Boek uit de Band-blog
Hier, by request, links naar mijn in 3 stukken geknipte best-wel-lange verslag van de Boek uit de Band-conferentie van 23 maart, zoals gepubliceerd op de blog van The Unbound Book.
Hier, by request, links naar mijn in 3 stukken geknipte best-wel-lange verslag van de Boek uit de Band-conferentie van 23 maart, zoals gepubliceerd op de blog van The Unbound Book.
Met ingang van 1 juni 2012 komt er een atelier vrij in de broedplaats Marci Panis, Marcusstraat 52, Amsterdam. (Het pand waar ik woon). De werkruimte ligt op de 2e verdieping, is zo’n 28 vierkante meter groot. De totale huurprijs per maand is 216,93 euro (dat is incl. 79,33 servicekosten).
Marci Panis is een broedplaats voor podiumkunsten – de gebruikers zijn theatermakers (o.a. Edit Kaldor, Luc van Esch), beeldend kunstenaars (o.a. Arjen de Leeuw, Lernert & Sander, Walter van Broekhuizen), (toneel)schrijvers (o.a Hannah van Wieringen, Jorieke Abbing), vormgevers (o.a. Hansje van Halem), mode-ontwerpers (Mattijs van Bergen), er is een circuswerkplaats, etc.
Van de gebruikers van het pand wordt verwacht dat ze zich voor Marci Panis inzetten. De ruimte is niet geschikt voor musici.
Heb je interesse: stuur dan voor 30 april 2012 een motivatie + CV naar selectiecommissie@marcipanis.nl.
Schitterend lenteweer. Temperatuur oplopend tot 20 graden bij volle zon, volledig onbewolkt. Fiets naar het werk – de zomertijd ingegaan, dus meer dan voldoende tijd voor Rotterdam – Woerden na zes uur. Timede wel zowel ‘s ochtends als ‘s avonds slecht (kon in de ochtend niet Woerden of Breukelen ‘halen’, moest in Abcoude een kwartier op de trein wachten). Heerlijk om het stuk Rotterdam – Woerden op het gemak te rijden.
Marcusstraat – Amstel – Holendrecht – Abcoude
Eendrachtsstraat – Maas – Krimpen a/d IJssel – Hollandsche IJssel – Nessertiendweg – Goverwelle – Haastrecht – Oudewater – Woerden
Schitterende lentedag. Eerst koud en bewolkt, dan lekker warm in de zon (met een verraderlijke noordoostenwind, dat wel). (Terrassen zitten vol, na 2 uur druk met zondagsfietsers). 12:00-15:00.
Marcusstraat – Durgerdam – Uitdam – Monnickendam – Purmerringvaart – Purmerbos – Ilpendam – Purmerland – rondje Wormer – Twiske – Den Ilp – Noordhollands kanaal – pont – Marcusstraat
Schitterend weer, geen wolkje in de lucht, beetje noordoostenwind, ‘s ochtends nog fris, ‘s middags een recordtemperatuur van 19 graden. In de ochtend naar Woerden gereden (haalde net de trein van 9.28), in de avond ruimschoots licht om Gouda Goverwelle te halen (was er om 19.10, de zon net onder).
Marcusstraat – Amstel – Ouderkerk – Waver – Wilnis – Kamerik – Woerden
Eendrachtstraat – Maas – Krimpen a/d IJssel – Ouderkerk a/d IJssel – Tiendweg – Gouda Goverwelle
Ik vroeg Jan K. van wie ik weet dat hij in Leer is opgegroeid, ‘iets heel anders, heb jij eigenlijk Gegen die Welt van Jan Brandt gelezen?’, en hij zei iets als ‘natuurlijk, we zaten op dezelfde school’, en hij zei dat hij heel veel uit het boek herkende, sommige leraren bijvoorbeeld, en die feestjes, daar was hij ook geweest, en de plek langs de spoorbaan die in het boek beschreven wordt, die was precies zo, Jan Brandt woonde in een huis bij de spoorwegovergang en hij vertelde me hoe hij, Jan K., ooit met vrienden in de auto terugreed van een bandrepetitie, het was glad, ze zongen ‘always look on the bright side of life’ terwijl ze de auto lieten glijden van de ene kant van de weg naar de andere, en vlak voor de spoorwegovergang waren ze over de kop geslagen, de ouders van Jan Brandt waren er het eerste bij geweest en hadden de ambulance gebeld.
Ik las Gegen die Welt aan het begin van dit jaar en werd meegesleept. Natuurlijk, het boek was ‘de literaire sensatie’ in Duitsland, Jan Brandt al tien jaar of meer het talent dat nog steeds geen boek had gepubliceerd, de roman is 921 pagina’s lang, en als je dan recensies gaat zoeken dan vind je de te verwachten lofuitingen naast blogs waarin teleurstelling over de schijnbaar vlakke stijl van Brandt wordt geuit.
Ik vind het één van de meest meeslepende romans die ik de afgelopen jaren heb gelezen. Een schets van de middelbare schooltijd in Ost-Friesland, met metalbandjes, feestjes, fietsen naar school, hangplekken achter het spoor, de machtstructuren tussen leerlingen, het klein-dorpse gedoe. De ‘vervreemding’ van de middelbareschooltijd wordt haarscherp verwoord. En misschien is Jan Brandt dan geen Uwe Johnson – naar wiens werk hij nadrukkelijk verwijst –, maar tegenover de complexe zinsbouw van Johnson, die steeds de gedachtengang en de reflectie van de personages verwerkt in de taal en de complexe syntaxis, zet Brandt een slim en mooi gebruik van het motief van UFO-ontvoering en graancirkels, van complottheorie en gekte, om de vervreemding van opgroeien in het dorp te pakken.
Het dorp heet Jericho – verwijzing naar Johnson: http://www.gegendiewelt.de/jericho/.
Het is een rijk boek – waarin de schatplichtigheid aan Johnson ook blijkt uit het lange hoofdstuk waarin de gedachtengang van een machinist wordt weergegeven, en ook wel uit de verschillende perspectieven (of focalisatoren) in de roman. De paar typografische en vormgevings-dingetjes die hij toepast hebben veel aandacht gekregen, maar zijn in vergelijking niet zo heel belangrijk. Ze functioneren, eigenlijk zonder nadrukkelijk de aandacht naar zich toe te trekken.
Een tijdsbeeld is het, en het is tijdloos. Ik groeide op in Twente, ben 8 jaar ouder dan Brandt – en al was het toen niet Slayer en Naked City, maar Venom, Iron Maiden en Motorhead – het klopt allemaal (voor mijn gevoel).
Voor wie nieuwsgierig is (en zelf ben ik dat), een poging tot inhalen, een poging om alsnog een lijstje (ik haat lijstjes) te maken van gelezen boeken. Want ik heb het (door drukte, geen zin, vergeten) niet bijgehouden, al was ik dat van plan.
Het waren geen goeie leesmaanden. In mijn herinnering heb ik maar 1 boek (roman) gelezen: Jan Brandt’s Gegen die Welt.
Verder was het browsen, scannen, redigeren en eindredigeren, downloaden, inleiding en conclusie meepikken, inkijken – maar nauwelijks voor langere tijd geconcentreerd lezen. (Behalve dus in het geval van Gegen die Welt).
Zo’n lijstje uitgelezen boeken geeft mij een vaag houvast voor de herinnering aan wat ik las, waarvoor ik me interesseerde. Schrijf ik het niet op, dan ben ik een maand later de helft van de titels die ik las vergeten. Zo’n lijstje geeft echter nauwelijks inzicht – een groot deel van de ‘leestijd’ (beter: ‘informatieverwerktijd’) gaat op aan online lezen en pdfs inkijken en lezen. (En waarom zou je een boek uitlezen?)
Voor wat het waard is (en omdat ik zelf nieuwsgierig ben).
Boeken over wielrennen – dat lukte wel.
Herman Chrevolet’s Het feest van list en bedrog heeft een interessant uitgangspunt: hij benadert het wielrennen vanuit de verhaalanalyse. Helaas levert dat vooral veel bekends op, en een wat te simpele toepassing van modellen op de verhalen van het wielrennen. Eigenlijk vertelt Chevrolet de verhalen gewoon opnieuw zoals alle andere ze ook hervertellen. Wat evengoed aardig is – ik wil die verhalen best opnieuw horen. Hij voegt daar dan wat inzichten van Joseph Campbell of Propp aan toe. Leuk – maar dan begint het pas, en daar is hij opgehouden. Misschien valt er ook niet veel meer over te zeggen – tenzij je micro-analyse gaat doen van bepaalde verhalen en kijkt hoe ze via verschillende media ‘vermittelt’ worden. Jammer ook dat Chevrolet niet altijd even precies formuleert. Maar de verhalen zijn lezenswaardig, dat wel.
Een boekje over Teun van Vliet las ik uit, tot mijn verbazing, want het was nauwelijks een boekje over wielrennen, maar een boekje van ‘human interest’, van een moeilijk karakter en veel tegenslag.
Ik las Naar het land van water en zeep van Gijs Zandbergen, die een jaar lang Reinier Honig volgde, het jaar dat Honig voor Aqua e Sapone reed. Een jaar waarin eigenlijk bijna niks gebeurd, een mislukt jaar – en toch een goed boek.
En ik las Laurent Fignon’s autobiografie. Een klassieker vanwege de kijkjes achter de schermen van het wielrennen in de jaren ’80. Ik ben vergeten of ik de Nederlandse vertaling las of de Engelse… Wij waren jong en onbekommerd.
Benjo Maso’s Van Milaan naar Amsterdam, met opstellen over de Giro d’Italia in het buitenland. (Zelfs van dat uitgangspunt maakt Maso een goed boek).
Tot mijn verrassing blijkt Maso te zijn gepromoveerd op hoofse poëzie, Het ontstaan van de hoofse liefde, de ontwikkeling van fin’amors 1060 – 1230 is de handeleditie van zijn proefschrift. Goed.
Ik las James Gleick’s Information – of ik las het half want ik sloeg de hoofdstukken over onderwerpen die ik al goed ken grotendeels over.
Ik las Daniel Rovers’ Walter. Erg goed gedaan – een tijdsbeeld, dat wel heel ver van mij af staat.
Ik las Martijn Haas’ biografie van Dr. Rat. (Waarover later wellicht meer).
Ik las Blommaerts’ De heruitvinding van de samenleving. Nieuw links elan – en allemaal zo vanzelfsprekend dat het bijna te gek voor woorden is dat het opnieuw opgeschreven moet worden.
Ik las Maria Roso Menocals’ The Ornament of the World, over de interactie tussen de Arabische, Joodse en Christelijke cultuur in Al-Andalus.
Ik leende het Deleuze Compendium van de OBA – omdat ik het toevallig zag staan – las een groot deel van de essays en beschouwingen cursorisch, wat mijn ambigue houding t.a.v. Deleuze’s filosofie alleen maar versterkte.
Ik las HG Wells’ De tijdmachine – ja, in het Nederlands. Tussendoor, maar ook vanwege Sonic Acts XIV.
Ik las wat verhalen van De Maupassant, wat Hella Haasse, wat Jef Geeraerts, wat Ivo Michiels en de helft van Rob Young’s Electric Eden.
O, en verder een boek over Hans Haacke, een boek met interviews met internationally renowned curators waar ik weinig wijzer van werd, en een met curatoren van ‘nieuwe media kunst’ waar ik iets wijzer van werd. (Na Sonic Acts XIV wilde ik echt weten wat anderen te zeggen hebben over het ‘zorgdragen’ voor tentoonstellingen en festivals).
Ik las en herlas het boek dat ik samenstelde voor Sonic Acts – en heel veel daaromheen: Travelling Time.
En ik las dus Jan Brandt’s Gegen die Welt.