Ideas for the future

Looking forward to telling bedtime stories, certainly when they can be the favorites of Daniel Wolf’s daughter: http://renewablemusic.blogspot.com .. adventures-in-bedtime-stories.html

en,reading matter | August 3, 2010 | 16:17 | Comments Off on Ideas for the future |

Geen reactie, of wel?

Ruim twee weken broed ik inmiddels op de vraag of ik een reactie moet plaatsen op Carel Peeters’ recensie van het nummer van De Gids over de Re:publiek der Letteren waarin hij naar verhouding erg veel aandacht besteed aan mijn stukje (over een mogelijke toekomst voor het literaire tijdschrift). (Zie http://www.vn.nl/…forum=1272). Hoewel hij, naar ik mag aannemen, minstens zoveel van literatuur en boeken houdt als ik, tekent zich een onoverbrugbare culturele kloof tussen ons af.

Peeters vindt het eerste deel van mijn stukje kletsica – misschien is het kletsica, maar afgaand op Peeters reactie zou ik eerder moeten concluderen dat ik nog veel meer had moeten uitleggen. Voor Peeters is het lezen van langere teksten vanzelfsprekend. Voor mij ook. Helaas (?) is dat niet het geval voor de gemiddelde internetgebruiker, ook niet voor de gemiddelde internetgebruiker met een meer dan gemiddelde intelligentie en culturele nieuwsgierigheid. Daar zijn al vele onderzoeken aan gewijd en is heel veel over gespeculeerd. Dat Google ons dom maakt en dat de continuous partial attention mogelijk desastreuze gevolgen heeft voor ons leervermogen, het zijn inmiddels afgekloven clichees. (De laatste hit: Nicholas Carr’s The Shallows, philosophy light in the American vein, maar toch echt niet slecht.)

Wat citaten:

“And so we ask the Internet to keep interrupting us in ever more varied ways. We willingly accept the loss of concentration and focus, the fragmentation of our attention, and the thinning of our thoughts in return for the wealth of compelling, or at least diverting, information we receive. We rarely stop to think that it might actually make more sense just to tune it all out.” Nicholas Carr in http://www.wired.com/etc.

Of, ik link/quote nog even verder uit hetzelfde artikel:

“In a Science article published in early 2009, prominent developmental psychologist Patricia Greenfield reviewed more than 40 studies of the effects of various types of media on intelligence and learning ability. She concluded that “every medium develops some cognitive skills at the expense of others.” Our growing use of the Net and other screen-based technologies, she wrote, has led to the “widespread and sophisticated development of visual-spatial skills.” But those gains go hand in hand with a weakening of our capacity for the kind of “deep processing” that underpins “mindful knowledge acquisition, inductive analysis, critical thinking, imagination, and reflection.””

Enne:

“The ability to scan and browse is as important as the ability to read deeply and think attentively. The problem is that skimming is becoming our dominant mode of thought. Once a means to an end, a way to identify information for further study, it’s becoming an end in itself—our preferred method of both learning and analysis.”

Dat is de hedendaagse context. (Zeker, wat Carr hier bijeenraapt is zeker discutabel, in wetenschappelijk opzicht, maar het is wel allemaal zeer kenmerkend voor het hedendaagse debat). Dat is de context van de nabije toekomst. Dat is mijn uitgangspunt. (Dus: grofweg, kletserig, vaag schetsend.)

En nee, ik roep helemaal niet uit dat er zoveel fantastisch is veranderd in de literatuur en de schrijverij. Het probleem is juist dat het blijft steken bij knippen, plakken, re-tweeten, korte blogjes en een linkje plaatsen. Het probleem is juist – en daar gaat mijn kletsica-inleiding over, dat er wel prachtige instrumenten (‘tools’) zijn ontwikkeld om dat soort vaak gemakzuzchtige instant communicatie mogelijk te maken – en dat daaromheen een ‘rijke’ en ‘bloeiende’ communicatieve cultuur is ontstaan (neem Facebook), maar dat zulks niet is gebeurd voor ‘geconcentreerd lezen’, (met als afgeleiden kritische distantie, contemplatie, vertraging, ‘diepgang’) en andere aspecten die het zo goed deden in een boekcultuur. Terwijl dat best mogelijk is. Wij maken die instrumenten, wij gebruiken ze, wij worden er door gevormd.

Volgens mij leg ik dat uit? Of heb ik dat zo onhandig opgeschreven?

Ik weet eerlijk gezegd niet goed hoe ik kan reageren op Peeters’ stukje zonder omstandig te gaan uitleggen ‘wat ik bedoel’, wat hij ‘niet heeft opgepikt’, aangevuld met samenvattingen van dertig jaar onderzoek naar leren en lezen met de computer, het online bestaan, enzovoort (sorry). Oftewel: de bekende weg uitleggen (iets wat ik naar mijn smaak al te veel doe). De tweede optie is om mijn eigen artikel te citeren. Heb ik me niet goed uitgedrukt? De verkeerde woorden gebruikt? Niet duidelijk genoeg gemaakt vanuit welk standpunt ik redeneer? Blijkbaar.

Ik kan me er ook met een kwinkslag vanaf maken. Wie beweert dat een ‘literair tijdschrift’ niet digitaal zou moeten gaan, zoals Peeters doet, verklaart de geletterde cultuur dood, of impliceert op z’n minst dat literatuur en de geletterde cultuur niet meer relevant zijn; een speeltje van liefhebbers van ouderwets entertainment. Enzovoort. (Leuke scheldcolumn. Niet mijn stijl).

(En nu in de overdrive, de grote plaat erop, drie tanden bijschakelen en gaan):

Je kunt dan zeggen, nou, mooi, dat was de boekcultuur, die is nu irrelevant. Let’s Facebook! De technische middelen die wij nu gebruiken voor kennisoverdracht, ontwikkeling van ideeën en de stimulering van het voorstellingsvermogen, ach die zijn niet zo geschikt voor literatuur. Misschien dat het iets wordt met de iPad of de Kindle, maar verder, neuh. Wie nog lekker een boek wil lezen moet dat vooral doen. Zo’n boek is best mooi, alleen kun je er maar zo weinig tegelijk van meenemen. Zelfs de kleintjes zijn nog groter dan een iPhone! Veel slimmer wordt je trouwens niet van het lezen van een langere tekst, en om goed te kunnen functioneren in de samenleving van de toekomst moet je vooral kunnen netwerken en slim communiceren en snel beslissingen nemen. Crowdsourcen, directe lijntjes. Gamen is veel nuttiger, als training. Die geletterde cultuur? Ach, even achterhaald als de mnemotechniek.

Ga uw gang. Niks voor mij.

Ah, kijk, en nu scan/lees ik snel door wat meer literaire kronieken van Peeters en ik zie dat hij wel vaker de rol speelt van criticaster of afkraker. Althans, zo is mijn indruk. Probleem van die stijl is dat het zelden leidt tot inhoudelijke reactie. Alleen tot zwijgen (van de verstandigen), gepikeerdheid (van de heethoofdigen), verongelijkte epistels (oeps, zoals die van mij?), of instemming (van hen die ook graag hun mond even opendoen).

Soi. Publiceer ik dit nou, of toch niet…

nl,reading matter,ubiscribe | August 2, 2010 | 21:04 | Comments (3) |

0801 / 1.25

Sinds Róisín is geboren heb ik een keer of vijf laat in de avond even de kans gezien om een klein stukje te fietsen. Meestal op de nieuwe-oude Concorde, en nooit verder dan Ouderkerk of het Amsterdamse Bos. Dit was het eerste echte ritje, zondagochtend Ronde Hoep, 21 graden, zon, heerlijk zomerweer. Het rondje voelde als nieuw, en al was ik nauwelijks of niet eens anderhalf uur buiten, ik friste er enorm van op.

cycling,nl | August 1, 2010 | 23:24 | Comments Off on 0801 / 1.25 |

iPad? Powerbook!

“One of the most surprising advantages to reading on an iPad is the ability to read without having to hold the book in your hands. After years of wrestling with books which won’t lay down flat at the dining table, it’s been a great pleasure to put my iPad in front of me and only have to use one finger to advance a page. This is also true in bed, where it takes at least two hands (if not three) to read a hardback book-one or two to hold the book and another to turn the page.”

Said Bob Stein. No he didn’t. He said it in 1995 about his Powerbook. From the Feed-archives: http://www.feedmag.com/templates/old_article.php3?a_id=1230

quotations,reading matter,research,ubiscribe | July 27, 2010 | 17:10 | Comments Off on iPad? Powerbook! |

Róisín Niamh Altena

Born on July 15th, 21:15 hrs. 3060 grams, 49 centimeters, the gorgeous daughter of Fiona Whelan and Arie Altena: Róisín Niamh Altena. We are overwhelmed and very happy that she’s here.

en | July 25, 2010 | 14:16 | Comments (2) |

Nee nee, niet ik

Carel Peters denkt dat ik de bedenker van de schrijfwijze ‘Re:publiek der Letteren’ ben. Als hij een beetje had gegoogled (echt onderzoek was niet nodig) dan had hij kunnen weten dat ik dat niet ben.

(De rest heb ik overigens nog niet gelezen). Premature reactie alhier, dus.

http://www.vn.nl/…forum=1272.

nl,reading matter,ubiscribe | July 17, 2010 | 15:45 | Comments Off on Nee nee, niet ik |

0713 / 1.30

Nog snel een rondje. Een bui dreigt, het blijft droog en warm. In afwachting.

Marcusstraat – Diemerpark – kanaal – Driemond – Fort Nigtevegt – Gein – Gaasp – Diemerbos – kanaal – Marcusstraat

cycling,nl | July 13, 2010 | 21:47 | Comments Off on 0713 / 1.30 |

0711 / 2.15

Prachtige avond, warm maar niet meer benauwd, zon en een frisse wind. Heerlijk fietsweer. Iedereen op weg om ergens de WK finale te kijken. 18.30 – 20.50.

Marcusstraat – Kalfjeslaan – Amsterdamse Bos – Bovenkerk – Uithoorn – De Hoef – derde zijweg – Middenweg – Proosdijdwarsweg – Oude Waver – Ouderkerk – Amstel – Marcusstraat

cycling,nl | July 11, 2010 | 21:53 | Comments Off on 0711 / 2.15 |

0710 / 63 / 2.30

Veel te warm om te fietsen (+ 30 graden en bijna windstil). Maar ik was laat wakker, zat al te lang binnen, wilde geen siesta houden. Eigenlijk viel het nog wel mee, eenmaal op de fiets, factor 20, en rustig blijven. Rondje waarbij ik nooit al te ver van huis was.

Marcusstraat – kanaal – Baambrugge – Vinkeveen – Proosdijdwarsweg – Uithoorn – De Kwakel – Aalsmeer – ringvaart – Amsterdamse Bos – Kalfjeslaan – Amstel – Marcusstraat

cycling,nl | July 10, 2010 | 18:45 | Comments Off on 0710 / 63 / 2.30 |

Jan Altena (06-10-1942 – 10-06-2010)

Jan Altena werd geboren op 6 oktober 1942 in Amsterdam. Hij was de oudste in een gezin van tien kinderen. Zijn ouders waren afkomstig uit Genemuiden, zijn vader was aanvankelijk politieman, en werd na de Tweede Wereldoorlog onderwijzer. Hij verhuisde vaak, zijn vader veranderde steeds van baan: van Amsterdam naar Muiden, Weesp, Veenhuizerveld, Putten, Harderwijk, ‘s Heerenbroek en tenslotte Rijssen. Het kwam zijn schoolcarriere niet ten goede: uiteindelijk maakte hij de ambachtsschool af.

In 1961/1962 werd hij als dienstplichtig militair uitgezonden naar Nieuw-Guinea. Wat een misschien opwindend avontuur leek, was een ramp. Hij was het grootste deel van de tijd gestationeerd bij de radiodienst op Biak. Geen organisatie, geen bevoorrading, corrupte onderofficieren. Ook politiek was het een zootje (onder druk van de internationale diplomatie droeg Nederland de kolonie Nieuw Guinea over aan Indonesië, waarmee de Papoea’s, die min of meer onafhankelijkheid was beloofd, feitelijk werden verraden). Bij aankomst werd het bataljon waartoe hij behoorde toegesnauwd “Wat komen jullie hier doen?”, bij vertrek – ze waren de allerlaatste lichting – schijnen ze de hele zooi in de fik te hebben gestoken. Voor zijn jongere broers, die hem terug zagen komen met een plunjezak waarin onderin een heuse Uzi zat, was de Nieuw-Guinea episode een spannend en exotisch verhaal; later gold datzelfde voor zijn kinderen. Hijzelf heeft er nooit veel over gezegd. Wel is zeker dat hij daar is gaan twijfelen over het geloof en er een groot politiek bewustzijn heeft gekregen. In Nederland kon hij niet meer wennen aan de regeltjes, zeker niet in Rijssen, een van de meest orthodox-christelijke plaatsen van de Bible Belt.

In Rijssen ontmoette hij Gerdien Scholman, de dochter van de wethouder van onderwijs. Hij trouwde met haar op 8 mei 1965. Ze gingen wonen in een half huis op de Enterstraat. Op 25 januari werd Arie geboren. Op 19 november 1967 volgde een tweede zoon, Jasper. In 1968 verhuisden ze naar de Aaldrinkshoek in Almelo, een nieuwbouwwijk. De Aaldrinkshoek was een typische eind jaren zestig nieuwbouwwijk met heel veel rijtjeshuizen met daartussen stoep, een soort voorloper van het woonerf. Daar hebben ze tot ongeveer 1985 gewoond, tot ze verhuisden naar een andere, nieuwere nieuwbouwwijk, de Windmolenbroek.

Hij had werk gevonden bij Philips in Almelo. Daarvoor had hij als antennezetter gewerkt voor Schooneveldt. Bij Philips begon hij al snel met allerlei cursussen: het handwerk beviel hem niet, was veel te gereglementeerd. Hij werd ‘groepsleider’, en hij werd lid van de vakbond. In 1972 kreeg hij een dochter, op 26 juli, Inge.

Dan begint het eerste deel van de ‘opgang’ van een integere, hardwerkende man met principes, uit wiens mond nooit een onvertogen valt. Hij komt in de ondernemingsraad. Eerst van zijn afdeling, dan van Philips Almelo. Daarvan wordt hij secretaris, vervolgens voorzitter. Jaar na jaar klimt hij hoger – wat overigens inhield dat hij zo goed als geen carriere maakte bij Philips en jarenlang op hetzelfde zeer modale loon bleef steken. Hij komt in de Centrale Ondernemingsraad van Philips, en het laatste jaar is hij daar voorzitter van. Hij reist soms twee of drie keer per week naar Eindhoven voor vergaderingen met de president directeur, in die tijd Cor van der Klugt. Het zijn de jaren van Wim Kok en het harmoniemodel. De relatie met Van der Klugt is er een van wederzijds respect, ook al vertegenwoordigen ze tegengestelde belangen.

Hij heeft ook artistieke interesses. Hij fotografeert serieus en richt samen met anderen Fotogroep 73 op, een vereniging voor amateurfotografie in Almelo – die nog steeds bestaat. Hij maakt vooral natuurfoto’s in zwartwit. Hij koopt ook een AKAI bandrecorder om te experimenteren met diascenario’s met muziek.

In 1973 werd hij lid van de PvdA. In 1978 werd hij gevraagd om kandidaat te zijn voor de gemeenteraadsverkiezingen. Ze zochten jongere kandidaten, en met zijn ervaring in de ondernemingsraad meenden ze dat hij een goede kandidaat zou zijn. Hij zei ja, maar wilde niet op een verkiesbare plaats staan. Hij was immers druk genoeg: werk, cursussen, de ondernemingsraad, zijn gezin, de fotografie. Ze zetten hem op een onverkiesbare plek. De vergadering zette hem 3 plekken hoger – nog altijd onverkiesbaar. Vervolgens boekte de lijstverbinding tussen PvdA en andere linkse partijen een flinke overwinning, met als gevolg dat hij toch in de gemeenteraad kwam. Hij was iemand die de opdracht waarvoor hij zich gesteld zag serieus nam. Hij was in de gemeenteraad gekozen, daarvoor wilde hij zijn uiterste best doen. Het ging hem uitstekend af. Vier jaar later was hij fractiesecretaris, daarna fractievoorzitter en vervolgens wethouder. (Op dat moment, ging hij weg bij Philips). Die functie vervulde hij 12 jaar, 3 termijnen.

Hij was een zeer gewaardeerd politicus. Nooit een onvertogen woord, altijd integer. Iemand van wie je op aan kon, iemand die zich inzette voor de kansarmen. Hij werkte meestal meer dan 90 uur per week. De eerste jaren werkte hij overdag voor Philips, nam ‘s avonds de stukken voor de vergaderingen door, of was weg voor vergaderingen. Ook het werk als wethouder ging ‘s avonds door. Hij werd gesteund door zijn vrouw, en dat zal niet altijd even makkelijk zijn geweest.

Ik weet niet wat zijn grootste successen zijn geweest. Misschien dat hij werd gevraagd voor een verkiesbare plaats op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer (dat durfde hij niet aan). Misschien gewoon de waardering die hij oogste. Misschien is zijn grootste succes, achteraf, het feit dat zijn voorbeeld toont dat een integere politicus bestaat – iets wat het geloof in een goed functioneren van de parlementaire democratie versterkt. Een van zijn successen was hoe hij als wethouder van onderwijs de noodzakelijke fusies tot stand wist te brengen en wist te begeleiden, zonder dat het tot grote conflicten tussen scholen leidde.

Zijn kinderen doen het goed op school. Alledrie gaan ze uiteindelijk aan de universiteit studeren: begonnen met Italiaans en vervolgens afgestudeerd in literatuurwetenschap (scriptie: postmodernistische fictie); begonnen met bouwkunde en afgestudeerd in Zuid-Oost-Aziatische geschiedenis (scriptie: revolutionairen in Vietnam); begonnen met psychologie en geëindigd met kunst en kunstbeleid (stage bij de National Gallery in Dublin). Ik geloof dat hij daar wel trots op was.

Met vakantie – pas na 1974 overigens – ging het meestal naar Duitsland. Twee weken wandelen vanuit een huisje in een Duits bos. Met een doos boeken; de rest van de tijd werd gelezen. (Zonder kinderen gingen ze nog steeds naar Duitsland, maar dan in een hotel).

Altijd zei hij: als ik 50 ben, dan ga ik met pensioen en dan ga ik studeren. Het werd uiteindelijk 58. Niet slecht. Van zijn kinderen kreeg hij bij die gelegenheid een handbibliotheek filosofie (in Nederlandse vertaling). De laatste paar jaar heeft hij veel gelezen, Nietzsche, Hannah Arendt, Schopehauer, Heine, geschiedenissen van de filosofie, Pico della Mirandola, Spinoza en ook romans die las hij altijd al, als hij tijd had: Herman Hesse, Goethe, Gustave Flaubert, Yourcenar, Kawabata, Günter Grass). Hij ging filosofie studeren. Hij wilde weten hoe de wereld in elkaar steekt. Ik dacht altijd: ze moeten jou vragen om uit te leggen hoe de wereld in elkaar steekt – in ieder geval wat de politiek betreft, dat weet je uit eerste hand.

De grootste verrassing van zijn laatste jaren was dat hij enorm genoot van de kleinkinderen, Yoran, Marijn, Leah. Dat had hij zelf niet verwacht.

In de lente en zomer van vorig jaar voelde hij zich niet goed. Vage klachten. Hij ging naar de dokter voor onderzoek. Eerst werd niets gevonden. Maar toen een MRI-scan van zijn hoofd werd gemaakt, was duidelijk dat het mis was. Een hersentumor. Het was begin augustus. Omdat hij verder gezond was en in een uitstekende conditie verkeerde, werd hij begin september geopereerd. Hij knapte daar lichamelijk snel van op, maar de andere symptomen waren niet goed. Uit het onderzoek van het weggehaalde weefsel bleek dat hij een gemene tumor had, onbehandelbaar, lage levensverwachting. Met bestraling en chemo was de levensduur nog wat te verlengen. Hij heeft het uitgezongen tot 10 juni – een mooie omdraaiing van 6 oktober. Hij was 67. Hij is op eigen verzoek gecremeerd, op 16 juni, een stralende zomerdag, op Bloomsday.

Toen ik het crematorium verliet, op weg naar mijn fiets, keek ik achterom. Ik zag rook uit de schoorsteen komen. De rook ging de ballonnen achterna die zijn kleinkinderen hadden opgelaten. Hij was mijn vader.

foto: Rikkert Harink

Uit Twentsche Courant / Tubantia

Oud-wethouder Jan Altena overleden
zondag 13 juni 2010 | 22:10 | Laatst bijgewerkt op: maandag 14 juni 2010 | 11:36

ALMELO – De Almelose oud-wethouder Jan Altena is afgelopen donderdag op 67-jarige leeftijd overleden. Hij was al enige tijd ziek. PvdA’er Altena was 24 jaar raadslid en wethouder van de gemeente Almelo. Van 1978 tot 1990 was hij raadslid en van 1990 tot 2002 wethouder.


Altena was behalve raadslid ook fractievoorzitter. In zijn politieke loopbaan was hij lid van tal van raadscommissies en hield hij zich bezig met vele vakgebieden, zoals onderwijs, educatie, werkgelegenheid, milieu en afvalstoffenheffing. Hij was ook verantwoordelijk voor de ombouw van het toenmalige zwembad tot het huidige sportcomplex Het Sportpark.

Voor zijn verdiensten voor de stad werd Altena bij zijn afscheid onderscheiden met de erepenning in Goud van de gemeente Almelo. Jan Altena wordt gecremeerd in besloten kring. Dinsdagavond van 19.00 tot 19.30 uur is er gelegenheid tot condoleren.

nl | July 10, 2010 | 0:42 | Comments (3) |
« Previous PageNext Page »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 2.5 License. | Arie Altena