Leesvoer (inhaalmanoeuvre)

Voor wie nieuwsgierig is (en zelf ben ik dat), een poging tot inhalen, een poging om alsnog een lijstje (ik haat lijstjes) te maken van gelezen boeken. Want ik heb het (door drukte, geen zin, vergeten) niet bijgehouden, al was ik dat van plan.

Het waren geen goeie leesmaanden. In mijn herinnering heb ik maar 1 boek (roman) gelezen: Jan Brandt’s Gegen die Welt.

Verder was het browsen, scannen, redigeren en eindredigeren, downloaden, inleiding en conclusie meepikken, inkijken – maar nauwelijks voor langere tijd geconcentreerd lezen. (Behalve dus in het geval van Gegen die Welt).

Zo’n lijstje uitgelezen boeken geeft mij een vaag houvast voor de herinnering aan wat ik las, waarvoor ik me interesseerde. Schrijf ik het niet op, dan ben ik een maand later de helft van de titels die ik las vergeten. Zo’n lijstje geeft echter nauwelijks inzicht – een groot deel van de ‘leestijd’ (beter: ‘informatieverwerktijd’) gaat op aan online lezen en pdfs inkijken en lezen. (En waarom zou je een boek uitlezen?)

Voor wat het waard is (en omdat ik zelf nieuwsgierig ben).

Boeken over wielrennen – dat lukte wel.

Herman Chrevolet’s Het feest van list en bedrog heeft een interessant uitgangspunt: hij benadert het wielrennen vanuit de verhaalanalyse. Helaas levert dat vooral veel bekends op, en een wat te simpele toepassing van modellen op de verhalen van het wielrennen. Eigenlijk vertelt Chevrolet de verhalen gewoon opnieuw zoals alle andere ze ook hervertellen. Wat evengoed aardig is – ik wil die verhalen best opnieuw horen. Hij voegt daar dan wat inzichten van Joseph Campbell of Propp aan toe. Leuk – maar dan begint het pas, en daar is hij opgehouden. Misschien valt er ook niet veel meer over te zeggen – tenzij je micro-analyse gaat doen van bepaalde verhalen en kijkt hoe ze via verschillende media ‘vermittelt’ worden. Jammer ook dat Chevrolet niet altijd even precies formuleert. Maar de verhalen zijn lezenswaardig, dat wel.

Een boekje over Teun van Vliet las ik uit, tot mijn verbazing, want het was nauwelijks een boekje over wielrennen, maar een boekje van ‘human interest’, van een moeilijk karakter en veel tegenslag.

Ik las Naar het land van water en zeep van Gijs Zandbergen, die een jaar lang Reinier Honig volgde, het jaar dat Honig voor Aqua e Sapone reed. Een jaar waarin eigenlijk bijna niks gebeurd, een mislukt jaar – en toch een goed boek.

En ik las Laurent Fignon’s autobiografie. Een klassieker vanwege de kijkjes achter de schermen van het wielrennen in de jaren ’80. Ik ben vergeten of ik de Nederlandse vertaling las of de Engelse… Wij waren jong en onbekommerd.

Benjo Maso’s Van Milaan naar Amsterdam, met opstellen over de Giro d’Italia in het buitenland. (Zelfs van dat uitgangspunt maakt Maso een goed boek).

Tot mijn verrassing blijkt Maso te zijn gepromoveerd op hoofse poëzie, Het ontstaan van de hoofse liefde, de ontwikkeling van fin’amors 1060 – 1230 is de handeleditie van zijn proefschrift. Goed.

Ik las James Gleick’s Information – of ik las het half want ik sloeg de hoofdstukken over onderwerpen die ik al goed ken grotendeels over.

Ik las Daniel Rovers’ Walter. Erg goed gedaan – een tijdsbeeld, dat wel heel ver van mij af staat.

Ik las Martijn Haas’ biografie van Dr. Rat. (Waarover later wellicht meer).

Ik las Blommaerts’ De heruitvinding van de samenleving. Nieuw links elan – en allemaal zo vanzelfsprekend dat het bijna te gek voor woorden is dat het opnieuw opgeschreven moet worden.

Ik las Maria Roso Menocals’ The Ornament of the World, over de interactie tussen de Arabische, Joodse en Christelijke cultuur in Al-Andalus.

Ik leende het Deleuze Compendium van de OBA – omdat ik het toevallig zag staan – las een groot deel van de essays en beschouwingen cursorisch, wat mijn ambigue houding t.a.v. Deleuze’s filosofie alleen maar versterkte.

Ik las HG Wells’ De tijdmachine – ja, in het Nederlands. Tussendoor, maar ook vanwege Sonic Acts XIV.

Ik las wat verhalen van De Maupassant, wat Hella Haasse, wat Jef Geeraerts, wat Ivo Michiels en de helft van Rob Young’s Electric Eden.

O, en verder een boek over Hans Haacke, een boek met interviews met internationally renowned curators waar ik weinig wijzer van werd, en een met curatoren van ‘nieuwe media kunst’ waar ik iets wijzer van werd. (Na Sonic Acts XIV wilde ik echt weten wat anderen te zeggen hebben over het ‘zorgdragen’ voor tentoonstellingen en festivals).

Ik las en herlas het boek dat ik samenstelde voor Sonic Acts – en heel veel daaromheen: Travelling Time.

En ik las dus Jan Brandt’s Gegen die Welt.

leesvoer,nl,reading matter,uitgelezen | March 21, 2012 | 13:33 | comments (0) |

0 Comments

RSS for comments on this post.

leave a comment

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 2.5 License. | Arie Altena