The Return of Meaning

Gleick’s book has an epilogue entitled “The Return of Meaning,” expressing the concerns of people who feel alienated from the prevailing scientific culture. The enormous success of information theory came from Shannon’s decision to separate information from meaning. His central dogma, “Meaning is irrelevant,” declared that information could be handled with greater freedom if it was treated as a mathematical abstraction independent of meaning. The consequence of this freedom is the flood of information in which we are drowning. The immense size of modern databases gives us a feeling of meaninglessness. Information in such quantities reminds us of Borges’s library extending infinitely in all directions. It is our task as humans to bring meaning back into this wasteland. As finite creatures who think and feel, we can create islands of meaning in the sea of information.

Freeman Dyson, recensie van James Gleick’s The Information: A History, a Theory, a Flood 2011.

http://www.nybooks.com/articles/archives/2011/mar/10/how-we-know/

en,nl,quotations,research,ubiscribe | February 27, 2011 | 12:46 | Comments Off on The Return of Meaning |

Vinyl 25: Paul Chambers Ease it

Vreemde LP, studio-opnames met heel irritant applaus ingemixt om het meer swung te geven. Beetje doorsnee, de klank is niet goed, toch zit er wel vaart in. Ik heb een zwak voor Chambers, maar hier is het vooral Cannonball Adderley die lekker speelt. Maar niet om nog ‘ns op te zetten. Ook niet voor Chambers’ gestreken solo’s.

music,nl,vinyl | February 26, 2011 | 23:48 | Comments Off on Vinyl 25: Paul Chambers Ease it |

Vinyl 24: Frank Strozier Waltz of the Demons

Oorspronkelijk uitgebracht als LP van Frank Strozier, later heruitgegeven onder de naam van Booker Little en Strozier. Opwekkende, frisse bop, opgeluisterd door het subtiele en energieke trompetspel van Little, hier 22 en nog slechts een anderhalf jaar te leven, en verrassend scherpe solo’s van Strozier. Kelly, Chambers en Cobb zijn een steady, maar hier net iets te saaie ritmesectie. Blijven luisteren vanwege Booker Little.

music,nl,vinyl | February 26, 2011 | 22:54 | Comments Off on Vinyl 24: Frank Strozier Waltz of the Demons |

Douglas Coupland: Marshall McLuhan: You Know Nothing of My Work!

Leesmateriaal voor twee avondjes, Douglas Coupland’s McLuhan biografie Marshall McLuhan: You Know Nothing of My Work! (2010). Levert gemengde gevoelens op.

Ooit, twintig (20!) jaar geleden kwam zijn Generation X precies op het goede moment. Het was herkenbaar, en zijn gebruik van illustraties, opmerkingen en verwijzingen in de marge voorzag zijn roman van extra aantrekkingskracht. Daarna las ik nog Shampoo Planet (niet zo goed), Life After God (best aardig) en Microserfs (goed tijdsbeeld, het gebruik van typografie leek innovatief, maar was oppervlakkig), en daarna niets meer. Te licht, het trok me niet.

Deze McLuhan-biografie heeft precies de goed lengte (200 pagina’s, maar met andere lay-out zouden het er minder dan 100 kunnen zijn), en leest lekker weg.

Voor mij weinig nieuws, maar dat maakt niet uit. Ik heb redelijk wat McLuhan gelezen, en ben liefhebber. McLuhan mag het niet altijd bij het rechte eind hebben gehad, zijn stijl zorgt er nog altijd voor dat je zijn werk, liefst in fragmenten, kunt voorleggen aan studenten, en ze enthousiast krijgen. Ik ben ook gefascineerd door McLuhan’s dubbele positie: zijn fascinatie voor de wereld van media en technologie, terwijl hij zelf een man van het woord en het boek was – maar als boekenman van het gesproken woord hield. Hij was aartsconservatief katholiek en moest niets van nieuwigheid hebben.

Coupland zet de persoon McLuhan goed neer, een beetje zoals je dat zou verwachten in een goed, lang tijdschriftartikel. Maar de accenten die hij legt, lijken me niet de beste om McLuhan te begrijpen. Coupland benadrukt het Canadese van McLuhan daar kan ik me wel in vinden – net als in het intrigerende feit dat de mediatheorie in Canada is ‘uitgevonden’ (door Harold Innes). Maar Coupland maakt ook een uitgebreid punt van McLuhan’s hersenstructuur. McLuhan had twee slagaders naar zijn hersenen, vele herseninfarcten en er werd bij hem een fikse hersentumor verwijderd. Dat leidt bij Coupland tot een soort amateur-neurobiologische kijk op McLuhan, de cultuur en de wereld, een soort amateur-neurofysiologische psychologie. Niet per se iets mis mee (in een boek), tenzij je het allemaal voetstoots voor de ultieme waarheid aanneemt. In dit boekje is die interesse in McLuhan vooral een particuliere obsessie van Coupland zelf, ook voor zijn eigen Canadeesheid en zijn eigen hersenstructuur (hij niesde ooit een stuk weefsel uit zijn hoofd) Zo wordt deze biografie van McLuhan ook een geheim boek over Coupland zelf.

Ook minder geslaagd: de pagina’s die worden gevuld met print-outs van Abe-books zoekopdrachten, routebeschrijvingen voor de sat-nav en meer dan die dagelijksheid van het online-leven. Ik bedoel: dat soort dingen zoek ik zelf wel op, daar hoef ik geen boek (of tekst) voor te lezen. Ik vind het een wat goedkope en gemakzuchtige manier om te laten zien dat de biografie is ontstaan in een online-milieu. Natuurlijk is ie dat. Het is typerend voor een boek dat verder ook net te gemakkelijk lijkt te zijn. Het is ‘philosophy-light’ in soepele stijl opgediend. Dat kan soms een teken van kwaliteit zijn. Hier vertrouw ik het weer eens niet helemaal. Okee, het is een beetje Wired-achtig. Niets mis mee. Het is wat het is.

Misschien ben ik te streng. Intussen las ik het in twee avonden uit. Het is fijn leesmateriaal.

www.theparisreview.org/../douglas-coupland-on-marshall-mcluhan/

leesvoer,nl,ubiscribe,uitgelezen | February 26, 2011 | 21:36 | Comments Off on Douglas Coupland: Marshall McLuhan: You Know Nothing of My Work! |

Filtering Failure

Was net op de opening van Filtering Failure, bij Planet Art – voor mij om de hoek – tentoonstelling met glitch art, samengesteld door Rosa Menkman & Julian van Aalderen. Met werk van o.a. Benjamin Gaulon en Karl Klomp. Meer hier: http://rosa-menkman.blogspot.com/2011/02/filtering-failure-exhibition-catalogue.html en hier http://www.planetart.nl/now.htm

art,free publicity,nl,software | February 26, 2011 | 0:51 | Comments Off on Filtering Failure |

Vinyl 23: Art Ensemble of Chicago, Urban Bushmen

Eén van de problemen van een platenverzameling is dat ie – in mijn geval, maar ik ben vast niet de enige – voor een groot deel bestaat uit goedkope uitgaves. De klassiekers of echt goede LPs ontbreken, terwijl werk dat net iets minder goed is wel in de kast staat. Zoals deze dubbelaar van het Art Ensemble of Chicago, opnames van een concert uit 1980, uitgebracht door ECM als Urban Bushmen. Ik heb nooit gehouden van de klank van deze LP. Luister liever naar eerder werk van het AEC (en helemaal toen ze nog niet AEC heetten). De stukken van Mitchell zijn nog het best.

`

music,nl,vinyl | February 25, 2011 | 16:20 | Comments Off on Vinyl 23: Art Ensemble of Chicago, Urban Bushmen |

“… data of a saleable kind.”

A computer as a research and communication instrument could enhance retrieval, obsolesce mass library organization, retrieve the individual’s encyclopedic function and flip it into a private line to speedily tailored data of a saleable kind. (Marshall McLuhan, The Gutenberg Galaxy, 1962)

McLuhan, altijd goed voor een pakkend citaat – (of wat je er in leest ook is wat hij op het oog had?) Deze vond ik gisteren lezend in Coupland’s McLuhan-biografie.

en,nl,quotations,research,ubiscribe | February 25, 2011 | 15:19 | Comments Off on “… data of a saleable kind.” |

Vinyl 22: Arthur Blythe, Elaborations

Gekocht op koninginnedag voor een paar gulden. De output van Blythe is erg wisselend. Soms speelde hij in de jaren zeventig zo gedreven en overtuigend dat hij, na Braxton (?), de echte vaandeldrager van de altsax leek te zijn – meer dan Henry Threadgill. Soms is het niks. Deze LP uit 1982 zit er een beetje tussenin, en is vooral aangenaam vanwege de klankkleur van gitaar – cello – tuba (een prachtige combinatie, Threadgill wist dat ook), in de bezetting Kelvyn Bell – Abdul Wadud – Bob Stewart. Maar als ik weer zin heb in Arthur Blythe zoek ik de echt goede opnames op, en die heb ik alleen als mp3.

music,nl,vinyl | February 25, 2011 | 14:31 | Comments Off on Vinyl 22: Arthur Blythe, Elaborations |

The Quantified Self

Yeah. Je kunt alles van en over jezelf bijhouden, volautomatische en funky. Laat je databases vollopen, en gooi er analyses overheen. Je kunt er mee experimenteren, je kunt het gebruiken om jezelf beter te leren kennen, of je kunt je gedrag opnieuw volautomatisch publiceren en verbinden met het gedrag van anderen.

Hoe intrigerend de mogelijkheden ook zijn, ik vind het een doodse of neurotische benadering van het leven (en van reflectie op gedrag). Natuurlijk, self-monitoring is belangrijk als ‘t om medische zaken gaat, en natuurlijk, je kunt veel leren uit data – een groot deel van de vooruitgang in sportprestaties is er aan toe te schrijven. Maar… uiteindelijk zit je met data waar je betekenis uit aan het peuren bent, en de vraag is wanneer dat een methode is waar je werkelijk iets nieuws van leert, en wanneer een methode waarbij je je blind aan het staren bent op data terwijl de weg naar betekenis veel korter is (en de weg naar ervaring ook).

Natuurlijk, je kunt uit andere data leren, en natuurlijk je kunt allerlei funky toepassingen bedenken die gebruikmaken van databestanden. Daar gaat het niet om.

Laat ik het persoonlijk houden: ik vind het helemaal niet interessant of ik nou 62 kilometer heb gefietst of 80 of maar 53,2 en in hoeveel minuten ik dat heb gedaan. Ik vind het ook niet interessant om te weten hoe vaak ik nou precies die ene route neem in plaats van de andere, en hoe zich dat verhoudt tot de routes van anderen. Ik vind het wel leuk om een kaartje te maken van mijn routes, om het plezier van het maken, en vagelijks ook omdat ik weet dat ik op die manier het mij in de toekomst wellicht beter herinner.

Ik vind het ook niet interessant om te weten hoeveel boeken ik heb gelezen in een jaar (of hoeveel bladzijden) of op welke momenten ik heb gelezen, of in een patroon tussen de plekken waar ik lees en de snelheid van het lezen. En hoeveel anderen datzelfde boek hebben gelezen. Ik hou tegenwoordig wel bij wat ik (uit)lees, om het plezier van het maken van die korte stukjes, omdat het schrijven ervan een kort moment is om op de leeservaring te reflecteren, en omdat ik weet dat ik zo een herinnering creëer.

Dingen bijhouden om het bijhouden, en die actie uitbesteden aan de apparaten, is boekhouden om het boekhouden. Je kunt het ook doen om jezelf te trainen – maar dat is een beperkte aanpak.

Ik ben geïnteresseerd in een onmiddellijke omzetting van het ‘boekhouden’ (schrijven) in betekenis – in plaats van via een supersonischsnelle omweg van data-analyse, waarbij de apparaten voor mij de data verzamelen, opslaan, analyseren en mij met hun algoritme-conclusie confronteren.

Deze opmerkingen zijn schetsmatig, nog ongenuanceerd, maar het wordt tijd dat er een goede kritiek op het datamining & quantificerings-paradigma (om het meer even zo te noemen) formuleert. Een kritiek die niet vanuit het verleden komt, of vanuit het verleden redeneert, die niet nostalgisch is, maar die dwars door de technologie en van binnen een hedendaagse perspectief argumenteert.

Wie de ideeën van de ‘quantifiers’ wil horen: bij Mediamatic is maandag een bijeenkomst van The Quantified Self gepland (zie http://quantifiedself.com/) & http://www.mediamatic.net/page/190514/en. De nieuwsbrief viel in mijn mailbox en zette mij aan tot bovenstaand stukje.

Eerlijk zijn nu: wie dacht er allemaal dat de oude Erkki Kurenniemi, tien jaar geleden helemaal de draad kwijt was geraakt – zoals hij werd getoond in Mika Taanila’s The Future Is Not What It Used To Be, terwijl hij alles, werkelijk alles wat hij deed registeerde met zijn digitale cameratje.

nl,research,ubiscribe | February 24, 2011 | 18:49 | Comments Off on The Quantified Self |

Vinyl 21: David Murray Interboogieology

Black Saint LP uit 1978, met opnames van het kwartet van David Murray uit februari van dat jaar. Prachtige titel. Misschien niet de aller-allersterkste opname van Murray uit deze tijd – de live-registraties zijn nog iets opwindender – maar de uitvoering van Home (in duo, tenor & bas) is erg mooi en het samenspel met Lawrence ‘Butch’ Morris op cornet is schitterend. Ik ben een groot liefhebber van het werk van Butch Morris, zowel zijn cornet-spel, zijn improvisatieaanpak als zijn ‘conductions’ (die volgens mij zwaar ondergewaardeerd zijn). Johnny Dyani bast, Oliver Johnson drumt, en er zijn wat stembijdrages van Marta Contreras. Achteraf gezien is er rond die tijd toch veel mooie jazz gemaakt.

Hmm, ik luister deze LP meteen nog een keer en vind hem dan nog mooier. Ik zal de tape met de trio-opnames met Dyani en Cyrille eens opzoeken om te checken of het live nog beter was. Kan me dat, bij herbeluisteren eigenlijk niet voorstellen… 3D-Family was zonder Butch Morris en die speelt hier wel erg goed…

Wat ik zeker ga opzoeken is de tape met de live opnames van de David Murray Big Band, gedirigeerd door Butch Morris, met onder andere George Lewis, Fred Hopkins en Olu Dara, uit 1985 denk ik.

music,nl,vinyl | February 23, 2011 | 21:58 | Comments Off on Vinyl 21: David Murray Interboogieology |
« Previous PageNext Page »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 2.5 License. | Arie Altena