Radio Kootwijk. Langer dan gepland, maar ook precies wat ik van plan was. Ik reed eigenlijk veel te laat weg om helemaal naar Radio Kootwijk te rijden en terug, maar kijk, het ging lekker, ik kreeg zin. Het was eigenlijk heel goed fietsweer – weliswaar zwaar bewolkt en daardoor wat somber, maar in het schaduwloze ‘open veld’ wel zo aangenaam. Heen reed ik langs de Eem en via Bunschoten-Spakenburg en dan over de dijk. Met wind in de rug. Leuk om weer eens over de Veluwe te rijden. Via Stroe en Voorthuizen terug. In Amersfoort op precies dezelfde plek als de vorige keer (jaren terug) verkeerd rijden. En dan bekende wegen. Om half tien terug. Wandrer zegt bijna 92 nieuwe kilometers, maar dat betekent alleen dat ik hier al drie jaar niet was geweest.
Waarom (en wat) lees je?
‘Gedurende mijn schooltijd, gebogen over teksten uit de oudheid, wist ik dat er een betere wereld bestond, en dat een ander leven mogelijk was (…).’ Geerten Meijsing, R.I.P. Gissing.
Kon het toch niet laten, kocht Meijsing’s nieuwe roman. ‘For old times sake’, omdat ik inderdaad tot die volgers behoor waarvan Lodewijk Verduin zegt dat ze ‘er ongetwijfeld plezier aan beleven om in deze janboel nieuwe puzzelstukjes van zijn persoonlijke mythologie te ontdekken.’ (Zie www.groene.nl/artikel/kommer-en-kwel – ik las Erwin en Michaël van Mander al in mijn schooltijd). En misschien ook omdat dit boek belooft een janboel te zijn.
En, ook om tussendoor iets anders te lezen. Ik werk me momenteel door Der Mann ohne Eigenschaften heen. Oké, in de Nederlandse vertaling, om meer te genieten en minder te worstelen…
En ik werd in andere zin beloond. Het boek in de tas, gekocht bij Linnaeus Boekhandel, keek ik even in het boekenkastje schuin tegenover. Huh? Daar stond Kees Ouwens’ Een twee drie, vier…. Juist afgelopen week moest ik weer eens denken aan Ouwens, en dat ik zijn proza nooit las (wel zijn gedichten), iemand die – ook in proza – zijn eigen weg trok. Of ik die weg echt interessant vind, weet ik niet, maar het fascineert me wel, en zo nu en dan bekruipt me de zin om er iets van te lezen. Ouwens lijkt inmiddels zo goed als vergeten, en zijn boeken staan in de OBA niet meer op de plank (wellicht wel in het magazijn). En kijk, daar staan ook Helis’ mythe’, en De eenzaamheid door genot. Wie heeft dat hier neergezet? En een dichtbundel van Pink Poet en maker van decadente Eurotrash Patrick Conrad, met (wat mij betreft vrij afzichtelijke) illustraties. Nou ja.
Zo kwam ik thuis met niet één, maar vijf boeken die zich op verschillende manier voortkomen uit wat voor mij een 1970’s esthetica is. Of iets dergelijks.
(En voor wie het zich afvraagt, ik zet ook op gezette tijden boeken in zo’n kastje).
0703 / 22 / 0.50 / 48 / 2.10
Zonnig en prettig fris, flinke westenwind. Einde van de middag naar Fransche Kamp. F. en R. zijn op vakantie.
Rondje Loosdrecht – Groenekan. Zon, prettig fris (beenstukken), en einde van de avond echt fris (jasje). Perfect fietsweer, nu eens niet door het bos om wat in de zon te rijden, en wel door het bos terug.
Wanneer las ik dat?
Wanneer las ik dat boek ook alweer? Dacht ik, toen er in een artikel over Anthropic weer eens werd verwezen naar Superintelligence van Nick Bostrom. Lang geleden. Ik vond het niet bijzonder interessant. Ik kan het opzoeken. Op 5 juli 2015 maakte ik deze aantekening in mijn leesdagboek:
‘Nick Bostrom’s Superintelligence doorgewerkt. (En eerder een pagina of 20 Hannah Arendt). Pfff, niet al te best – dat boek van Bostrom. Zijn conclusie is oké, maar ook ongelofelijk vanzelfsprekend (dat de Silicon Valley’s dat vergeten is een andere kwestie). De rest van het boek een filosofisch nogal arme, maar duidelijke uiteenzetting van wat AI en superintelligentie kunnen zijn. Filosofisch nogal arm, omdat hij, op het allerlaatste hoofdstuk na, nergens een stap terug of opzij lijkt te kunnen doen, om opnieuw te kijken of wat hij beweert niet een cliché is. Er zich geen reflexiviteit in het boek. Alsof intelligentie alles is. (En trouwens, wat er nu al gebeurt met het internet, maakt de mens al tot slaaf, en wat er gebeurt in de financiële wereld, richt de mens al ten gronde ten gunste van, ja, ten gunste van wat?) Dan is Arendt, 65 jaar eerder (of wat is het 70?) een stuk relevanter, vreemd genoeg.’









