Denken over de Tour de France

Morgen begint de Tour de France. Voor veel sportkijkers nog steeds het moment waarop ze het wielrennen gaan volgen. Ik ben geen sportkijker. Ik kijk vrijwel uitsluitend wielrennen, en net als veel andere wielrenvolgers is mijn aandacht verschoven naar andere wedstrijden, geholpen door het genereuze on-demand aanbod van Eurosport. Vrouwenwedstrijden, kleine rondjes, eendagswedstrijden van het tweede niveau. Veel leuker. Ik kijk nooit live (waarom zou ik er voor thuisblijven), vrijwel altijd alleen aan het einde van de dag, en ik maak mn eigen samenvatting.

(Hier zou een rant kunnen volgen: waarom stopt Europsport na de Tour met z’n streaming? Ben ik voor het eerst in mn leven eens blij met het aanbod van een commerciële partij en opgehouden om mn content bij elkaar te torrenten, stoppen ze en word ik geacht een abonnement af te sluiten bij HBO/MAX, waar ik absoluut niks mee heb, nog afgezien van het feit dat het voor mij drie keer zo duur is. De onnavolgbare strategieën van het grote geld hebben niets te maken met de vraag en behoeftes van ‘klanten’).

Maar goed, de Tour dus. Die kijk ik ook, maar met veel minder interesse, en het kijkplezier vermengt met een zekere afschuw. Daar zijn verschillende redenen voor. De commercieële belangen zijn te groot (voor alle deelnemende partijen, of moet ik dat stakeholders noemen?) wat leidt tot te veel druk, en een negatief effect op de wedstrijd en mijn kijkplezier. De enorme mensenmassa’s langs de kant – ja, mooi dat de koers zo leeft – zorgen zelfs bij de kijker voor angst (hee, als ik dit gevoel wil kijk ik wel een thriller of een horrorfilm), en voor een minder goed zicht op het landschap.

Het kijkplezier van wielrennen ligt voor mij (en voor veel anderen) namelijk in een mix van verschillende elementen: het volgen van het wedstrijdverloop (het lezen van de koers, met de kennis van het parcours, de belangen, en de geschiedenis), de flux-de-bouche van de commentatoren (daarom is het zo belangrijk wie er commentaar geeft – graag Karsten Kroon, en niet Michael Boogerd – voor de eerste is wielrennen iets dat onderdeel is van de wereld, de tweede kent geen andere wereld dan de koers en kan dus ook over niks anders praten), en het doorkruisen van het landschap (kan dat ook ‘traverse’ heten?). (Daarom is het kijken naar een wedstrijd waar bijna geen publiek langs de kant staat plezieriger…)

Maar de Tour dus. Ik ben dit jaar meer geïnteresseerd dan andere jaren. Dat heeft niks te maken met het meedoen van de grote zes (Pogacar, Roglic, Vingegaard, Evenepoel, Van Aert, Van der Poel). Ik erger me enorm aan de verhalen in de aanloop. (Treurig dieptepunt: Plugge die wil dat het wielrennen leert van de Formule 1. Ik was al geen fan van die ploeg, nu nog minder. Ik koop niet bij de Jumbo omdat ze de Formule 1 sponsoren, wat Visma-vieze-bike is weet ik nauwelijks, en dat is geen goed teken). (Tja, en Lefevre is een rat, de meeste grote teams worden gesponsord door twijfelachtig geld, frackers, oliemaatschappijen, kredietversterkers, gokbedrijven, multi-miljardairs en sjeiks, farmaceutische industrie. Als je wilt weten welke richting de samenleving op gaat (of in welke richting dit grote geld graag wil dat we ons ontwikkelen) moet je kijken naar het wielrennen – dat is een experimenteerveld, denk aan tracking & tracing, gebruik van data, monitoring, optimalisering-boven-alles).

Ik erger me nog meer omdat er in de aanloop van de Tour eigenlijk niks te vertellen blijkt. Laatst kwam ik er achter dat ik het tijdschrift Procycling digitaal kon lenen bij de bibliotheek, ik las een nummer en was diep teleurgesteld over de complete nietszeggendheid van zowat alle artikelen. Het is alleen interessant als materiaal voor marketing-communicatie experts: niet alleen het ‘hoe zorg je ervoor om helemaal niets te zeggen en toch het grote publiek te vriend houden’, ook omdat het enige wat nog interessant zou kunnen zijn het lezen en interpreteren van micro-gebaren is. (Hoewel dat vooral voor live interviews geldt, en de eindeloze becommentariëring daarvan). Dat ergert me dan weer geweldig, omdat de energie en aandacht die daaraan wordt besteed in geen verhouding staat tot de aandacht en energie die de media (en communicatiemensen) besteden aan bijvoorbeeld nieuwe poëzie of het begrijpen van geopolitieke ontwikkelingen (of het leren van meer talen). Sorry – nog een rant.

De Tour dus, daar wilde ik iets over zeggen. Dat ik dit jaar wel benieuwd ben, omdat het routeschema nogal afwijkt. Zal dat iets uitmaken voor het wedstrijdverloop? Of leggen de grote ploegen toch weer, net als zo vaak, het koersverloop compleet plat – reden waarom de Tour vaak de saaiste wedstrijd van het jaar is. Eerlijk gezegd ben ik ook wel nieuwsgierig of Pogacar z’n ontspanning zal kunnen behouden, ontspanning die hem tot ‘kampioen’ maakt. Dat is iets dat ook Van der Poel heeft, zelfs onder grote druk de indruk wekken dat je het allemaal vooral om het plezier doet. (Definitie van een kampioen). (Die andere vier hebben dat minder). Verrassingen en afwijkingen van de standaard scenario’s – die zorgen voor aandacht, en voor kijkplezier. Dat geldt dus voor het genieten van een wielerwedstrijd evengoed als voor het genieten van kunst en het lezen van literatuur.

cycling,nl,research | June 28, 2024 | 11:30 | Comments Off on Denken over de Tour de France |

ChatGPT & DeepL als poëzievertalers

Gisteravond ben ik eindelijk begonnen met een experiment dat ik al een tijdje van plan was uit te voeren. Een jaar of drie geleden kocht ik de complete verzamelde poëzie van Nanni Balestrini – in het Italiaans: Come si agisce en altri procedimenti, en Le avventure della signorina Richmond e Blackout. Balestrini’s taalgebruik is – bij al zijn experimenteerzucht – altijd helder, en ik hoopte dat ik met mijn grondige basiskennis van het Italiaans een heel eind zou moeten kunnen komen.

(Ik studeerde ooit Italiaans, maakte die studie niet af, koos voor literatuurwetenschap, en hield mijn kennis niet actief bij. De grammatica zit nog wel passief in mijn hoofd, maar ik ken gewoon te weinig woorden).

Mijn idee was dat ik met die basiskennis en het gebruik van DeepL (ChatGPT was er nog niet) een heel eind zou moeten kunnen komen, ik zou er in ieder geval met plezier en zeker begrip ‘doorheen kunnen lezen’.

Pas gisteravond begon ik. Ik begon met het eerste gedicht over La signorina Richmond: ‘Descrizione superficiale della signorina Richmond’. (Interesse in de Italiaanse ’70s, en ook omdat het verhalende en redelijk eenvoudige gedichten zijn – hee, ik hoop ook weer wat Italiaans te leren, dat ook). Omdat ik nog steeds geen digitale versie van de twee boekdelen heb gevonden maakte ik foto’s van de eerste pagina’s met Text Fairy. De tekstherkenning ging goed. Ik mailde die teksten naar mn laptop waar ik de regelafbrekingen herstelde. (Balestrini gebruikt hier geen hoofdletters en geen interpunctie, waardoor Text Fairy er een rommeltje van maakt).

Eerst gooide ik de tekst in DeepL, en las die vertaling met het Italiaans ernaast. (Split screen in Scrivener). DeepL vertaalt heel letterlijk en vrijwel woord voor woord. Dat gaat in dit geval behoorlijk goed omdat het gedicht een eenvoudige syntactische structuur heeft. De woordkeuze is niet altijd de mooist, maar begrijpelijk is het zeker, en niet zelden lijken me de keuzes van DeepL de beste te zijn – keuzes die een poëzievertaler wellicht ook zou maken. (Althans, in de eerste kladversie). Een paar keer gaat het de mist in, namelijk waar het – zo te zien – een element uit een volgende zin alsnog in de zin daarvoor toevoegt (om zo een goede zin te vormen), maar dat element ook ‘laat staan’ in de volgende zin. Dat soort foutjes haalde ik eruit. (Ik dacht namelijk: laat ik een DeepL-asssisted vertaling maken – zoals je dat tegenwoordig doet als je te snel en vertaling moet leveren: je gooit het in DeepL en daarna corrigeer je het resultaat en maakt er beter Nederlands van). Maar DeepL klooit ook met de hij/zij. Het eerste gedicht beschrijft een aantal vogels. Het Italiaans specificeert niet of het gaat om vrouwtjes of mannetjes – al is het logisch (het is immers een beschrijving van La signorina Richmond) om te veronderstellen dat het in ieder geval in het begin om een vrouwtje gaat. DeepL echter maakt er een potje van omdat het kijkt naar het woordgeslacht. Aan het einde van het gedicht zijn er ook een paar zinnen waar het moeite mee heeft – en waar ik ook niet 1-2-3 een oplossing voor vond.

Toen verzocht ik ChatGPT of het dit gedicht kon vertalen van het Italiaans naar het Nederlands. Ik heb het nog niet uitgebreid geanalyseerd, maar er lijkt iets interessants te gebeuren. Het maakte er veel nadrukkelijker een gedicht van. Zo lijkt het. Dat is omdat het durft om Balestrini’s volgorde van de zinsdelen los te laten. En ook door hoofdletters toe te voegen en interpunctie. Maar, hmm, daardoor maakt ChatGPT er ook een ‘ouderwetser’ ogend (en klinkend) gedicht van. Dat kan ik niet helemaal hard maken natuurlijk (behalve wat hoofdlettergebruik en interpunctie betreft) – daarvoor is mijn kennis van het italiaans niet toereikend. Balestrini gebruikt simpele structuren, waardoor zijn gedicht juist niet heel ‘dichterlijk’ is. (Wat dat ook betekent: iets met moeilijke metaforen en schijnbaar gewrongen zinnen waarop je zeg maar met Paul Claes moet zitten puzzelen om de kristalhelderheid te zien – met respect, u begrijpt hopelijk in welke richting ik denk). Balestrini rijgt met opzet simpele beschrijvende zinnen aan elkaar. Me dunkt dat dat bij een geslaagde vertaling ook zo moet zijn.

ChatGPT heeft moeite met dezelfde zinnen als DeepL, maar zorgt wel voor meer coherentie, ook omdat het (geloof ik – ik heb het nog niet voldoende geanalyseerd) niet klooit met de hij/zij op basis van het woordgeslacht.

Goed mogelijk dat als je ChatGPT het gedicht nog een paar keer laat vertalen de resultaten nog wat beter worden. Ik ben benieuwd hoe DeepL en ChatGPT om zullen gaan met de meer experimentelere Signora Richmond-gedichten van Balestrini, waarin hij zinnen afbreekt, zelfs delen van woorden weglaat (afbreekt), fragment op fragment, flard op flard stapelt, en ook (denk ik denk ik) flarden van de politieke clichés uit die tijd langs laat komen. (Balestrini was zeer actief in de radicaal-linkse beweging, en had een zeer scherp oog en oor voor ideologische leegheid en clichés).

In ieder geval kan ik met deze twee software-assistenten de poëzie van Balestrini doorwerken en met plezier lezen. De vraag is dan: wat voor soort lezen is dit? En is dit een andere vorm van poëzielezen dan gedichten lezen in een taal die niet jouw eerste taal is, een taal waarbij je (veel) nuances mist? En hoe verhoudt zich deze manier van lezen/vertalen zich tot het lezen van een goede poëzievertaling? En wat heb je liever? Ja, ik heb liever een goede Nederlandse vertaling van Balestrini. Ik stel me er eentje voor van Samuel Vriezen, waardoor je tegelijkertijd Balestrini leest, maar ook Vriezen’s Balestrini, zoals je bij Ten Berge’s Pound-vertalingen ook Ten Berge leest. Of Dominique de Groen die zich door de gedichten van Balestrini heen werkt. (En er wat anders van maakt).

Ik kan me overigens niet anders voorstellen dan dat er legio poëzielezers zijn die tegenwoordig zo hun poëzie lezen, poëzie in talen die ze half of helemaal niet beheersen, of gewoon net niet goed genoeg. (Waarbij het ‘helemaal niet’ tricky is. Ik zou het toch niet helemaal vertrouwen als ik een gedicht in het Japans of Tagalog zou vinden en dat door ChatGPT of DeepL zou laten vertalen. Je krijgt dan wel mee wat het ‘ongeveer’ is, maar ik zou het gevoel houden dat ik mogelijk iets totaal heb gemist, iets dat cruciaal is voor de ervaring of het begrip van het gedicht. Wat dat dan is? Iets met taal- of klanknuance, en ook iets dat te maken heeft met culturele vertaling? Dat ‘gat’ is superinteressant, omdat het iets lijkt aan te duiden waar het in poëzie ook om gaat). (Enzovoorts).

In de posts hieronder & hierboven staan de teksten. Wordt (hopelijk) vervolgd.

Bedenk ik nu: kan ook nog zijn dat ChatGPT gebruik heeft gemaakt van een Engelse (Amerikaanse) vertaling van dit gedicht. (Hoewel, nee, ik vind niet zo snel een Engelse vertaling, Blackout is wel vertaald, een reden waarom ik met Miss Richmond wilde beginnen).

leesvoer,nl,reading matter,research,software,ubiscribe,vertaling | June 22, 2023 | 10:58 | Comments Off on ChatGPT & DeepL als poëzievertalers |

Evening of the V2_Archive

Tonight – 22nd of June 2023 – I’m one of the speakers on the Evening of the V2_Archive, at V2_ in Rotterdam: https://v2.nl/events/evening-of-the-v2_archive/.

Here’s the blurb:

At the Evening of the V2_Archive we’ll look at digital archives as dynamic spaces for creative experimentation. How can digital archives inform and inspire artistic practice and even provide raw material for new artworks? At this event we’ll take a closer look at a range of artistic approaches that can uncover new patterns and relationships in the V2_ archive but also offer a fresh perspective on how digital archives can be experienced.

Marijn Bril will take us on a question-driven journey through the online archive, after which Sandra Golubjevaite will lead the audience in a collective ambient browsing experience. Finally, Vera van der Burg will show us how artificial intelligence could radically change how digital archives are used and experienced in the future. V2_’s archivist Arie Altena will introduce the V2_archive, and Katažyna Jankovska will moderate the event.

en,free publicity,research,ubiscribe | June 22, 2023 | 9:44 | Comments Off on Evening of the V2_Archive |

1992-1995

Van 1992 tot en met 1995 (of was het 1996?) was ik Aio – nu zou je zeggen PhD-student – bij Literatuurwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Ik werkte aan een proefschrift over het ‘zelf’ in de postmoderne Amerikaanse literatuur. Ik heb het proefschrift nooit afgemaakt. Dat had verschillende redenen. Ik liet me afleiden door interesses die verschillende kanten uitschoten. Van DeLillo naar David Foster Wallace, cyberpunk, Haraway, Vollmann, hypertekst, Derrida, Churchland, McLuhan, interactieve literatuur en nog veel meer. Doorslaggevend was dat in die periode de wereld van het WWW ook intellectueel een stuk stimulerender bleek dan de academische wereld.

Sinds 1995 staan de fragmenten van het niet afgemaakte proefschrift op mijn computer. Ze zijn netjes meegemigreerd, van de powerbook 100 naar de 4400, naar de eerste ibooks en Airmacs. In 2019 zocht ik het bij elkaar en keek ik of ik de bestanden nog kon lezen. Dat viel alleszins mee. Hier en daar wat garbage – ik denk vooral in documenten die ik in MacWritePro schreef.

Dit jaar later besloot ik het eens te gaan herlezen. Dat viel niet mee. Maar misschien dat iemand deze fragmenten van een onafgemaakt proefschrift interessant vindt: als teken des tijds, typisch voor midden jaren negentig, toen de transformatie naar een door internet gedreven informatiesamenleving werd ingezet. Ik heb het allemaal op mijn homepage gezet (https://ariealt.home.xs4all.nl/ (mirror hier op ariealt.net). Wel een beetje verstopt (helemaal onderaan). Om een wat completer overzicht te hebben over wat ik in al die jaren heb gedaan, en ook om ervan af te zijn.

nl,research | February 24, 2023 | 12:46 | Comments Off on 1992-1995 |

Nikel and the void

Article from the Barents Observer / Novaya Gazeta: https://thebarentsobserver.com/en/2022/01/nikel-and-void-it-left-behind. (The smelter has been closed already a while ago. Almost none of the intended new projects have come off the ground. They even wanted to develop the Kola Superdeep into a tourist destination. I still love Nikel in a strange sort of way. I’ve been there a couple of times.)

en,leesvoer,reading matter,research | January 29, 2022 | 14:08 | Comments Off on Nikel and the void |

KABK: The Parasite

Yesterday I did a presentation as part of the Studium Generale at the KABK. ‘Serres – Latour – Tsing, 1980 – 2019: from the parasite to the matsutake mushroom’. Beautiful poster by Dayna Casey. Great audience, good questions. Thank you!

My ‘notes’ are here: https://ariealt.home.xs4all.nl/2019/kabk/2019_kabk_parasite_presentation/2019_kabk_parasite_presentation.html. (‘Hidden’ but easily accessible if you have the address). Oh, and I changed the title.

art,free publicity,quotations,research,writing | October 18, 2019 | 16:10 | Comments Off on KABK: The Parasite |

Ongepubliceerd, 1995

Deze vond ik ook terug. De inleiding tot mijn hoofdstuk over Gibson en cyberpunk voor wat mijn PhD over postmodernistische Amerikaanse literatuur had moeten zijn. Geschreven in 1995. (Document laatst bewerkt op 1 juni 1995). Om u er maar even aan te herinneren dat de vragen die we ons nu stellen over technologie bijna 25 jaar geleden ook al gesteld werden. Even daarvoor had ik leren HTML-en de wereld van Mediamatic was een stuk spannender – ook voor een ‘theoriehoofd’ als dat van mij – dan die van de universiteit.

1.
“Dromen de postmodernen eigenlijk van een mutatie?” Deze vraag werd mij ooit eens gesteld door de essayist Arjen Mulder. Ik wist er toen geen antwoord op te geven en bleef steken bij overwegingen als “welke postmodernen bedoel je”, “wat versta je onder een mutatie?” en “wat bedoel je met dromen, wie droomt er, de schrijver? de personages?” De vragensteller dacht dat je in ieder geval kon stellen dat Burroughs en Gibson in hun werk dromen van een mutatie. Ik knikte maar wat, gehinderd door mijn literatuurwetenschappelijke overwegingen, niet overtuigd.

De vraag is door mijn hoofd blijven spoken. Droomt Wiliam Gibson in zijn cyberpunkromans van een mutatie? Droom hij van een nieuwe, veranderde mens? Droomt hij van een subject dat beter dan het “oude, modernistische, autonome subject” aangepast is aan de datamaatschappij, een wereld waarin alles informatie is, een werkelijkheid die spektakel is, een mediamaatschappij? Spreekt uit zijn verbeelding van de (toekomstige) wereld het verlangen naar een veranderde mens, een verbeterde versie -een snellere mens, met een grotere geheugenruimte en scherpere zintuigen? Droomt hij van een metamorfose?

William Gibson’s cyberpunkSF wordt al tien jaar gevierd als de literatuur waarin de belangrijke kwesties die deze tijd beheersen op een literaire manier aangesneden worden. Waar de literatuur het af zou laten weten als het gaat om zaken als de invloed van kunstmatige intelligentie, de almacht van data, de media, biotechnologie en gentechnologie, daar zou de cyberpunk die behandelen.

Gibson roept in zijn werk inderdaad een aantal vragen mee op die in de hedendaagse literatuur nauwelijks aan de orde komen: wat is het verschil tussen een AI en de intelligentie van de mens -bijvoorbeeld wat hun handelingsmotieven betreft-, wat is het gevolg van de technologische aanvullingen en verbeteringen van de mens, van de alomtegenwoordigheid van technologie überhaupt; hebben de personages wel een duidelijke identiteit -zo ja, waarom?- is er misschien sprake van een ander subjektsbegrip, het subjekt als cyborg (zie Haraway 1991), een technologisch lichaam (zie Arjen Mulder 1992), perverse koppelingen, of verandert er niets fundamenteels?

Wat mijns inziens centraal staat in Gibson’s werk, buiten de duidelijk aanwezige beschrijving van een nabije toekomst vol intieme technologie en vol media, is de plek van de mens en van pure, ik zou haast zeggen ouderwetse, menselijkheid. Ondanks alle fascinatie voor (bio)technologie en snelheid, extremer haast dan die van de futuristen, wordt de sfeer in Gibson’s boeken sterk getekend door een soort nostalgie, een verlangen naar menselijke warmte en nabijheid van de natuur. Op de achtergrond speelt telkens mee dat in de datamaatschappij, de gemedialiseerde wereld die Gibson schildert vaardigheden die belangrijk waren in een cultuur van geletterdheid er weinig toe doen en andere vaardigheden, zoals visuele ‘geletterheid’ veel belangrijker zijn. Ook dat verandert de mens. De kwestie die de leidraad vormt van dit hoofdstuk is de spanning die er volgens mij in het werk van Gibson, en met name in Neuromancer, bestaat tussen enerzijds een fascinatie voor alle mogelijke (bio)technologische veranderingen van de mens (de droom van een mutatie) en het vasthouden aan een, volgens sommigen ouderwets, beeld van een autonoom subject. Het is de spanning tussen een vervagen van ooit fundamenteel geachte grenzen en het vasthouden aan of verlangen naar zuiverheid. Deze spanning komt in zijn cyberpunktrilogie onder andere tot uiting in de verschillende personages. Droomt Gibson van een mutatie? Veel personages passen hun lichaam aan zodat ze optimaler kunnen functioneren, of beter kunnen genieten van de simstimsoaps (ooglenzen met een hogere resolutie!), maar er zijn ook personages, en dat zijn meestal de hoofdpersonen, die liever in veel opzichten schoon blijven, verschoond van technologische opvoering van hun zak organen. In de woorden van Case: “Cowboys didn’t get into simstim, he thought, because it was basically a meat toy. He knew that the little plastic tiara dangling from a simstim deck were basically the same, and that the cyberspace matrix was actually a drasic simplification of the human sensorium at least in terms of presentation, but simstim itself struck him as gratuitous multiplication of flesh input” (Neuromancer p. 71.) Maar Neuromancer gaat ook over een AI die tracht te evolueren en zelfbewustzijn verwerft; de thematiek van mutatie wordt ook op dat niveau uitgespeeld. Mutatie betekent overigens “spontane verandering in een organisme die niet het gevolg is van bastaardering”. Een cyborg, een vermenging van technologie en organisme is niet hetzelfde als een mutatie. De mutatie waar Gibson van droomt -als hij er inderdaad van droomt- is een essentieele verandering van de mens (of een AI) binnenin.

nl,research,ubiscribe | April 10, 2019 | 9:49 | Comments Off on Ongepubliceerd, 1995 |

Een document uit 1992

Ik zocht op mijn laptop naar oude documenten, en vond deze, laatst geopend in 1992, toen ik nog AiO Literatuurwetenschap was. Dubbelklikken werkt natuurlijk niet, openen met TextWrangler levert dit op. (Het is een aantekening voor eigen gebruik, dus met tik- en schrijffouten).

?7  
™h      ) S S S S
]
g g@ ßx ;

?
U*
+ David Porush:
The Soft Machine, Cybernetic Fiction,
1985, Methuen, New York & London.

Gaat uit van drie vooronderstellingen:
1. Postmoderne fictie is nog steeds een belangrijke force in onze cultuur. Het leert ons op nieuwe manieren te lezen & ze de wereld op nieuwe manieren te lezen (p. ix).
2. De grenzen tussen de disciplines zijn enkel “comforting but illusory props”. Er is interactie tussen kunst en technologie: door kunstenaars bedachte metaforen impliceren een andere manier van kijken. De verschillende disciplines worden verenigd door “more fundamental beliefs”. Zijn oorspronkelijke vraag was waarom het beeld van een soft machine zo vaak voorkomt in de postmoderne literatuur; daardoor kwam hij terecht bij de cybernetica, de vader van de computers. Cybernetica werd ontwikkelt als een antwoord op de quantummechanica. Door de quantummechanica drong onzekerheid en toeval binnen in de wereld van de technologie, de cybernetica trachtte deze weer weg te dringen. Iets dergelijks gebeurd volgens Porush in de literatuur: “postmodern authors seek a way to innoculate themselves against technique by injecting its hardness into the soft body of their texts.” (p.x). Het resultaat daarvan is cybernetische fictie, waarover Porush’ boek gaat.
3. Alle taal is gebaseerd op metaforen. de structuren van ons denken zijn gebaseerd op metaforen, die dan ook de sleutel zijn “to deciphering the code of our knowledge, to mapping the hidden vectors of our cosmologies.” (p.xi).

(dit is lijkt me een interessante afwikende mening over de postmoderne literatuur, & één die ik een stuk interessanter vind dan de veel bekendere theorieën).UndoDSaveDQuit
pr. p c
o.m lispp i .l
p r
gaonr36:;¥?zÜ Àh¸?¸¯˜˜Ù@@Ä¿Ä 6XYÄ)Ê À??ˆˆˆÒÏÁ‚ X X X X X X 
?h@????hP??Ê h XhÀ
!”:Åäêïóæø»êHH
?‚?‰+6G{?HH
d’ê@A¥.h††–RH
-:LaserWriter
(K?(µ¿gg
ÄÄg(…gh …

en,history,nl,research,software,ubiscribe | April 10, 2019 | 9:35 | Comments Off on Een document uit 1992 |

Bruno Latour: Waar kunnen we landen

Als nou iedereen (die in politiek is geïnteresseerd of aan politiek doet) dit boekje leest dan schieten we eindelijk een beetje op.

Bruno Latour: Waar kunnen we landen? Politieke oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregime. Bestellen bij Octavo. Super leesbaar vertaald door Rokus Hofstede.

leesvoer,nl,reading matter,research | December 8, 2018 | 0:13 | Comments Off on Bruno Latour: Waar kunnen we landen |

PDF to text = poetry

Zegt Bruno Latour, copypasted uit de PDF:

First, we are no longer at a safe distance from any of the effects of
the “forces of nature”; second we are told by many scientific disciplines that
we have become so big, so cumbersome, that we
,
as humans
,
are now
of
a size
com
mensurable
with
volcanoes and
,
some say
,
with
plate tectonics; as to the
immense grandeur of our morality,
alas,
we seem so dejected, so puny
,
that
we have not the slightest idea of how to respond to the new situation.
The
task
of work
for the humanities i
s even more immense given that we have no
political idea of
what constitutes
the “we” endowed with the ability to
respond to
such a major transformation.
Time indeed to “measure
ourselves
.

Exit the feeling of the sublime. What’s next?
The successor of the
sublime is under
construction.

en,reading matter,research | June 22, 2018 | 11:38 | Comments Off on PDF to text = poetry |
Next Page »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 2.5 License. | Arie Altena