Nog een gitaarplaat, uit 1985, jaar van de muziek, waarin nieuwe muziek uit Cuba werd gepromoot, blijkbaar, gelimiteerde oplage cadeau gegeven aan Nederlandse componisten. Stukken van Brouwer, uiteraard, Gramatges, Angulo en Fariñas. Lekker post-serieel avant-gardistisch met Robby Faverey en Stanley Noordpool op gitaar. Ik kan daar eindeloos naar luisteren.

http://www.discogs.com/viewimages?release=1513037
De zon schijnt, misschien dat gitaarmuziek nu goed valt. Nog een oude LP, John Williams speelt het gitaarconcert opus 67 van Malcolm Arnold en het eerste gitaarconcert van Leo Brouwer, met de London Sinfonietta. Opnames uit 1977.
Het stuk van Malcolm Arnold heeft een paar fraaie passages in het langzame deel, en de gitaarpartij is mooi geschreven. De snellere delen vertonen een soort quasi-klassiekerige filmmuziekesthetica die ik onverteerbaar vind – het eerste deel vind ik onluisterbaar.
Leo Brouwer is zonder twijfel mijn favoriete gitaarcomponist. Zijn concert voor gitaar en klein orkest lijkt vooral een bewerking van motieven uit zijn briljante solostukken en dat pakt een stuk minder goed uit. Gitaar plus. Stukken vooruitstrevender dan Arnold, maar het gebruik van destijds vooruitstrevende compositiemethodes voor de orkestscore is ‘volgens het boekje’ – wat overigens betekent dat er best wat te genieten valt (hmm, heel fraaie zachte passage met bijna-drone voor trombone en strijkers (?)). Ik prefereer Brouwer voor gitaar solo. Hij denkt vanuit de gitaar en komt zo tot prachtige resultaten. Ik ken geen componist die hem dat nadoet of heeft nagedaan.

http://plum.cream.org/williams/records/035.htm
In de ‘studio’ aan het werk. Vinyl nummer zeven: Song for Biko (1978) van de Zuid-Afrikaanse bassist Johnny Dyani, met Don Cherry, Dudu Pukwana en Makaya Ntshoko. Met een losse ritmische aanpak die niet helemaal freejazz wordt, op het eerste gehoor vreemde bassfiguren, ostenati en tegenritmes van Dyani, melodieuze thema’s en meeslepend spel van Cherry en Pukwana. Mooi. Diep en ‘uplifiting’.
Van de hoestekst, Johnny Dyani: “I am a folk musician, and I don’t like to see my work described as jazz because it introduces connotations that I don’t regard as relevant”.

Zaterdagochtendrondje, 9.45 – 11.30. Bewolkt, 10 graden, en harde tot stormachtige en vooral lastige wind. In de stad en in de luwte viel er goed te fietsen, maar in het open land, en vooral met passerende auto’s en zijwind vond ik het lastig (je kreeg soms van die plotse klappen van de wind waardoor je een meter opzij vliegt). Vandaar dat ik 2x voor het nieuwe fietspad in het Amstelland koos.
Marcusstraat – Amstel – Langs de Akker – fietspad – Nesserlaan – Uithoorn – Nes – fietspad – Ouderkerk – Amstel – Marcusstraat

Dubbel-LP waarvoor ik, als ik het me goed herinner, de volle prijs heb betaald. Historische live-opnames. Veel naar geluisterd, ook al klinkt de ritmesectie op veel tracks als ongenuanceerde tweekwartsklop en was JATP een veredelde jamsessie. Met Coleman Hawkins, Buck Clayton, Willie Smith, Dizzy Gillespie…. Electrifying indeed.
De werkelijke aantrekkelijkheid van deze muziek ligt in de ontmoeting tussen Bird & Pres. Lester Young op z’n aller-allerbest, en Charlie Parker in een swing-context waardoor des te beter te horen is hoe radicaal, vernieuwend en adembenemd de weg is die hij is ingeslagen. Dat kun je nog steeds voelen. Hij fietst er dwars doorheen, alsof een nieuwe dimensie zich ontvouwt. (Dat wonder, dat iets van 50 of 65 jaar geleden nog steeds ‘fris’ kan klinken).

http://www.jazzdisco.org/charlie-parker/discography/session-index/#460128
Ik heb een tijdje klassieke gitaarmuziek op vinyl gekocht. Ver in het cd-tijdperk, tweedehands, zo lang het maar een paar gulden per plaat was, liefst Renaissance of twintigste-eeuws. Dit is een opname uit 1978 van John Williams die stukken van Ponce (1882 – 1948) speelt. Had er jaren niet naar geluisterd, ben altijd gecharmeerd geweest van de stukjes van Ponce (die tot de top van de gitaarliteratuur horen), maar had nu toch even nodig om er echt in te komen. Harde wind, klepperende deuren en goederentreinen; niet helemaal weer en tijdstip voor klassiek gitaar. Klassiek gitaar is iets voor de vroege ochtend. Ik heb ergens een cassettebandje met andere uitvoeringen van deze stukken, die heb ik altijd beter gevonden. Soms lijkt het alsof je de stukken net iets vloeiender of ritmischer kunt (moet) spelen dan deze interpretatie van Williams.

http://plum.cream.org/williams/records/036.htm
7”. 2008 productie van Moha! door Jeff Carey (supercollider3 & premix). MoHa! in meer gestructureerdere vorm – met als effect grotere fragmentatie. De sound is ‘dense’ en soms heel gelaagd. “A beautifully evil cartoon score – fractured and malevolent and funny” schreef The Wire. Live was het overweldigend, gebalde energie.

Sinds 1 februari heb ik 30 m2 ruimte extra: een werkplaats, een atelier, een studeerplek. Ongeveer de helft van mijn spullen verhuis ik in de komende tijd daarheen, boeken, gitaren, fietsen. In mijn werkkamer thuis – die dubbelt als logeer- en soms slaapkamer – gaan we een kamer voor R. bouwen. Het geeft me de gelegenheid om voor het eerst sinds jaren weer een platenspeler aan te sluiten op een versterker en luidsprekers. Ik ben van plan om door mijn platenverzameling heen te luisteren. Een echte verzameling kun je het niet noemen. Ik nam cassettebandjes op, ik heb nooit veel platen gekocht. Mijn ‘verzameling’ bestaat vooral uit wat goedkope en tweedehands jazz (bebop, hardbop, freejazz, Coltrane), aangevuld met wat meer rock-georienteerde avant-garde, en een klein beetje klassiek.
Het meest recent gekochte vinyl is hedendaags, een paar dingen van Morten Olsen. Zoals de eerste LP die ik oplegde: conditions for a piece of music van ultralyd (Olsen, Brandsdal, Hana, Moster) uit 2007. Voor zover ik weet allemaal doorgecomponeerde stukken, met een Feldmaneske benadering van het geluid, uitgerekt, trage tempo’s, lage bas, sustain. Olsen speelt behalve de drumkit veel vibraphone. Het materiaal is te vergelijken met dat van de drone rock, Stephen O’Malley-like, maar de uitvoering is ingehouden, en, tja, op structuur gericht (wat sfeer oplevert) in plaats van op het opwekken van een sfeer door een overload aan geluid.
Live was ultralyd overigens wel heel luid en hard. Zeker op die ene avond toen KTL (Pita & O’Malley) na hen speelde.
Ik vind de LP conditions for a piece of music ook vandaag nog altijd geslaagd en erg mooi en heb het idee dat in het terrein dat Ultralyd hier betreedt nog veel te ontdekken valt. Het is muziek die mij na aan het hart gaat. (De beschrijving op de site van Rune Grammofone meldt dat het lijkt op King Crimson anno 1973 – hmm. Not for me).

http://www.runegrammofon.com/artists/ultralyd/rcd-2065—ultralyd-conditions/
http://boomkat.com/cds/35185-ultralyd-conditions-for-a-piece-of-music
Geen grote leestijd. Een biografie van Edgar Allan Poe – die van Peter Ackroyd – niet uitgelezen; geen leesavonturen in ZT; wat gebladerd in Flaubert. Gisteravond wel een lacune gedicht door achterelkaar de eerste en de allerlaatste Kuifje te lezen. De andere 22 ken ik van buiten – vroeger hadden J. & ik samen alle albums. De avonturen van Kuifje in het land van de Sovjets is vooral genietbaar omdat je veel tekeningen en ensceneringen herkent uit latere albums. Aardig om ze hier in allereerste vorm te zien. Kuifje en de Alfa-kunst heb ik altijd links laten liggen in de veronderstelling dat deze postume publicatie van schetsen voor een onvoltooid verhaal alleen waarde hadden voor Hergé-onderzoekers en Hergé-completisten. Verrassing was dan ook om een bijna voltooid verhaal te vinden waarbij je zelf moeiteloos een voorstelling van het stripboek kunt maken. En, wat ik niet wist, dat Kuifje eindigt op het moment dat de eeuwig jonge reporter opgesloten zit met het vooruitzicht om overgoten te worden met kunstvezels en te sterven als modern kunstwerk – zonder nut, want kunst is kunst en niets anders.


Het gebeurt niet vaak, bij de hoeveelheden gigabytes mp3s en flacs die binnenstromen in het ‘download’-mapje, en vervolgens één keer worden beluisterd (als ze al worden beluisterd), dat je aandacht vol gepakt wordt door wat je hoort. Veel luisterwerk is inderdaad ‘werk’, ‘afluisteren’, ‘uitchecken’, ‘leren kennen’.
De 10 CD box Musica Improvvisa, met recente geïmproviseerde muziek uit Italië, uitgegeven door het onvolprezen Die Schachtel, pakte me, en ik luister er nu herhaaldelijk naar. Slechts één naam kende ik (Domenico Sciajno – oké, en Gene Coleman en Hans Koch maar dat zijn geen Italianen). Het meeste valt binnen gekende kaders van de hedendaagse geïmproviseerde en elektro-akoestische muziek, instrument+laptop, vaak zacht, op textuur gespeeld, met veel reminiscenties aan AMM en Nuova Consonanza, maar het is allemaal zeer geconcentreerd en precies. AMP en Ligatura zijn voor mij de hoogtepunten.
Overigens kost de box slechts 50 euro, en is de oplage 500. Er zit ook nog een DVD bij. I feel tempted & obliged.

http://www.dieschachtel.com/editions/DSIMP1.html