Samuel R. Delany: The Jewel-Hinged Jaw

Essays van Samuel Delany over SF – de ondertitel van deze ‘revised edition’ is Notes on the Language of Science Fiction. Uitgelezen? Min of meer. Nog steeds kan ik mijn gedachten er slecht bijhouden als ik lees.

(Uitzondering is The Pale King, dat ik ook aan het lezen ben, maar dat is zo ongeloofelijk goed, en op allerlei indirecte en misschien oneigenlijke manieren pijnlijk om te lezen dat het me niet altijd lukt om me er in te verdiepen).

Daarom probeer ik me maar te ontdoen van boeken die al een tijdje op de stapel ‘nog uit te lezen’ liggen. Zoals deze Delany. Ik lees graag de opstellen van Delany, om het schijnbare ‘schrijfgemak’ dat er uit spreekt, om zijn belezenheid en enthousiasme – en als hij te wijdlopig wordt ligt dat nooit aan de stijl. Maar ik ben geen SF-lezer (ja, ik heb Gibson gelezen, Ballard, maar op de romans van Delany na vrijwel geen genregebonden SF), en dus komt Delany in deze bundel vaak op terrein waarin ik weinig interesse heb. Zestig pagina’s nauwgezette analyse van Ursula K. LeGuin’s The Dispossessed is dan wel heel veel gevraagd. Maar ik weet zeker dat wie ze leest, leert hoe je kunt of moet lezen (of een verhaal schrijven).

(Andere uitzondering is de theorie en filosofie die ik zou willen lezen, maar die ik natuurlijk alleen als pdf tot mijn beschikking heb. Ik wil juist graag een boek lezen in de zon – in plaats van weer naar een computerscherm te staren).

leesvoer,nl,uitgelezen | April 25, 2011 | 22:07 | Comments Off on Samuel R. Delany: The Jewel-Hinged Jaw |

nY#9 / Overtalig

Treinlectuur, het nieuwe nummer van nY. Met veel meertalige poëzie – (Samuel Vriezen valt aan, en laat in een paar tientallen pagina’s zien dat de poëzie de aansluiting met ‘het heden’ geenszins blijkt te hebben gemist) // een vertaling van Franco Moretti’s controversieële/baanbrekende artikel over wereldliteratuur uit 2000, en nog meer lezenswaardigs.

(Meer lectuur: een erg mooi en persoonlijk stuk van Jonathan Franzen in the New Yorker over de roman, Robinson Crusoe, een bezoek aan een vrijwel onbewoond eiland en DFW. Alleen in de digitale editie: http://www.newyorker.com/reporting/2011/04/18/110418fa_fact_franzen. (Vorige week gratis toegankelijk via Facebook als je thumbs up deed voor TNY. Pfff. En nu vast wel ergens anders te vinden) –– waaruit impliciet valt op te maken waarom DFW er wel in geslaagd is om de ‘pijn’ van het hedendaagse ‘Amerikaanse’ bestaan te vatten, en Franzen niet – hoe tragisch ook voor David Foster Wallace).

leesvoer,nl,uitgelezen | April 20, 2011 | 16:29 | Comments Off on nY#9 / Overtalig |

Jean Bobet: Lapize… Now there was an Ace

Jean Bobet’s mooie biografie van Octave Lapize. 150 pagina’s wielerhistorie, een portret van een van de eerste grote kampioenen. Winnaar van de Tour van 1911, waarin Lapize toonde te kunnen klimmen. Hattricks in Parijs – Roubaix, Parijs – Brussel en het Frans kampioenschap. Kampioen op de baan, in zesdaagses, achter de tandem, de grote motoren en in de sprint. Neergeschoten tijdens een luchtgevecht in 1917. (Lapize was vliegenier). Voor het tijdperk Coppi werd Lapize wel gezien als de grootste wielrenner aller tijden – want veelzijdig. Zijn naam leeft voort als merk voor toeclips en toeclip-riempjes. Ik stel me voor dat er fixie-afficionados zijn die van witte Lapize-riempjes houden… helaas voor hen was Lapize juist de kampioen van het freewheel – een van de eerste die daarvan het voordeel onderkende en uitbuitte. (Petit-Breton bijvoorbeeld bleef veel langer met een fixed wiel rijden). Leuk boek, uitgegeven door de Mousehold Press: http://www.mousehold-press.co.uk/.

leesvoer,nl,uitgelezen | April 11, 2011 | 22:10 | Comments Off on Jean Bobet: Lapize… Now there was an Ace |

Thomas Mann: Der Zauberberg

Thomas Mann: Der Zauberberg, of okee, laat ik eerlijk zijn, de vertaling ervan, De Toverberg. Uitgelezen? Nee. Gestrand in de derde poging, en besloten het niet meer en niet langer te proberen. Waarom een boek uitlezen dat geen plezier meer oplevert, terwijl zwaarwegende redenen om juist dit boek te lezen en andere te laten liggen, ontbreken. Je kunt niet alles lezen. Der Zauberberg wordt weggezet naast Der Mann ohne Eigenschaften. Ik zal het niet meer proberen. Ik weet min of meer waar het over gaat, ik zal het met plezier oppakken als er een reden is om een bladzijde of twintig te lezen, maar de hele bijna 1000 pagina’s? Nee.

Het was de derde poging. De eerste vond lang geleden plaats. Toen kwam ik er niet doorheen omdat de beelden van de televisieserie, die ik niet lang voordien gezien had, me te levendig voor ogen stonden. Ik las de zinnen van ‘de tovenaar’ maar zag de televisieserie. De tweede keer was een jaar of wat geleden – exact weet ik het niet, en aangezien mijn tijdsgevoel stevig is ontregeld kan het evengoed vorig jaar zijn geweest als vijf jaar geleden. Dit jaar de derde poging: omdat ik mn tanden in een grote roman wilde zetten, omdat ik op mn treinreizen naar en van Rotterdam wel een grote romanwereld wilde meenemen. Gestrand op de helft. Het laatste hoofdstuk – waarin de vertelde tijd plots versnelt – wel gelezen; en hier en daar wat uit de tweede helft.

Ik heb geen goed antwoord waarom het met Der Zauberberg niet lukt. Te lang, te saai, te langdradig. Ik heb niet veel interesse voor sanatoria en gezondheidszorg, de intellectuele discussies met Settembrini weten met niet echt te boeien. Het lukt niet tussen mij en romans over de cultuur van midden-Europa voor de Eerste Wereldoorlog.

Liever zou ik Doktor Faustus herlezen, of Felix Krull. De Buddenbrooks las ik met genoegen op het strand van Rügen – en zal ik niet herlezen.

Waarom precies besluit je om een roman niet uit te lezen? Waarom besluit je bepaalde schrijvers ‘links’ te laten liggen die anderen, veel anderen, hoogachten (en welke zijn dat? – in mijn geval bijvoorbeeld Nabokov, Dickens, Dostojevski, Updike). Waarom zijn er periodes die je niet liggen (en welke zijn dat?), genres die je maar niet weten te boeien?

leesvoer | April 11, 2011 | 21:44 | Comments (2) |

Polychrome Portraits: Pierre Schaeffer

Pierre Schaeffer is een grootheid in Frankrijk – radioman, oprichter en directeur van het GRM en van de ORTF, initiator van Les Shadoks en natuurlijk grondlegger van de akoesmatische muziek, de musique concrete. Zijn ‘hoofdwerk’ Traité des objets musicaux blijft onvertaald. Dit ‘polychrome portret’ is een uitgave van INA/GRM uit 2008 en bevat meer dan 20 korte teksten over Schaeffer, herinneringen, essays, interviews – in het Engels (hmm, soms matig vertaald). Het geeft een gefragmenteerd beeld van een fascinerende man. Misschien niet geschikt als inleiding op ‘Schaeffer’, maar een verrijking voor wie zijn werk al kent. Ook interessant om te zien hoe hij zijn instituten leidde… Goeie artikelen van John Dack, Brian Kane, Rolf Inge Godøy, mooi interview met euh… Jean Michel Jarre…

leesvoer,music,nl,uitgelezen | March 31, 2011 | 11:40 | Comments Off on Polychrome Portraits: Pierre Schaeffer |

Jean Bobet: Tomorrow, we ride

Engelse vertaling van Jean Bobet’s Demain, on roule (2004), een portret van hemzelf, zijn broer – kampioen en drievoudig Tour-winnaar Louison Bobet –, het profwielrennen van de jaren vijftig en de liefde voor het fietsen. Erg goed. Erg goed. (En inderdaad, nog zo’n uitgave van de Mousehold Press).

leesvoer,nl,uitgelezen | March 20, 2011 | 14:52 | Comments Off on Jean Bobet: Tomorrow, we ride |

Ernst Timmer: De Noordzeeopening

Ik lees vanalles door elkaar en tegelijkertijd. Tacitus Historiën in de weerbarstige vertaling van Vincent Hunink – waardoor je eindelijk begrijpt wat er wordt bedoeld met Tacitus’ onovertroffen compacte stijl; Jean Bobet’s Tomorrow we Ride; Abbé de Prevost’ Manon Lescaut; de derde serieuze poging om Thomas Mann’s Der Zauberberg te lezen (op 1/3 nu); en nog zo wel een en ander (briefwisseling Kerouac – Ginsberg, boek over de Eerste Wereldoorlog, boek over tweetaligheid).

Gisteravond las ik Ernst Timmer’s De Noordzeeopening (2010) uit. Klassieke roman, kundig en met vaart geschreven, over de revolutionaire jaren zeventig, met beklijvende portretten van een IRA-activist en een Nederlandse die verzeild raakt in extremistisch milieu – en nog veel meer. (Uitweiden en toelichten houdt in dat ik het hele bouwwerk van deze roman moet blootleggen en ontleden – en waarom? Belangrijkste: deze roman is een overtuigend portret is van een belangrijk aspect van “de jaren zeventig”, geeft inzicht, zoals alleen een roman inzicht kan geven.)

leesvoer,nl,uitgelezen | March 19, 2011 | 21:14 | Comments Off on Ernst Timmer: De Noordzeeopening |

Roberto Bolaño: The Insufferable Gaucho

Verhalen, een essay en een lezing uit de literaire nalatenschap van Bolaño. Engelse vertaling (2010). Alles wat Bolaño geschreven heeft is in zekere zin de moeite van het lezen waard, niet alles is even goed. Het essay is ‘Literature + Illness = Literature’, dat geen inzicht geeft in zijn ziekte, maar duidelijk maakt waarom Baudelaire, Rimbaud en Mallarmé ook voor de romanschrijver Bolaño nog altijd het ijkpunt vormen. De lezing is een afrekening met de bestseller-literatuur. Van de verhalen bevielen me de langste het beste: het titelverhaal en ‘Alvaro Rousselot’s Journey’.

leesvoer,nl,uitgelezen | March 7, 2011 | 16:23 | Comments Off on Roberto Bolaño: The Insufferable Gaucho |

Douglas Coupland: Marshall McLuhan: You Know Nothing of My Work!

Leesmateriaal voor twee avondjes, Douglas Coupland’s McLuhan biografie Marshall McLuhan: You Know Nothing of My Work! (2010). Levert gemengde gevoelens op.

Ooit, twintig (20!) jaar geleden kwam zijn Generation X precies op het goede moment. Het was herkenbaar, en zijn gebruik van illustraties, opmerkingen en verwijzingen in de marge voorzag zijn roman van extra aantrekkingskracht. Daarna las ik nog Shampoo Planet (niet zo goed), Life After God (best aardig) en Microserfs (goed tijdsbeeld, het gebruik van typografie leek innovatief, maar was oppervlakkig), en daarna niets meer. Te licht, het trok me niet.

Deze McLuhan-biografie heeft precies de goed lengte (200 pagina’s, maar met andere lay-out zouden het er minder dan 100 kunnen zijn), en leest lekker weg.

Voor mij weinig nieuws, maar dat maakt niet uit. Ik heb redelijk wat McLuhan gelezen, en ben liefhebber. McLuhan mag het niet altijd bij het rechte eind hebben gehad, zijn stijl zorgt er nog altijd voor dat je zijn werk, liefst in fragmenten, kunt voorleggen aan studenten, en ze enthousiast krijgen. Ik ben ook gefascineerd door McLuhan’s dubbele positie: zijn fascinatie voor de wereld van media en technologie, terwijl hij zelf een man van het woord en het boek was – maar als boekenman van het gesproken woord hield. Hij was aartsconservatief katholiek en moest niets van nieuwigheid hebben.

Coupland zet de persoon McLuhan goed neer, een beetje zoals je dat zou verwachten in een goed, lang tijdschriftartikel. Maar de accenten die hij legt, lijken me niet de beste om McLuhan te begrijpen. Coupland benadrukt het Canadese van McLuhan daar kan ik me wel in vinden – net als in het intrigerende feit dat de mediatheorie in Canada is ‘uitgevonden’ (door Harold Innes). Maar Coupland maakt ook een uitgebreid punt van McLuhan’s hersenstructuur. McLuhan had twee slagaders naar zijn hersenen, vele herseninfarcten en er werd bij hem een fikse hersentumor verwijderd. Dat leidt bij Coupland tot een soort amateur-neurobiologische kijk op McLuhan, de cultuur en de wereld, een soort amateur-neurofysiologische psychologie. Niet per se iets mis mee (in een boek), tenzij je het allemaal voetstoots voor de ultieme waarheid aanneemt. In dit boekje is die interesse in McLuhan vooral een particuliere obsessie van Coupland zelf, ook voor zijn eigen Canadeesheid en zijn eigen hersenstructuur (hij niesde ooit een stuk weefsel uit zijn hoofd) Zo wordt deze biografie van McLuhan ook een geheim boek over Coupland zelf.

Ook minder geslaagd: de pagina’s die worden gevuld met print-outs van Abe-books zoekopdrachten, routebeschrijvingen voor de sat-nav en meer dan die dagelijksheid van het online-leven. Ik bedoel: dat soort dingen zoek ik zelf wel op, daar hoef ik geen boek (of tekst) voor te lezen. Ik vind het een wat goedkope en gemakzuchtige manier om te laten zien dat de biografie is ontstaan in een online-milieu. Natuurlijk is ie dat. Het is typerend voor een boek dat verder ook net te gemakkelijk lijkt te zijn. Het is ‘philosophy-light’ in soepele stijl opgediend. Dat kan soms een teken van kwaliteit zijn. Hier vertrouw ik het weer eens niet helemaal. Okee, het is een beetje Wired-achtig. Niets mis mee. Het is wat het is.

Misschien ben ik te streng. Intussen las ik het in twee avonden uit. Het is fijn leesmateriaal.

www.theparisreview.org/../douglas-coupland-on-marshall-mcluhan/

leesvoer,nl,ubiscribe,uitgelezen | February 26, 2011 | 21:36 | Comments Off on Douglas Coupland: Marshall McLuhan: You Know Nothing of My Work! |

Gustave Flaubert: Geluk is onmogelijk

Geluk is onmogelijk is een door Edu Borger in het Nederlands vertaalde keuze uit Flaubert’s brieven, vooral uit de laatste 20 jaar van zijn leven. Hij werkt aan Salammbô, La Tentation de Saint Antoine en zijn mannetjes, B & P. Onderwerpen, behalve de schrijverij zijn onder andere de oorlog van 1870, de Parijse Commune en persoonlijke tragedies zoals de financiële perikelen van zijn nichtje Caroline. Er is genoeg gezegd over Flaubert’s correspondentie, er schijnen zelfs mensen te zijn die zijn verzamelde brieven als zijn meesterwerk beschouwen. Dat lijkt me onzin, kijk eens wat hij voor elkaar krijgt in om het even welke twintig pagina’s uit B & P. Zelfs in een goede vertaling is de precisie ontzagwekkend, en het lijkt allemaal zo eenvoudig… De stijl in de brieven is ook indrukwekkend, maar een brief is geen roman. Anyway. Het waren geen grote leestijden voor mij. Een paar brieven achterelkaar: leuk. Honderd pagina’s aan één stuk en de biografie van Flaubert komt tot leven.

http://flaubert.univ-rouen.fr/correspondance/

leesvoer,nl,uitgelezen | February 23, 2011 | 17:58 | Comments Off on Gustave Flaubert: Geluk is onmogelijk |
« Previous PageNext Page »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 2.5 License. | Arie Altena