Waarom heb ik dit boek eigenlijk gelezen? En nog wel in de Nederlandse vertaling – zodat er geen lol aan de Duitse taal bij was. Omdat zoveel mensen ‘m gelezen hebben. Ik las sneller en sneller – het is een boek waar je het ook met de samenvatting kunt doen. Het is een komedie. Misschien hou ik niet van komedies. (Enige sterke punt: dat er ook aardig wat doordeweekse en bekende cultuurkritiek in de mond van Hitler wordt gelegd).
![15426_9789085424918[1]](https://ariealt.net/wp-content/uploads/2014/04/15426_97890854249181-187x300.jpg)
Zeker een prachtig boek. Terecht geprezen. Een ‘doorvoeld boek’, waarin je als lezer volledig wordt opgenomen. Indrukwekkend, met beelden die je niet zomaar kwijtraakt. IJzergieterij, Eerste Wereldoorlog, loopgravenoorlog. Hertmans’ boeken lees ik sinds de jaren tachtig.
En toch… De perfecte stijl is soms wat ouderwets. Dat klopt wel met het verhaal en de thematiek, maar een zweem van sentimentaliteit komt dan sneller op. En een paar keer ontkomt Hertmans niet aan al te opgelegde literaire handigheidjes (herhalingsmotieven, een analogie tussen hier en daar, een opgelegd toeval e.d.). Toch bleef ik daar aan haken… Alsof het toch te gemakkelijk werd gladgemaakt.
Maar al met al toch (toch) indrukwekkend hoe hij de memoires van en zijn herinneringen aan zijn grootvader heeft weten te verwerken tot (gieten in) een roman.

Uitgelezen. Twaalf hoofdstukken – en een slot – over de ontwikkeling van de cartografie. Vanuit twaalf kaarten die ieder een waterscheiding waren in de afbeelding van de wereld en onze verhouding daartoe. Uit 2012, de Nederlandse vertaling (die ik las) is van 2013. Erg goed en verhelderend overzicht – zelfs als je een deel al weet – met veel, heel veel context.

Ik probeer al jaren Jean Paul te lezen. Dat lukt soms, voor een paar pagina’s, soms een kwart boek. Dan haak ik weer af. Jean Paul, favoriet van Arno Schmidt, verwant aan Fielding, Smollett – er zijn allerlei redenen om z’n boeken te lezen. Nieuwe poging tot begrip via de oude (herziene uitgave) biografie (1976) door DDR-schrijver Günter de Bruyn. Dat helpt – een biografie van te overziene omvang, erop gericht lezers voor Jean Paul te winnen. Ik heb nu in ieder geval wat fundamentele zaken op een rijtje.

Om te vermelden, wat ik zoal las. Voor iets meer dan de helft gelezen: Agamben’s bundel Naaktheden, met o.a. een intrigerend essay over het contemporaine (mooi – maar dat is aan Agamben wel besteed). Wanneer het echt theologie of een 20/21e eeuwse versie van scholastiek wordt, haak ik af. En Eric Schlotter’s boek over het nucleaire tijdperk: Command and Control – verhalende onderzoeksjournalistiek, met focus op de nucleaire (bijna) ongelukken. Eerste helft aandachtig gelezen, tweede helft afgeraffeld – het is zo’n boek waarbij dat lijkt te kunnen.


En dan leen je een boek waarvan je denkt: ik kijk ‘t in, ik lees 1 misschien 2 hoofdstukken – en dan lees je ‘t bijna helemaal. Marita Mathijsen’s Historiezucht, over het ontwaken van historisch besef in de negentiende eeuw. (In Nederland, Duitsland, Engeland, Frankrijk).

Uitgegeven door Vantilt.
Leesgedrag – niet een lijst uitgelezen boeken, zeker geen recensies. Losse notities die enkel proberen vast te houden wat ik deed. Dinsdagavond – ik ben naar de bibliotheek geweest. Leesavond. (Zeldzaam).
Rancière-vertaling, Het esthetische denken. Zo’n beetje helemaal doorgewerkt (plus soms wat moeizaam geschreven maar inzichtelijke uitleiding van Sudeep Dasgupta). Nee, ik zal nooit Rancière-liefhebber worden. Ik begrijp zijn punt, ik begrijp waarom anderen – vooral in de kunst – hem inspirerend vinden. Zelf blijf ik er nogal lauw onder. Dus ook geen zin om hier een betoog te houden over wat en waarom.

A.H.J. Dautzenberg: En dan komen de foto’s. Omdat ik geen tevee kijk, en verder ook nogal matig op de hoogte ben, heb ik het ‘fenomeen’ Dautzenberg gemist. Dit is het eerste boek van ‘m dat ik ‘lees’ (doorwerk, scan, een stuk of wat verhalen lees ik helemaal, andere blader ik door). (Ik heb het boek niet gelezen, maar niet gelezen heb ik het ook niet). Geen zin in meer – en toch weet ik dat ik al zijn andere boeken van de bibliotheek zal lenen en op zn minst deels zal lezen. Type: zweep (die d’r nodig ‘ns overheen moet). Geen psychologie: fijn. Onderwerpen waar ik niks mee heb: minder.

Roland Barthes: The Neutral. Gebladerd. College-aantekeningen. (Nauwelijks te lezen – maar vol interessante hints. Moet bestudeerd worden – maar niet door mij, denk ik).
Philip K. Dick: A Maze of Death. Eerste pagina’s. Zat er wel meteen ‘in’.
Je begint een boek te lezen – een roman meestal. Met plezier. Je leest flink door – zo tot voorbij pagina honderd op zn minst. Dan is er even geen tijd. Het boek blijft liggen. Als je het weer oppakt vraag je je af: waarom zou ik dit uitlezen? De interesse is verdwenen. De spanning ook. Die 100+ pagina’s waren genoeg. Het valt zo uit. Drie voorbeelden van boeken die ik recent (nog) niet heb uitgelezen.
Ilja Leonard Pfeiffer: La Superba

100+ pagina’s is genoeg. Schrijven kan hij.
Iris Murdoch: Under the Net

Min of meer bij toeval in begonnen. Nooit iets van haar gelezen. Mooi – en intrigerend hoe ‘blatant’ verschillend de sociale contacten en arrangementen zijn (zonder al die communicatietechnologie), dacht ik. Stuk of wat hoofdstukken genoeg (maar eerlijk gezegd heb ik dit boek nog niet helemaal opgegeven).
Roberto Bolaño: Woes of the Policeman

Vintage Bolaño – maar mij bekroop meer en meer het gevoel de outtakes van 2666 te lezen, outtakes die er niet voor niets zijn uitgeknipt. (Op een ander moment lees ik het vast uit).
Z’n langverwachte boek over het ‘moving panorama’. Ik interviewde Huhtamo vorige maand (die tekst komt binnenkort op de Sonic Acts website). Las ook zn boek – wel, zoals dat gaat bij allerlei andere beslommeringen en verplichtingen: doorgewerkt, geracet, maar nog niet werkelijk, echt, hoofdstuk na hoofdstuk, zin voor zin, gelezen, en dus niet in staat om een echte recensie te schrijven. Wel genoeg om te zeggen: een boek om enthousiast van te worden.

Recensie van Jan Baetens & Arnoud van Adrichem: http://www.dereactor.org/home/detail/schateiland_van_het_bewegend_panorama/
Als verslag. Want anders ben ik het zelf binnen een week vergeten. Ik las zo’n 150 pagina’s uit Christa Wolf’s Ein Tag im Jahr, 1960 – 2000. Ieder jaar de 27e september nauwgezet beschreven. Boeide me aanvankelijk – vooral het dagelijks leven, opvoeden van de twee kinderen, de strijd om concentratie en tijd te vinden voor het schrijven. Christa Wolf’s werk heb ik verder nooit gelezen. Het boeide me niet. De DDR boeide me niet, de moeizame verhouding tot het ‘systeem’ boeide me niet, de vorm van engagement boeide me niet. Dat interesseert me nu meer. Maar na 150 pagina’s begon ik het op te geven. Las nog wat vooruit, las wat van de laatste jaren. Het boeide me niet meer. Wat een moeizaamheid, die problematiek, verstrikt in een systeem en toch willen blijven geloven in een maatschappijvorm die je (zo lijkt het toch) zelf geen goed doet. Moeilijke positie, zeker onterecht om het zo af te serveren, waarschijnlijk de moeite waard om echt door te denken en je in te verdiepen. Maar nee, dat is niet voor mij, dat is voor iemand anders. (En ergens ook een gevoel dat er fundamenteel iets mis is in dit boek – een onoprechtheid, een angstig verzwijgen – bij alle pogingen om eerlijk en oprecht te zijn).

Ook doorgelezen, de Open over autonomie. (‘In een tijd van ideologische en politieke crises, waarin mensen en dingen meer op zichzelf worden teruggeworpen, gaat van autonomie een hernieuwde aantrekkingskracht uit.’) Vooral om te zien of ik iets had gemist… Of niet. Niet echt. (Neemt niet weg dat het een mooi nummer is – en zo’n beetje alles wordt gecoverd).
