(Inhalen, inhalen, inhalen – en dus lees ik alles te snel. Nu weer Thomas Metzinger’s De egotunnel, omdat ik het toch niet kan laten om ook te willen weten hoe het ervoor staat in de filosofie die door empirisch hersenonderzoek wordt geïnformeerd. Goed boek, helder – maar op mij komt het allemaal een stuk minder baanbrekend en schokkend over als Metzinger doet voorstellen. Maar dat zal komen omdat ik bijvoorbeeld mn portie Churchland gelezen heb, en te veel postmodernistische en avant-garde literatuur, en Burroughs, en ook de maatschappelijke implicaties van een door technologie bij- en aangestuurd bewustzijn (o.a. psychofarmaca) voor mij niet nieuw zijn (en inderdaad uiterst belangrijk).) (Veel te snel gelezen om kritiek te kunnen leveren – in de laatste twee hoofdstukken ontspoort Metzinger wel een beetje. Hij heeft groot gelijk dat hij de maatschappelijke kwesties aan de orde stelt, – neuro-ethiek wordt, nee is, belangrijk – maar de nuance schiet er daar wel een beetje bij in. (Ik moet dan altijd weer denken aan het profwielrennen als de grote experimenteertuin voor de nabije samenleving: trainingstechnieken, farmacie, strikte regelgeving, totale surveillance). En trouwens, de vraag hoe je je bewustzijn stuurt en bijstuurt – via media en technologie – is altijd al een kwestie geweest. Tot in het meest banale en simpele aan toe: dwing ik mezelf een boek te lezen? ga ik wat surfen? Probeer ik in heldere zinnen te schrijven? Enz. Enz. Enz. Ik zei toch: ik heb het boek te snel gelezen. Voor filosofische kritiek op Metzinger: zie dit artikel van Graham Harman.

Briljante geschiedenis van de (Noord-) Nederlandse literatuur – 1700–1800 De republiek – door Inger Leemans & Gert-Jan Johannes. Recensie laat ik graag over aan de specialisten. (Ik zou maar in superlatieven vervallen…) Zeer indrukwekkend, inzichtelijk, leesbaar, helder – je zou er meteen specialist in achttiende eeuwse Nederlandse literatuur van willen worden.

Zie ook: wormendonder.nl/
Geprezen boek over JS Bach. Terecht. Eindelijk heb ik een helder beeld van de positie van Bach binnen de (Duitse) cultuur van barok (Dertigjarige Oorlog) en overgang naar Verlichting (koffiehuizen), zijn positie binnen de religie, en binnen de muzikale ontwikkelingen (opera) en de politiek van zijn tijd. Gardiner richt zich voornamelijk op het vocale werk van Bach – en peurt daaruit een beeld van de persoonlijkheid van Bach – en dat is voor mij persoonlijk het enige ‘minpunt’ van het boek. Ik hou nu eenmaal veel meer van Bach’s instrumentale werk en had daarover graag meer gelezen, zoals ik ook graag meer had gelezen over de interpretatie van zijn werk door de twintigste eeuw heen. Die aspecten vallen (opzettelijk) buiten de scope van dit boek. De hoofdstukken met nauwgezette analyse van de Johannes en Mattheus Passie zijn dus niet helemaal aan mij besteedt en die heb ik wat al te vlug-vlug doorgelezen.

Zo vanzelfsprekend is het meeste dat Moretti doet. Hier verwachtte ik vooral oppervlakte-analyse, gebaseerd op veel data, die inzicht oplevert in de ontwikkeling van de literatuur en de (zelf)definitie van de middenklasse, de bourgeois. Dat zit er in, maar er is ook veel meer. Stilistiek, van een soort die eind jaren zeventig afgeserveerd is, maar in een andere vorm (met ‘big data’-analyse) terugkeert en inzicht oplevert, of ondersteuning voor hypotheses en cliché-veronderstellingen – of deze juist ondergraven. Simpel, maar niet simplistisch. En in dit boek ook tekstinterpretatie. Omdat ik geïnteresseerd ben in de culturele transformaties lees ik dit graag – de transformaties komen in beeld door Moretti’s onderzoek. (En het beeld dat de bourgeois / burger van zichzelf schept). Sympathiek & goed: er is steeds ruimte om je af te vragen of je het wel eens bent met Moretti’s uitgangspunten en methodes, er zijn op elke pagina kansen om wat hij vindt (in dubbele zin) te nuanceren of een andere richting te geven.

Losse essays, die heel duidelijk de ontwikkeling van Moretti’s methodologie schetsen. Misschien zit er een oppervlakkige kant aan zijn gebruik van Wallerstein, netwerktheorie en kwantitatieve analyse – tenminste in strikt filosofische zin – het levert wel intrigerende inzichten op, en verrijkt het beeld van de literatuur. Erg goed. (Worm en Donder, de geschiedenis van de 18e eeuwse literatuur van o.a. Inger Leemans, is een ander voorbeeld van wat al dat onderzoek van de schaduwliteratuur, het sociale en economische veld, etc. oplevert: een overtuigend inzicht in de transformaties in literatuur en maatschappij).

In de Engelse vertaling gelezen – die had ik op mn e-reader, de Nederlandse niet. Geprezen roman, kundig gedaan, intelligent van structuur, intelligente manier om het verleden van het Pinochet-regime – het verleden van een generatie vóór Zambra – en de verdwijningen te benaderen, verwerken, erop te reflecteren. Maar wat is het toch met die stijl van simpele zinnen, vrijwel zonder bijvoegelijke naamwoorden en bijwoorden?

Een heel essay – van bijna romanlengte – over Stalker. Of een persoonlijke reflectie erop (en autobiografie). Stalker: ook mijn favoriete Tarkovski-film. Mooi hoe persoonlijke geschiedenis en filmbeschouwing worden verwoven. (Wat me definitief over de streep trok: dat Dyer niets moet hebben van Tarkovski’s laatste films – die als je het mij vraagt een ideologisch niet te harden conservatief-katholiek boodschap verpakken in pseudomystieke onzin en pretentieuze nep-poëtische beelden (voor zover ik kan oordelen, want ik heb Het Offer en Nostalghia nooit kunnen afkijken).)

Keuvelende uiteenzetting van Earth Systems Science, degelijk wetenschappelijk waar het geologie betreft en wat amateuristisch (of wekt die indruk) op andere gebieden. Hmm. Heel goed bedoeld en veel intrigerends en behartenswaardigs, maar filosofisch wat naïef. Enz. Ja, ik heb t doorgelezen, en ook een en ander overgeslagen.

Waarom heb ik dit boek eigenlijk gelezen? En nog wel in de Nederlandse vertaling – zodat er geen lol aan de Duitse taal bij was. Omdat zoveel mensen ‘m gelezen hebben. Ik las sneller en sneller – het is een boek waar je het ook met de samenvatting kunt doen. Het is een komedie. Misschien hou ik niet van komedies. (Enige sterke punt: dat er ook aardig wat doordeweekse en bekende cultuurkritiek in de mond van Hitler wordt gelegd).
![15426_9789085424918[1]](https://ariealt.net/wp-content/uploads/2014/04/15426_97890854249181-187x300.jpg)
Zeker een prachtig boek. Terecht geprezen. Een ‘doorvoeld boek’, waarin je als lezer volledig wordt opgenomen. Indrukwekkend, met beelden die je niet zomaar kwijtraakt. IJzergieterij, Eerste Wereldoorlog, loopgravenoorlog. Hertmans’ boeken lees ik sinds de jaren tachtig.
En toch… De perfecte stijl is soms wat ouderwets. Dat klopt wel met het verhaal en de thematiek, maar een zweem van sentimentaliteit komt dan sneller op. En een paar keer ontkomt Hertmans niet aan al te opgelegde literaire handigheidjes (herhalingsmotieven, een analogie tussen hier en daar, een opgelegd toeval e.d.). Toch bleef ik daar aan haken… Alsof het toch te gemakkelijk werd gladgemaakt.
Maar al met al toch (toch) indrukwekkend hoe hij de memoires van en zijn herinneringen aan zijn grootvader heeft weten te verwerken tot (gieten in) een roman.
