How media disappear from sight…

In all the houses where I’ve lived in Amsterdam I could always buy a newspaper around the corner. Never more than a 250 meters walk. Now I live in a house from where I can see the big signs De Volkskrant, Het Parool and Trouw at the Wibautstraat, but where I cannot buy a newspaper closer than a 1 kilometer walk away (well, it seems the Amstel Station is the best place…). So I do not run out the door before breakfast to get a newspaper anymore.

I used to listen quite a bit to the radio. Mostly the Concertzender – through cable (http://www.concertzender.nl). I do not have cable in the new house. Radio now is internetradio, or comes in through an antenna. There’s nothing worthwhile listening coming in over the antenna. (Or not enough to even want me connect the wires a bit better). And when internetradio has to compete on my computer with downloading cd’s from blogs & listening to my own growing archive.

Already since years watching the television for me is reduced to watching cycling. I now have ‘Digitenne’, so no Arte, no ARD and ZDF, no BBC, and watching the television as a ‘leisure activity’ disappears even further from sight (though the reduction makes one remember better when that certain, very rare, programme is on that is worthwhile watching). No videotaping old German-subbed movies in the night anymore. Never anymore this rare occurence of a whole night watching the television.

And yes, I miss watching German television. But that said, I know that what I miss does not exist anymore. I miss the German television of 20 years ago. As F. – not having had television for long – misses a BBC2 that does not really exist anymore, except for a few pockets hidden away in the schedule.

There are alternatives.

Media disappear from sight because of very practical reasons.

en,research,ubiscribe | April 30, 2007 | 12:35 | comments (0) |

Omar on Ludic Society

I just published Omar Muñoz-Cremers report on the Evening of Ludic Society (part of the DEAF-festival) on the DEAF07-blog. I missed that night because I wasn’t feeling too well, luckily Omar’s report really gets into it: http://www.deaf07.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=98&Itemid=7.

blogging,en,reading matter | April 30, 2007 | 11:20 | comments (0) |

Dirk van Weelden: Tempo

“Vanaf de dag dat ik ging lezen en studeren, naar de training en de loopschool op de atletiekclub ging en uitprobeerde wat ik had gehoord en gelezen, werd hardlopen een kunst. Een kunst in de oude zin van het woord, namelijk als praktijk om te leren, te ontdekken, om vermaak en ontroering te bewerkstelligen. Belangrijk aan het woord ‘praktijk’ is dat het aandeel van zintuigen, emoties, kennis, sociale ervaring, verwondering en handelen gelijkwaardig is.”

Dirk van Weelden, Tempo, Augustus, Amsterdam, 2007, p. 73-74.

Looptijd was de ultieme roman over hardlopen (vergelijkbaar met wat De Renner voor het wielrennen deed). Tempo is voorbeeldige filosofie. Eigenlijk zou dit boekje in de boekhandel op de filosofieplank moeten staan (maar juist dan zul je misleid worden en het verslijten voor een modieuze gril van een uitgeefconcern), je moet het zoeken in de sporthoek.

Waarom voorbeeldig? Omdat het boekje geen moment over iets anders gaat dan over hardlopen. Omdat het in heldere zinnen beschrijft wat hardlopen is – in alle dimensies, en hoe het fysiologische, het-goede-gevoel-oproepen, de cultuur, en de geschiedenis niet te scheiden zijn in de beleving van het hardlopen. Geen moment neemt Van Weelden hardlopen als metafoor voor iets anders. Het is nooit meer dan gewoon hardlopen, een stukje rennen – maar dat stukje rennen heeft wel gevolgen, het vormt. Van Weeldens uitleg van het genieten van het hardlopen, raakt aan wat het leven is, en wat het leven de moeite waard maakt om te leven, aan het geheim van een goed humeur.

Kijk, nu maak ik er bijna pseudo-filosofie van. Van Weelden schrijft ‘gewoon’ (… en dat is niet zo makkelijk) over verschillende theorieën van het lopen (de elastische methode en de beheerste val), over Prefontaine en Zatopek, over hoe hijzelf is begonnen met lopen. Er zijn ook nog twee mooie stijloefeningen, en wat korte stukjes die waarschijnlijk ook voor een gelegendheid geschreven zijn. Er spreekt een tomeloos enthousiasme uit.

Het zijn allemaal bouwsteentjes in zijn ‘oeuvre’ dat gaat over enthousiasme en de tegenwoordigheid van geest. Het is een filosofie waarvan ik ‘goeie zin’ krijg. Het is heel precieze filosofie – uit elke zin spreekt liefde voor het weten, voor het onderzoeken, het willen weten, liefde, voor mijn part, voor het opdoen van wijsheid.

Tempo is onvergelijkbaar met twee andere ‘filosofische’ boekjes over sport die ik vorig jaar las. Waarschijnlijk was het bestaan van beide boeken aan mij voorbijgegaan, ware het niet dat ze verschenen op de plank ‘wielrennen’ in de openbare bibliotheek. Het gaat om Peter Sminks De cultus van het lijden, een oefening in duursport, en Wielrennen van de Belgische filosoof Marc van den Bossche. Beide leuk om te lezen, vol herkenbare gedachten, ideeën en anekdotes – althans voor deze lezer die zelf fietst. Maar het boek van Smink (die, zo leid ik af uit z’n boek bij De Trappist fietste) gaat veel minder over fietsen en wielrennen dan over zijn eigen ontwikkeling en zijn nogal moeizame receptie van Walter Benjamin. En al lezende betrapte ik me op de gedachte dat ik daar niet op zat te wachten. Liever lees ik dan een goed essay over Benjamin, zonder de fietsanekdotes. Liever lees ik het een verslag van een fietstocht, zonder persoonlijke, theoretische uitweidingen. Omdat Benjamin en duursport alleen samenkomen in de persoon Smink wordt het noch een goed boek over duursport, noch een goed essay over Benjamin. ‘Vlees noch vis’, ‘het komt niet uit de verf’, denk je dan. Jammer, want Smink kan best schrijven. Over het boek van Marc van den Bossche was ik ook niet heel enthousiast. Het zegt een filosofie van het wielrennen te zijn, en dat is zo’n beetje nummer één in mijn lijst ‘favoriete onderwerpen’. (Dan wordt het lastig om de verwachting in te lossen…) Maar Van den Bossche heeft geen filosofie van het wielrennen geschreven, hij projecteert filosofie op het wielrennen. Precies het omgekeerde van de methode van Dirk van Weelden. Van den Bossche is een academisch filosoof die nu eens een boek geschreven heeft over zijn hobby. Natuurlijk ook hier herkenbaarheid, bekende anekdotes, en dan doorspekt met wat ik maar “Plato, Kant en Hegel” noem. Ik kreeg sterk de indruk dat wat Van de Bossche wil meedelen over wielrennen, duursport en zijn eigen verhouding daarmee, zonder die “professionele academische filosofie” kan. Maar het is nou eenmaal zijn vak. Andersom vermoed ik dat zijn filosofische punten ook gemaakt kunnen worden zonder het wielrenverhaal. Ook hier is het de persoon die beide aspecten samenbindt, maar dat niet ontstijgt. Het levert geen nieuwe filosofische inzichten op, en geen nieuwe inzichten in het wielrennen… Natuurlijk ben ik jaloers op Van den Bossche – kon ik maar een filosofie van het wielrennen schrijven! En natuurlijk is het best een goed boek, waarover ik eigenlijk een leuk stukje zou moeten schrijven. (Wie van wielrennen en lezen houdt, die leze dit boek!) Mijn matige enthousiasme komt vooral voort uit een vergelijking met Van Weelden. (En een vergelijking met Benjo Maso’s onovertroffen werk). En goed beschouwd zijn al die andere boeken over wielrennen die ik verslind, veel minder – de biogafieën en plaatjesboeken – maar dat betreft een andere categorie, een ander genre met een ander verwachtingspatroon.

Ik noem de boeken van Smink en Van den Bossche om duidelijk te maken waarom ik Van Weeldens aanpak voorbeelding vind. Van Weelden onderzoekt, ontdekt, staat open voor het nieuwe, beschrijft zijn onderwerp zo goed mogelijk. Hij projecteert geen filosofie op het hardlopen, en schrijft evenmin over het hardlopen als metafoor voor een persoonlijk zoektocht. Natuurlijk ook hier komt het samen in de persoon Van Weelden, maar door zijn observerende, onderzoekende en ontdekkende houding overstijgt hij ook altijd het persoonlijke perspectief. Hij schrijft “gewoon” over alle dimensies van het hardlopen. Zo bedrijf je filosofie.

Postscript
Ik ben te negatief over Smink – want ondertussen bevat zijn boek ook het definitieve essay over De Renner, een essay dat geschreven moest worden.

nl,quotations,reading matter,writing | April 29, 2007 | 17:56 | comments (0) |

19,5 / 0.50

Wegrijden om half drie, en al voor ‘t geval dat een boek meegenomen. Na 3 kilometer concluderen dat je echt geen zin hebt om te rijden, dat de zon te fel is, te druk op de weg, dat het niet voor vandaag zal zijn. (Is het omdat ik gisteren al te lang in de zon heb gereden?). Stukje door het Amsterdamse Bos, een half uurtje lezen, dan weer terug naar huis. De finale van L-B-L nu eens en direct kijken.

cycling,nl | April 29, 2007 | 16:25 | comments (0) |

91 / 3.39

Zaterdagochtend/middag, tijd tot 3 uur. 11.10 – 14.50. Warm zomers weer, felle zon, stevige noordoostenwind, 25 graden (of warmer). Graslandroute, of een route van het bloeiend fluitekruid. Altijd weer verbaasd hoe mooi en rustig het in de strook tussen Kockengen en Oukoop is.

Marcusstraat – Ouderkerk – Ronde Hoep – Veldweg – 2e dwarsweg – 3e zijweg (nooit gereden) – De Hoef – Westerlandweg – Woerdense Verlaat – Grecht – Kanis – Kamerik – Houtdijk – Gerverscop – Haarzuilens – Portengen – Boterwal – Oukoop – Baambrugge – Abcoude – Ouderkerk – Marcusstraat

cycling,nl | April 29, 2007 | 16:21 | comments (0) |

39 / 1.33

19.20 – 21.00. Schitterend zomerweer (jawel, zelfs “nog steeds”), met een verkoelend (sic) oostenwindje. Toch is het april. Avondrondje. Overal bloeit het fluitekruid uitbundig. Bloesems in de kastanjes en boeren zijn aan het maaien.

Marcusstraat – Ouderkerk – Ronde Hoep – Veldweg – 2e Botsholsedwarsweg – Hoofdweg – Waver – Ouderkerk – Amstel – Marcusstraat

cycling,nl | April 27, 2007 | 22:43 | comments (0) |

32,7 1.18

Maandag, 17.15 – 18.45. Na-het-werk-rondje. Tweede helft lekker ‘doorgetrapt’. Bewolkt en warm. ZW-wind.

Marcusstraat – Ouderkerk – RH – Ouderkerk – Marcusstraat

cycling,nl | April 24, 2007 | 11:35 | comments (0) |

Radio 2.0 at Cool Media Hot Talk

Wednesday May 2nd I’ll be speaking at the Radio 2.0-event of the Cool Media Hot Talk Show at De Balie, Amsterdam. Here’s a copy of the text and statements that frame the event:

Questioning the relevance of radio in the internet age

Internet radio or net.radio is now so much part of the daily practice and experience of the internet that it has become alsmost ‘vernacular’, i.e it is almost impossible to perceive it for what it is (audio on-line), and more importantly to see it as something that could be imagined differently. The adoption of the metaphor in such mainstream software packages as iTunes strengthens the adherence to the old and accustomed model of ‘radio’ with a critical mass of internet users. In a sense, most befitting to a show about media hot and cool, it expresses beautifully the idea of McLuhan that “the content of any new medium is an old medium” and that we are thus “moving into the future looking backwards”…

We want to question what the relevance of radio is (as an artistic form and as a medium) in the internet age. Why stick to the notion of ‘radio’ when the ways of handling and experiencing audio in an on-line environment (on the internet) can be so much more versatile? Is not a concept like net.radio, popular in internet-art circles such as the xChange network, already a reactionary move towards the past?

If artists want to explore, continue or reinvigorate the legacy of ‘Radio Art’, why connect this with an internet related practice? Looking back at the history of radio as a medium and the artists involvement it is important to remember that already in the late 1920s Bertold Brecht famously explored the idea of radio as a distributed interactive communication space consciously as an artistic and a social / political tool. Technically also traditional radio has the capacity of transforming every receiver into a transmitter, thus enabling a communication structure pretty similar to the internet. However, it was not technology but regulation and legislation that killed this transformative potential of the radio medium.

Looking at this today two ideas present themselves: First that we need to be aware of this history in order not to make the same mistakes vis-à-vis the internet (allowing it to be closed down by regulation and legislation). Secondly, now that a mass of users has become accustomed to the open media of the internet, would it not be a more productive and interesting idea to take the internet to radio, rather than the other way around? Why not try to open up the traditional radio space in a way similar to the internet, taking the internet-attitude of the youtube generation to radio?

This is also important locally in Amsterdam, where after all this show is physically staged, which had a huge tradition in open media and free radio, but where the radio space has recently been forcefully closed down by new regulation, legislation ánd enforcement!

Statement of Adam Hyde

Radio is not as it seems. It has never been live. It has always been a rather fast method for delivering an archive. It is now time to confront the great pretender and investigate the nuances of the reigning principle of radio – delay.

Radio is the best archival media there is. Copy your digital files into sound, broadcast them into space, – they will exist forever. Retreiving them does require some work still as the speed of light remains a barrier for indexing and retrieving radio waves, but given time science cures even the most anxious archivists worries. Archive now, let science take care of the rest later.

But is radio really an archival medium? Or is it live? Are radio waves themselves a guarantee of liveness or do they simply deliver archival material really quickly? What does ‘live’ actually mean and does it even matter? Further, what role does the internet have in this debate, is it possible to say that a downloaded mp3 file is live radio?

Adam will talk about various projects he has worked on including r a d i o q u a l i a s Radio Astronomy (http://www.radio-astronomy.net) and Wifio ( by Simpel – http://www.simpel.cc). Radio Astronomy is a live online radio station broadcasting sounds from space. Wifio is a radio tuner that allows you to listen to the internet. It captures data traffic on open wireless connections and translates emails, webpages, voip and irc to speech. With wifio you too can listen to the internet in your neighbourhood….

Adam Hyde (.nz), is an artist, educator, tactical media practitioner, streaming media consultant, and sometime curator. He is involved in numerous projects that fuse (sound-) art, radio, and the internet, a.o. r a d i o q u a l i a, Radio Astronomy, and Polar Radio. http://www.radioqualia.net/, http://www.xs4all.nl/~adam/.

Statement of Arie Altena

What is radio? Maybe the only way of explaining what radio nowadays signifies, is by taking radio as a sort of mock-latin for “I am beaming”, or “I am sending”. In the West we are getting quite far removed from ‘radio’ as a specific way of transmitting signals through the air, or a format where someone in a studio makes a programme for us to listen to. The word radio is grifted upon many of our media-uses. We can even conceptualize of every carrier of an iPod or laptop with an open internet-connection and iTunes (or another sound-programme running) as radio-stations, stations that others can tune into. Radio then is – like the commercial channels – an operation upon an archive (selected play lists from a huge database of sound files), possibly remixed.

I like this re-use of the word radio – taking all those stations streaming sound as radio. Most of that is utterly uninteresting to most (even when I sit down in places like De Balie or V2_ and proceed to check on the shared iTunes-‘radio stations’ in my immediate environment, I hardly ever see anything I’d like to listen to, and I imagine the same will be true of people checking on my archive.) If we have something like radio, it is radically personalized (more personalized than Last.fm).

This is the perspective of the listener who in some sense, involuntary, becomes a radio station himself, by carrying around networked equipment. It’s a technology-effect, it has not much to do with a (conscious) decision to start sending.

What then does the same technological change signify for someone who takes the conscious decision to send? To become a disembodied voice? To represent – what?

I am always a bit disappointed when alternative radio – say artists taking up radio – uses the formats of classic, mainstream radio from the twentieth century, from the high times of ‘radio stations’, with talk shows, jingles, announcements, phone-ins, and a deejay who talks in between records that he spins. Of course, that was a strong genre.

A note: all the radio programmes that I have fond memories of were held together by a distinctive human voice (like that of Michiel de Ruyter).

http://www.coolmediahottalk.net

en,free publicity,research,ubiscribe | April 24, 2007 | 11:28 | comments (0) |

Making electronic thingies….

META is a bunch of artists, techies and other suspects in Amsterdam: http://www.makingelectronicthingiesinamsterdam.nl. They organize workshops in which they (and you), well, the name of the group says it all: make electronic thingies.

en,free publicity,software | April 24, 2007 | 11:15 | comments (0) |

Comment problems fixed

If y’r not reading the comments, you might ‘ve missed that the comment-problems are fixed. (Thanks Peet!)

blogging,en | April 22, 2007 | 21:31 | comments (0) |
Next Page »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 2.5 License. | Arie Altena