelt zijn dingen waar je tegenaan zou lopen als je een kunsthistorisch artikel zou willen schrijven over het desbetreffende onderwerp. Handig? Ik weet het niet. AI zal niet alleen dat artikel genereren, maar nog honderden andere, duizenden, miljoenen zo je wil. (Ha, laat er agents op los die weer andere agents maken die miljoenen essays in honderden verschillende stijlen genereren en die publiceren op talloze door AI gegenereerde websites over mediakunst). Laat je AI die essays schrijven, dan krijg je vooralsnog teksten die je echt niet wilt lezen. Ik althans kan ze niet lezen, omdat ik bij het proza waarmee AI komt aanzetten al mijn aandacht verlies.

Doet me denken aan de blurbs die ik dit jaar of vorig jaar kreeg aangeleverd, korte beschrijvingen van 3 regels van kunstwerken voor de website, voor de PR. Ik was in staat te constateren dat ze grammaticaal deugden, maar ik ‘zag’ helemaal niks, en ik begreep er ook niks van, de zinnen waren niet in staat mijn leesaandacht te pakken. Nu zijn PR-blurbs meestal nogal eenvormig en bijna betekenisloos, maar zo erg als deze 12 (of 13 of 11) had ik nog niet meegemaakt. Vroeger moest ik minstens de helft herschrijven vanwege de fouten of omdat ze onbegrijpelijk waren, of drie keer hetzelfde stelden. Anyway. Ik was overigens te laf om er wat van te zeggen en heb ze onveranderd gepubliceerd. Wie leest die blurbs? Ja AI.

Waar was ik. Dingen die ik las. Charlotte Remarque in De Groene over literatuur en AI, en de recente kwesties daarrond: https://www.groene.nl/artikel/kunnen-critici-nog-lezen.

(Waarbij de kwestie rond Thélyson Orélien me doet denken aan de plagiaatverwijten (50 jaar ofwat geleden) aan Yambo Ouologuem, die in Le devoir de violence inderdaad veel ‘overschreef’ van anderen, wat niet hoort volgens in de westerse literatuuropvattingen. Er kwam een rechtszaak over de anderhalve pagina die hij ontleende aan Graham Greene, maar dat hij veel overschreef uit Arabische kronieken over Afrikaanse geschiedenis zag indertijd niemand. (Ik schrijf dit uit mn hoofd, zonder het na te zoeken in Christopher Wise’s Yambo Ouologuem: Postcolonial Writer, Islamic Militant, dus misschien zeg ik het niet helemaal correct). (Die kwestie, en het verschil tussen de Europese en westers-intellectuele houding tegenover AI, en de zo te zien veel pragmatischer benadering in bijvoorbeeld de Global South is interessant – allright insert reclame voor Payal Arora’s The Library of the Incalculable waarin dat ook een motief is, als ik het (ongelezen) mag geloven: https://v2.nl/publications/the-library-of-the-incalculable).

Verder las ik in Jacobin over Wall Street dat almaar nerveuzer wordt over beleggingen in AI: https://jacobin.nl/wall-street-wordt-almaar-nerveuzer-vanwege-ai/. En uit de Amerikaanse Jacobin Politics after Literacy, een essay waarin Sam Kriss het helder samenvat, onder bekende verwijzingen naar Luria, Ong en McLuhan, https://jacobin.substack.com/p/politics-after-literacy – ik moet Flusser er weer eens op naslaan, denk ik dan. En van dezelfde Sam Kriss en fijne rant tegen AI-proza: https://samkriss.substack.com/p/if-you-let-ai-do-your-writing-i-will. En via hem weer links naar de grootse geschiedenis van Centraal-Azië – de tijd van Al Biruni en Ibn Sina en anderen. (Ik ben halverwege in een boek over die twee grote geleerden).

Dan een leesbaar maar eigenlijk slecht interview met Nick Bostrom in De Correspondent – tja, die man is gewoon een hardcore positivist en rationalist en transhumanist en effective altruist, en die rekenen gewoon uit wat optimaal is (in hun AI-enhanced excel-sheets zeg maar) en zouden de rest liever afschaffen. Het fundamentele probleem is dat ze, rationele technocraten die ze zijn, strikt willen uitgaan van hun model van de wereld – maar wereldmodellen zijn altijd beperkt, er zijn altijd dingen die er buiten vallen (omdat we ze niet kennen, niet mee laten doen (expres of per ongeluk), niet meewegen omdat we (nog) denken dat ze geen waarde vertegenwoordigen), en misschien zijn die wel degelijk van belang (maar wisten we het niet). Bostrom is een slechte filosoof omdat hij dat wel degelijk lijkt te weten, maar er in zijn denken toch geen rekening mee wil houden. (Zoiets herinner ik me tenminste van het lezen van Superintelligence, bijna 12 jaar geleden). Een goede filosoof neemt juist die onzekerheid en dat onbekende als uitgangspunt. Denk ik.

De pogingen van schrijvers (niet alleen Charlotte Remarque, maar ook Bert Natter bijvoorbeeld) om duidelijk te maken wat het menselijke aspect van schrijven is, en waarom juist dat de kern is (die AI nooit zal kunnen pakken), bevredigen me overigens niet helemaal. Ze zitten absouut op de goede lijn, maar je moet verder denken. In zijn nieuwste boek Wij zijn lichaam schrijft Dirk van Weelden daar al veel beter over (en filosofischer – dat wil zeggen, in-meer-stappen-denken). Hij geeft het meer reliëf, achtergrond, fundament. (Ik moet hoognodig de citaten opzoeken en overtikken!)

Deze kwestie, wat er nu gebeurt met AI, taalmodellen, schrijven, poëzie, lezen, raakt aan fundamentele dingen, of beter gezegd, je kunt de kwesties rond AI, schrijven, lezen, denken, alleen goed vatten als je het tot op de bodem uitzoekt. AI kan vanalles. Een slappe roman fabriceren in honderd verschillende versies, precies aangepast op jouw leesvoorkeuren – peuleschil. Maar daar gaat het niet om. Waarom lees je? (Niet alleen om even te ontsnappen aan je sores). Dat moet je vragen. Wat is begrip eigenlijk? Wat bedoelen we als we zeggen dat we iets begrijpen? Waarom is begrip belangrijk? Wat moeten of willen we zelf kunnen begrijpen? Wat gebeurt er als we lezen? Lezen is iets anders (of meer) dan de betekenis van een stel zinnen bij elkaar zetten. Lezen is een transformatie. (En maakt soms een sprong naar het onbekende mogelijk).

Is lezen een transformatie? Zijn we naar die transformatie op zoek? Ik denk dat daar een ‘crux’ ligt. Er vindt een sprong plaats – naar iets onbekends, iets wat er nog niet wat. Het heeft ook te maken met tijd. AI kent alleen verleden, maakt statistische afleidingen uit het verleden. Als wij praten of schrijven doen we dat niet alleen op basis van wat we weten uit het verleden. We maken steeds een sprong naar de toekomst, naar het onbekende. Ik moet zeggen dat als ik bij dit soort gedachten aanland, ik begin te ‘voelen’ dat ik filosofische bagage mis (ervan uitgaande dat anderen – filosofen – zich hun leven lang het hoofd hebben gebroken over deze zaken).

Waarom lees ik eigenlijk? Waarom in godesnaam lees ik al mijn leven lang al die romans, al die gedichten, die filosofie ook, een waarom is dat voor mij belangrijk? Waarom is dat zo’n ongemeen spannend avontuur? (En ook, verzuchting, zijn er steeds minder mensen voor wie dat ook geldt).

Ik bedoel, wat Samuel Vriezen voor elkaar krijgt in Harmonie der scheuren. Als je moet parafraseren, of samenvatten, of uitleggen aan iemand anders zit je enthousiast te stamelen, terwijl het tegelijk volkomen helder is als je het leest. De gedichten vormen en wijzen vooruit naar een mogelijke toekomst, een heel andere, en je ziet als lezen die toekomst voor je. Precies daarom. Hij doet in die versregels iets wat je niet voor elkaar kunt krijgen in een argumentatieve filosofische tekst. (Natuurlijk is van alles aan uit te leggen, te interpreteren, en anders te vertellen – en dat zou je ook moeten doen, terugschrijven, verderschrijven). Het is poëzie die een sprong mogelijk maakt, het onbekende, toekomstige, dat niet vanzelfsprekend verschijnt uit alles wat er daarvoor in de databases en modellen gestopt was. Zoiets. Ook dit zou ik beter moeten formuleren. (Samuel Vriezen’s werk vormt natuurlijk een mooi vertrekpunt, ook omdat hij een dichter en componist is die zich juist wel inlaat met tekst- en klankgeneratie, met wiskunde, met algoritmes, met artificiële intelligentie, en niet eentje die tegenover de technologie alleen maar het vol bloed kloppend hart van de mens stelt dat kan voelen, ah, voelen en dat kan de AI niet!) Anyway.

Waar was ik. Wat ik allemaal las. En nu is het bijna elf uur ‘s avonds. Vanmiddag kwamen De essays van Stefan Hertmans binnen, want ik had net zijn journalen Smeltwater en middagzon gelezen met meer interesse dan ik had verwacht. En die heb ik nog niet eens ingekeken. (Dat is ook een soort onderzoek naar wat ik zelf eind jaren tachtig en in de jaren negentig in de literatuur belangrijk en spannend vond, en in Hertmans een schrijver vond met deels vergelijkbare interesses – zijn eerste roman, verhalenbundels, dichtbundels en essays stonden gewoon op de plank in de OBA, en anders wel bij Perdu).

En nu dan toch maar AI en taal van Walter Daelemans bestelt (https://ai-en-taal.uantwerpen.be), op aanraden van Marc van Oostendorp eigenlijk (https://neerlandistiek.nl/2026/09/1363730/), die onlangs ook dit opmerkte: ‘Het intrigerende voor de taalwetenschap is ook dat het taalvermogen van ki duidelijk een andere basis heeft dan dat van mensen, en dat die ki dus nieuwe vragen stelt. Ki gebruikt enorm veel brute kracht voor zaken die wij subtieler doen: voor een ki Nederlands kent, moet het eerst miljoenen of miljarden woorden lezen, wij mensen hebben dat niet nodig. Tegelijkertijd kan ki allerlei verzonnen ’talen’ leren die voor mensen buiten het bereik zijn. Wij mensen hebben een beperkter brein, maar kunnen daarmee als baby’s binnen de kleine ruimte van de menselijke talen efficiënter zoeken naar wat de taal is die er om ons heen gesproken wordt.’ (https://neerlandistiek.nl/2026/11/ki-schrijft-theorieen/).

Zo denk en lees ik verder.

Maar was dit nou een werkdag?

AI hallucineert niet, AI is een kletskoekmachine

‘The machines are not trying to communicate something they believe or perceive. Their inaccuracy is not due to misperception or hallucination. As we have pointed out, they are not trying to convey information at all. They are bullshitting.’

Michael Townsen Hicks, James Humphries, Joe Slater: ‘ChatGPT is bullshit’, link.springer.com/epdf/10.1007/s10676-024-09775-5

Via, Neerlandistiek, Marc van Oostendorp https://neerlandistiek.nl/2024/06/chatbots-als-kletskoekmachines/, o.a. over het verschil tussen kletskoek verkopen en liegen. Hij schrijft: “Er is geen verschil voor een chatbot tussen momenten dat het ‘hallucineert’ en momenten dat het dit niet doet: het probeert in alle gevallen alleen maar zo plausibel mogelijke zinnen te maken – zinnen die op dat gegeven moment gezegd kunnen worden.” (D’r is zeker een filosofische boom over op te zetten, maar het politiek-culturele punt, dat te maken heeft met het geloof in AI en het gevaar van kletskoek verkopen, staat).

chatGPT,en,nl,software,ubiscribe | June 26, 2024 | 9:09 | Comments Off on AI hallucineert niet, AI is een kletskoekmachine |

I Oppervlakkige beschrijving van Miss Richmond – Nanni Balestrini & ChatGPT

Chat-GPT-vertaling Italiaans-Nederlands, ongecorrigeerd.

I. Oppervlakkige beschrijving van Miss Richmond

Gezeten op een tak opent ze
snel haar vleugels, waardoor ze
tegelijkertijd een ruis produceert
die te horen is tot op honderd meter afstand.

Vlammend oranje van kleur, met lange
olijfgroene poten springt ze tussen de takken
en daalt naar de grond op zoek naar voedsel,
haar verenkleed is goudkleurig en intens oranje.

Dan keert ze terug naar de hoogte
waar de zon nog steeds door de dichte takken dringt,
het licht valt op de zijdezachte veren
van haar flanken.

Wanneer ze rustig is, maakt ze fluitende en zoete geluiden,
maar wanneer ze geïrriteerd is, wordt haar stem
schel en hees.

In een blauw-grijze kleur beweegt ze zich
behendig tussen de takken, terwijl ze
haar lange en dunne staart achter zich sleept,
ze zweeft behendig in de lucht.

Levendig en altijd klaar om te pronken,
ze heeft de gewoonte om naar grote hoogtes te klimmen
om vervolgens naar beneden te duiken
tussen de takken.

Haar witte veren zijn smetteloos,
de zwarte zijn bedekt met iriserende tinten
van groen, blauw en purper,
in harmonie met de kleur van haar rug.

Dan zie je haar pronken door haar lange
en prachtige staart te wapperen, waar ze
zo trots en fier op is
en die ze voortdurend verzorgt.

De kleur van de zee tijdens een storm
met een opvallende roze staart,
ze kan overal leven waar bloemen bloeien,
ze blijft zweven in de lucht.

Vanuit haar rode borst zweeft ze in de lucht,
ze voedt zich met nectar en toont
haar prachtige verenkleed,
ze bereidt zich voor op een lange vlucht.

Ze flitst snel van bloem naar bloem,
een levend juweel dat flitst en oprijst,
duikt en neerstort
met schitterende amethistkleuren.

Ze contrasteert met de smetteloze witheid
van haar borst, ze brengt bijna al haar tijd door
springend van tak naar tak
of fladderend door de bomen.

Een vlek van groen-blauw en goud,
ze komt zelden naar de grond en blijft
meestal tussen de hoogste takken,
vult de lucht met scherpe en vibrerende noten.

Haar melodieuze stem en haar
stralende veren maken haar tot een klein gevleugeld juweel,
blauw-paars van kleur wanneer ze tussen de bloemen vliegt
en nectar zuigt.

Ze zweeft zonder te landen en zuigt
nectar terwijl ze in de lucht blijft hangen,
prachtig en opvallend, met veren
in schitterende kleuren.

Van fluwelig zwart en glanzend geel verenkleed
strekt haar staart zich uit in twee
zeer lange, dunne en gekrulde veren
die het lichaam omlijsten in elegante blauwe spiralen.

Te mooi en elegant, met zijdeachtige
zwartviolette veren, haar lichaam
in robijnkleur is versierd met twee extreem lange
veren, zo dun als metalen draden.

En ze eindigen met schijven die, wanneer ze
landt op haar favoriete boom,
bengelen in de zon met smaragdgroene reflecties
die haar iriserende veren laten schitteren.

Met haar opvallende veren pronkt ze door te bengelen
met haar hoofd naar beneden
met de fijne kantjes van haar lange
staartveren die dansen in de bries.

Ze draagt een schitterende zwarte kroon gevormd
door 120 lange veren, elk
van 9 tot 18 centimeter lang, waarbij
de lange witte veren van haar schouders uitsteken.

Ze geeft de voorkeur aan bessen en zoete vruchten
als voedsel,
behendig en wreed,
ze doorboort haar prooien.

Ze blijft bijna altijd verborgen en vliegt zelden,
gezien haar verlegen en eenzame aard,
ze valt op door de schoonheid van haar veren,
haar borst is helder en smetteloos.

Doorkruist door een smaragdgroene streep,
schitterend met plukjes
kleine metallic groene veren
die zich openen als een stralende waaier.

Vertaling door ChatGPT (21-06-2023) van Nanni Balestrini’s ‘Descrizione superficiale della signorina Richmond’ uit Nanni Balestrini, Le avventure della signorina Richmond e Blackout, Poesie complete, volume secondo (1972-1989), Derive Approdi, 2016.

balestrini,chatGPT,nl | June 22, 2023 | 11:21 | Comments Off on I Oppervlakkige beschrijving van Miss Richmond – Nanni Balestrini & ChatGPT |
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 2.5 License. | Arie Altena