Ik ben groot liefhebber van de hardbop platen van Coltrane. Ik kan er bij werken, ik kan ze meeneurieën, ik krijg er een goed humeur van. Ik heb er eindeloos naar geluisterd sinds ik ze ‘ontdekte’ in 1985 (eerst Blue Train en Tenor Conclave), ik kan er nog steeds opnieuw naar luisteren. Heeft toch te maken met een balans tussen klassieke vorm en het zoekende in Coltrane’s spel.
Black Pearls is nooit mijn favoriet geweest. Sessie uit 1958, Coltrane probeert er zijn sheets-of-sounds aanpak uit en dat klinkt nog niet helemaal overtuigend. Zo herinnerde ik me het tenminste. Werd ook pas in 1964 uitgegeven. Maar ben deze ochtend verrast over het energieke spel. Pfff, zou ik de afgelopen jaren echt naar te veel twee- en derderangs bop hebben geluisterd?

De WordPress-plugins beschermen goed, of ik ben gewoon, gelukkig, al lang niet meer populair bij de comment-spammers. Alleen dit type glipt er nog wel doorheen:
“There are some interesting points in time on this article but I don’t know if I see all of them heart to heart. There is some validity however I’ll take maintain opinion until I look into it further. Good article , thanks and we would like extra! Added to FeedBurner as well.”
“Aw, this was a very nice post. In thought I want to put in writing like this additionally – taking time and actual effort to make an excellent article… but what can I say… I procrastinate alot and under no circumstances seem to get something done.”
En ze doen hun best! Ze proberen zelfs een WordPress hash-cash mee te sturen.
Het blijft interessant hoe snel een menselijk wezen kan herkennen dat zulk commentaar niet ‘echt’ is. Dat wil zeggen: er is geen menselijke link tussen mijn tekstje en de comment, ook al zijn de commentaren misschien geformuleerd door een mens (en in bulk door spamsoftware verstuurd).
Waarom krijgen internetters (soms) wel een warm gevoel van een stel Facebook-thumbs-up? Omdat er een menselijk moment ‘achter’ zat…
Nog een gitaarplaat, uit 1985, jaar van de muziek, waarin nieuwe muziek uit Cuba werd gepromoot, blijkbaar, gelimiteerde oplage cadeau gegeven aan Nederlandse componisten. Stukken van Brouwer, uiteraard, Gramatges, Angulo en Fariñas. Lekker post-serieel avant-gardistisch met Robby Faverey en Stanley Noordpool op gitaar. Ik kan daar eindeloos naar luisteren.

http://www.discogs.com/viewimages?release=1513037
De zon schijnt, misschien dat gitaarmuziek nu goed valt. Nog een oude LP, John Williams speelt het gitaarconcert opus 67 van Malcolm Arnold en het eerste gitaarconcert van Leo Brouwer, met de London Sinfonietta. Opnames uit 1977.
Het stuk van Malcolm Arnold heeft een paar fraaie passages in het langzame deel, en de gitaarpartij is mooi geschreven. De snellere delen vertonen een soort quasi-klassiekerige filmmuziekesthetica die ik onverteerbaar vind – het eerste deel vind ik onluisterbaar.
Leo Brouwer is zonder twijfel mijn favoriete gitaarcomponist. Zijn concert voor gitaar en klein orkest lijkt vooral een bewerking van motieven uit zijn briljante solostukken en dat pakt een stuk minder goed uit. Gitaar plus. Stukken vooruitstrevender dan Arnold, maar het gebruik van destijds vooruitstrevende compositiemethodes voor de orkestscore is ‘volgens het boekje’ – wat overigens betekent dat er best wat te genieten valt (hmm, heel fraaie zachte passage met bijna-drone voor trombone en strijkers (?)). Ik prefereer Brouwer voor gitaar solo. Hij denkt vanuit de gitaar en komt zo tot prachtige resultaten. Ik ken geen componist die hem dat nadoet of heeft nagedaan.

http://plum.cream.org/williams/records/035.htm
In de ‘studio’ aan het werk. Vinyl nummer zeven: Song for Biko (1978) van de Zuid-Afrikaanse bassist Johnny Dyani, met Don Cherry, Dudu Pukwana en Makaya Ntshoko. Met een losse ritmische aanpak die niet helemaal freejazz wordt, op het eerste gehoor vreemde bassfiguren, ostenati en tegenritmes van Dyani, melodieuze thema’s en meeslepend spel van Cherry en Pukwana. Mooi. Diep en ‘uplifiting’.
Van de hoestekst, Johnny Dyani: “I am a folk musician, and I don’t like to see my work described as jazz because it introduces connotations that I don’t regard as relevant”.

Zaterdagochtendrondje, 9.45 – 11.30. Bewolkt, 10 graden, en harde tot stormachtige en vooral lastige wind. In de stad en in de luwte viel er goed te fietsen, maar in het open land, en vooral met passerende auto’s en zijwind vond ik het lastig (je kreeg soms van die plotse klappen van de wind waardoor je een meter opzij vliegt). Vandaar dat ik 2x voor het nieuwe fietspad in het Amstelland koos.
Marcusstraat – Amstel – Langs de Akker – fietspad – Nesserlaan – Uithoorn – Nes – fietspad – Ouderkerk – Amstel – Marcusstraat

Dubbel-LP waarvoor ik, als ik het me goed herinner, de volle prijs heb betaald. Historische live-opnames. Veel naar geluisterd, ook al klinkt de ritmesectie op veel tracks als ongenuanceerde tweekwartsklop en was JATP een veredelde jamsessie. Met Coleman Hawkins, Buck Clayton, Willie Smith, Dizzy Gillespie…. Electrifying indeed.
De werkelijke aantrekkelijkheid van deze muziek ligt in de ontmoeting tussen Bird & Pres. Lester Young op z’n aller-allerbest, en Charlie Parker in een swing-context waardoor des te beter te horen is hoe radicaal, vernieuwend en adembenemd de weg is die hij is ingeslagen. Dat kun je nog steeds voelen. Hij fietst er dwars doorheen, alsof een nieuwe dimensie zich ontvouwt. (Dat wonder, dat iets van 50 of 65 jaar geleden nog steeds ‘fris’ kan klinken).

http://www.jazzdisco.org/charlie-parker/discography/session-index/#460128
Ik heb een tijdje klassieke gitaarmuziek op vinyl gekocht. Ver in het cd-tijdperk, tweedehands, zo lang het maar een paar gulden per plaat was, liefst Renaissance of twintigste-eeuws. Dit is een opname uit 1978 van John Williams die stukken van Ponce (1882 – 1948) speelt. Had er jaren niet naar geluisterd, ben altijd gecharmeerd geweest van de stukjes van Ponce (die tot de top van de gitaarliteratuur horen), maar had nu toch even nodig om er echt in te komen. Harde wind, klepperende deuren en goederentreinen; niet helemaal weer en tijdstip voor klassiek gitaar. Klassiek gitaar is iets voor de vroege ochtend. Ik heb ergens een cassettebandje met andere uitvoeringen van deze stukken, die heb ik altijd beter gevonden. Soms lijkt het alsof je de stukken net iets vloeiender of ritmischer kunt (moet) spelen dan deze interpretatie van Williams.

http://plum.cream.org/williams/records/036.htm
7”. 2008 productie van Moha! door Jeff Carey (supercollider3 & premix). MoHa! in meer gestructureerdere vorm – met als effect grotere fragmentatie. De sound is ‘dense’ en soms heel gelaagd. “A beautifully evil cartoon score – fractured and malevolent and funny” schreef The Wire. Live was het overweldigend, gebalde energie.

Wit vinyl, 7”. MoHa! – Olsen & Hana. Kant 1 in trash-pop-punk-rock ‘mode’ met zang, kant 2 impro-trash-noise met John Hegre als gast. 2006. Love the energy, speelplezier knalt ervan af. Niet bij te werken, goed als opkikker.

http://www.n-collective.com/files/moha2.html
(Hun eigen discografie vermeldt deze single niet).