31 / 1.15

20.50 – 22.05, had eerst geen zin, en in de tuin zitten lezen. Prachtig zomerweer, warm, zon. Klein rondje Belgisch Limburg, ik volgde voor een groot deel de blauwe achtjes op de weg. Tweede deel over de grote weg (rustig, zo laat) en langs de groeve bij Eben — daar was ik nog niet eens geweest… Kanne – Muizenberg – Vroenhoven – Lafelt – Vlijtingen – Rosmeer – Grote Spouwen – Riemst – Eben – Kanne

cycling,nl | June 10, 2006 | 18:55 | Comments Off on 31 / 1.15 |

Waar is het literair debat?

Ik beweer nogal ‘ns dat het literair debat gemigreerd is naar het internet. En dat zulks er — hee logisch eigenlijk — toe leidt dat de literaire tijdschriften (die op papier) aan belang winnen: de bloggers verwijzen ernaar, ik lees met ze mee (en ik ben niet de enige).

Vergeet de kranten, vergeet de publiciteitsmachines. Is het kenmerkend dat een reactie van Maarten Doorman op Vaessens inmiddels beruchte NRC-artikel (21 januari 2006 — diens inauguratierede was het toch?) in de krant werd afgedrukt, maar dat diezelfde reactie op het internet (in een comment-thread van de Contrabas) niet echt de meest intelligente was? Is het kenmerkend dat Bas Heijne — die de held van serieuze krantenlezers schijnt te zijn — zich pas vorige week naar aanleiding van Friedmans The World is Flat lijkt te realiseren dat er iets aan het veranderen is (ik moest zn column twee keer lezen, omdat ik niet geloofde dat hij werkelijk nog in een wereld leeft waarin drukwerk het bastion is dat zich verzet tegen de vervlakking van tevee en internet (?). Ik denk dan, man, kijk hoe RSS, Technorati, aggregatie, “web 2.0” de distributie van kwalitatieve inhoud veranderen…).

Hoe dan ook, voor ik echt begin te kletsen…

Goed voorbeeld van hoe de discussie zich over blogs verspreid, waarbij de nieuwe Yang en het nieuwe boek van Vaessens referentiepunten zijn.

Vriezen over ritme (ref. Mettes en Yang): http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2006/06/08.aspx
Mettes over Vriezen: http://n30.nl/2006/06/2-of-3-dingen.html; ook nog Vaessens.
De Contrabas over Vaessens Ongerijmd succes: http://decontrabas.typepad.com/de_contrabas/2006/06/thomas_vaessens.html.

En ja, mijn opmerking: in de comments op de Contrabas vind je nog steeds de nodige goedgehumeurde pesterijtjes — maar Chretien Breukers hoeft allang niet meer te zitten uitdagen en trollen, en doet dat ook veel minder. Daardoor is de kwaliteit enorm gestegen, vergeleken bij een jaar terug. En de Contrabassers zijn — gelukkig — niet blind voor wat afwijkt van hun idee van poezie. Alleen zo nu en dan komt er nog wat flauwigheid voorbij. Maar goedgehumeurde flauwigheid kan ik wel hebben, netzoals oprecht gemeend theoretiseren dat uit de bocht vliegt of de voeten niet op de grond krijgt (wat wel eens gebeurt bij Jeroen Mettes).

En, nee, ik heb Vaessens nog niet gelezen, en nee, ik denk niet in termen van avant-garde wanneer het gaat om de transformatie van literatuur in tijden van internet. Het heeft heel weinig tot niks met avant-garde te maken. (Wat niet wegneemt dat er wel avant-garde-eilandjes zijn).

Hoe dan ook (2), het is fascinerend op zich dat een marginale left-wing (left-wing of the avantgarde, zo ver weg van het centrum) dichter in de VS is uitgegroeid tot zo’n beetje de meest gelinkte poezie-blogger/criticus van de wereld (Ron Silliman). (En terecht, als je het mij vraagt).

Hoe dan ook (3) — waarom schrijf ik niet in de comments op Samuels blog, of bij De Contrabas, of bij Jeroen Mettes (die ik niet persoonlijk ken)… Omdat ik hier mijn eigen podiummetje heb?

Hoe dan ook (4) — ik moet over mp3-blogs schrijven (deadline nadert), niet over poezieblogs.

blogging,nl,reading matter | June 9, 2006 | 11:09 | Comments Off on Waar is het literair debat? |

49 / 2.07

Schitterend weer, bijna te warm zo voor een avond. 19.00 – 21.15. Had eerst niet eens zoveel zin, reed daarom een ander rondje dan gepland. Wilde aanvankelijk weer over Vise naar Dalhem en dan naar Mortier, besloot de andere kant op te gaan en sloeg vervolgens op goed geluk wat weggetjes in. Op een bepaald moment kreeg ik door dat ik een route aangegeven met een pijl en C (op de weg geschilderd) in tegengestelde richting kon volgen, (deed dat tot Paifve). Kanne – kanaal – Haccourt – Heure le Romain – Thier Amry – Rue Fragnay – Aaz – Hermee – Fexhe – Liers – Juprelle – Paifve – Glons – Boirs – Roclenge – Bassenge – Wonck – Eben – Kanne

cycling,nl | June 9, 2006 | 9:37 | Comments Off on 49 / 2.07 |

43 / 1.47

Prachtig weer, 20 graden, zonnetje, windstil. 20.10 – 22.00. Kanne – sas – St. Pierre – Halembaye – Haccourt – ri. St. Simeon – Froidmont – Heure l’ Romaine – Rue Fragnay – St. Simeon – Boirs – Thiers Begot – Roclenge – Bassenge – Eben – Emael – Kanne

cycling,nl | June 8, 2006 | 9:50 | Comments Off on 43 / 1.47 |

52 / 2.10

Perfect weer, 18 graden, zon, weinig wind. 19.45 – 22.00. Min of meer hetzelfde rondje als gisteren, maar dan andersom. En het was geen achtje, zoals ik dacht, maar anderhalve acht. Dat is voor het eerst, ooit. Kanne – kanaal – Visee – Bombaye – Warsage – Neufchateau – Val Dieu – Houliquette – Julemont – St. Andre – Chenestre – Dalhem – Bombaye – Berneau – Moelingen – Loen – Halembaye – Eben – Kanne

cycling,nl | June 7, 2006 | 11:26 | Comments Off on 52 / 2.10 |

55 / 2.15

19.30 – 21.45 Heerlijk weer, zon, 15 graden, flinke noordenwind. Kanne – kanaal – Visee – Lorette – Dalhem – Chenestre – St. Andre – Charneux – Val Dieu – Aubel – St. Pietersvoeren – Schophem – stukje verkavelingsweg – St. Gravensvoeren – Moelingen – Lixhe – Lanaye – Kanne

cycling,nl | June 6, 2006 | 10:05 | Comments Off on 55 / 2.15 |

52 / 2.09

19.00 – 21.10 Zwaar bewolkt, slecht 10 graden, flinke noordwestenwind, maar wel droog.

Kanne – Lanaye – Lixhe – Eijsden – Mariadorp – Rijckholt – Gronsveld – Savelsbos – Eckelrade – Cadier en Keer – Bemelen – Terblijt – Berg – Meerssen – Rothem – Maastricht – Kanne

cycling,nl | June 1, 2006 | 10:33 | Comments Off on 52 / 2.09 |

46 / 1.50

Moe uit de trein: dan maar een klein rondje. Wolken, soms een zonnetje en uiteindelijk vanaf Bunde tot in Kanne een zware bui met windstoten. 16.00 – 18.00. Zoals je naar Wandre kunt rijden voor 3 klims, zo kun je ook naar Guelle voor 3 klims.

Kanne – Maastricht – Julianakanaal – Guelle – Snijdersberg – Slingerberg – Moorveld – Kasen – Bunde = Dennenberg af, op, regen begint en weer af – Brommelen – Julianakanaal – Maastricht – Kanne

cycling,nl | May 29, 2006 | 22:23 | Comments Off on 46 / 1.50 |

Tijdschriften… / elektronische literatuur

Hier zijn ook de tijdschriften gearriveerd, net als bij De Contrabas (http://decontrabas.typepad.com/de_contrabas/2006/05/tijdschriftenwe.html). D.w.z. ik kocht ze bij Atheneum, gisteren: de Yang — nog altijd verreweg mijn favoriet, en ook de Parmentier. En jawel Chretien, ditmaal is de Yang een stuk minder academisch dan de Parmentier.

Vanochtend/vanmiddag (trein Amsterdam – Maastricht) een groot deel van het dossier ‘elektronische literatuur’ van de Parmentier doorgenomen. Mijn stukje voor de nieuwsbrief van het Fonds voor de Letteren is af en vrijdag ‘op de e-mail’ gegaan, daarover dus geen zorgen. Ik kan nu niets meer veranderen. En blij om te merken dat er in de Parmentier niets ‘schokkends’ staat, niets dat ik had gemist en had moeten weten. Niets nieuws. (Blijkbaar is t dus nog meer ‘mijn’ onderwerp dan ik dacht…)

Ik heb wel kritiek ;-) Ten eerste vind ik het jammer dat de ‘elektronische literatuur’, toch weer, teveel wordt opgehangen aan het issue van mediumspecificiteit (ja, ondanks het feit dat juist dat aspect onder vuur wordt genomen). Jammer ook dat het dossier nogal hangt op artikelen waarin wordt geprobeerd de ‘elektronische literatuur’ te definiëren. Dan kom je dus uit bij een smal genre ‘elektronische literatuur’, terwijl de hele verschuiving of transformatie van de cultuur en de literatuur onder invloed van digitalisering + netwerken, veel fascinerender en belangwekkender is.

Neem het openingsessay van — uiteraard (en terecht) — Jan Baetens. Niets ten nadele van Baetens, ik heb veel van z’n artikelen gelezen, en hij is absoluut DE kenner. Bovendien is hij ook uitstekend op de hoogte van het hele nieuwe media-discours (zeg Manovich, Hayles en al die MIT-boeken) en dat is noodzakelijk. Baetens signaleert kwesties die interessant zijn en die een precieze ontrafeling waard zijn, maar ga je daarop in, verzeil je in een (ongetwijfeld razend leuke) academische discussie die zich nogal snel loszing (kweet, een woord dat ik te vaak gebruik) van de artistieke praktijk. Ik vind zijn artikel te academisch.

(Ja, het is een academisch paper, en ja, damn, ik moet zelf deze week zo’n paper schrijven — hum).

Ik vind het jammer dat Baetens er vooral een definitiekwestie van maakt. Ik vind het jammer dat hij het weer teveel ophangt aan de hypertekst, de geanimeerde poëzie en wat daaruit voortkomt. (Er & het = de e-lit). Ik merk dan dat ik zo’n stuk heel snel ga lezen, I sort of know what it’ll be about. En dat is jammer (zoveel woorden…). Ik ken de discussies, ik weet al wat ik ervan kan gebruiken en wat niet en waar ik tijd aan wil besteden en waaraan niet. Ik signaleer de nieuwe wegen die de discussie inslaat en that’s it.

Even opscheppen. Anno 1996 — of was het 1995? — gaven Eric Vos (later met Baetens samensteller van het DWB-nummer over elektronische literatuur, meermaals aangehaald in deze Parmentier) en uw blogger aan de UvA een college over elektronische literatuur. Onder de deelnemers o.a. Ward Wijdelts en Gijsbert Kramer en, als ik me niet vergis, Teike Asselberghs. Tis dus niet dat t met allemaal te moeilijk is ofzo.

Ik ben enerzijds te geïnteresseerd in de ‘traditionele poëzie’ (ik ren wel naar de boekhandel om de nieuwe Van Bastelaere te halen, zoals ik ook zal doen als Jeroen Mettes een bundel uitbrengt), anderszijds in een veel breder perspectief van culturele transformatie. Voor een micro-analyse van Eric Sadins Tokyo heb ik dan niet het geduld.

Liever lees ik dan Islamitische meisjes van Jeroen Mettes vier keer. “God heeft alle Islamitische meisjes op MSN”.

Dan is er het stuk van Philippe Bootz. Tja, om Bootz kun ook niet heen. Daarin onder andere een uitstekend overzicht van de ontwikkeling van computerliteratuur, van de permutaties van Lutz en Gysin, via tekstgeneratie (Bense en Moles worden genoemd), naar — eerste culminatiepunt — Les Immateriaux, (1985, tentoonstelling verzorgd door Lyotard). OULIPO en LAIRE komen voorbij, en tja, het is allemaal nogal Frans getint, met een heel klein beetje Amerika. Allemaal bekende voorbeelden uit de Bootz-hoek, de avant-gardehoek. Wie slechtgezind is, ziet een te doorzichtige poging tot canonvorming, of promoten van de eigen avantgarde.

Wat ik totaal mis in de stukken van Bootz en Bouchardon is het bredere perspectief. Bij Bootz slik ik dat nog, maar dat Bouchardon, die het nota bene exclusief heeft over het interactieve verhaal geen enkele maal refereert aan de huidige computer/rollenspellen als Everquest of World of Warcraft of een van de vele andere uiterst succesvolle ‘implementaties’ van interactieve narrativiteit voor het grote publiek, is tekenend voor zijn enge, misschien zelfs benauwde perspectief. Natuurlijk (?) is World of Warcraft geen literatuur, maar door zulke referenties niet te maken scheppen Bouchardon, Booth en zelfs Baetens een beetje, de indruk dat ‘elektronische literatuur’ zich aftekent tegenover (zelfs afzet tegen) de papieren literatuur. Terwijl ze wordt gemaakt en geschreven in een levendige on- en offline wereld.

Ik werd zelfs een beetje boos. (Zie volgende paragraaf).

Bouchardon eindigt zijn stuk met de zin “Men kan zich afvragen in welke zin computerliteratuur niet in de eerste plaats theoretische literatuur is over de literaire activiteit, een kritiek die nadenkt over literaire handelingen”. Kijk, ik hou van de meest extreme vormen van literatuur, maar een dergelijke zin kan alleen getikt worden in een — laat ik eens een cultureel vooroordeel bezigen — ‘Frans kunstklimaat’, waar er blijkbaar mensen zijn die hartstochtelijk geloven in hun eigen theoretisch goed dichtgemetselde mini-avantgarde-van-ouderwetse-snit. Zucht. Natuurlijk is er zulke “theoretische” literatuur — en goed mogelijk dat ik zulke literatuur zelfs razend spannend vind; maar het is nooit alleen dat, en bovendien is het, zolang het zich verre houdt van wat mensen daadwerkelijk met tekst en al klikkend en surfend on- en offline doen, een nogal marginaal interessante, tja, ik vrees academische kwestie. Ik vrees dat deze avant-garde niet ‘supra’ is (om de term van Samuel Vriezen te lenen).

Ik vind dat des te irritanter omdat Bouchardon verder een hartstikke bruikbaar en heldere analyse geeft van de verschillende aspecten van (literaire) interactieve teksten.

Veel blijer word ik dan van het stukje van Hans Kloos. Daar vind ik de connectie tussen theorie en praktijk, de vertaling van theorie naar praktijk, en andersom. (In plaats van het poneren van theoretische hypotheses).

En gelukkig is er dan Wormgoor van Han van der Vegt — de Orfeo et Euridice – mythe, in de vorm van een walkthrough. Zo’n gedicht drukt veel directer uit wat er met taal gebeurt in het tijdperk van de computergame. Het is dan wel geen elektronische literatuur, maar het is een veel beter voorbeeld van hoe poëzie verandert (en: dat ze springlevend is).

Tenslotte is er nog Niels Bakker. Die noemt tenminste wel GoogleBooks, en het normaal worden van lezen van scherm, en hij suggereert voorzichtig — op autoriteit van Barend van Heusden, terwijl hij, jaargang 1981, voor zichzelf zou moeten spreken — dat papier voor jongste generaties de dynamiek mist die de elektronische tekst wel bezit.

(Euh: ik heb een paar keer lesgegeven aan zo 18 a 22-jarigen, op een HBO, enne, dat is natuurlijk geen representatieve steekproef, bovendien deden ze iets met ICT, maar euh, boeken, zo had ik de indruk, bestonden feitelijk niet voor hen — en als wel, dan als pdf van een torrent getrokken, om t eens overdreven te stellen. Van die torrent kwamen ook hun teveeprogramma’s, de live voetbal uitgezonderd. Wel, ik dwaal af.)

Goed, Niels Bakker slaat een keer de plank per ongeluk mis als hij stelt “Maar zijn die tijdelijkheid en veranderlijkheid specifiek voor de computer? Nee, integendeel zelfs. Film en televisie bieden precies dezelfde mogelijkheden (…).” Eventjes vergeten wat programmeren is. Er wordt een programma uitgevoerd, de output daarvan is iedere keer anders (afhandelijk van whatever parameters): dat is de veranderlijkheid van de elektronische tekst. Niet alleen het filmische.

Oh ja, Lucas Hüsgen en Josien Laurier zijn ook nog onderdeel van het dosssier, en er zit een cd-rom bij maar die heb ik nog niet gezien.

Lang stuk. Publish? Ja, publish.

free publicity,nl,reading matter | May 29, 2006 | 21:54 | Comments Off on Tijdschriften… / elektronische literatuur |

95 / 4.20

11.00 – 15.30 Smerig weer, al de hele week en veel minder gereden dan ik graag had gewild. Zwaar bewolkt, westenwind, maar het bleef lang droog (eignelijk kreeg ik maar 1 bui op mn kop), en het was niet echt koud. Eigenlijk, stiekem, best lekker fietsweer (je moet alleen jezelf overwinnen en op de fiets stappen). Mooi tochtje, met in het begin industrie en tussen de dorpjes door (tja, hoe noem je zoiets als Vise links van de Maas, of Hermalle sous Argenteau), dan steile klims, uitzichten over Luik en bebouwing, een stukje rond de Vesdre en dan door het Pays de Herve terug). En weer Houtepen-klims opgezocht. Ik kon ze niet altijd vinden, ben ook hier en daar op goed geluk een weg ingereden (de Rue de Distellerie in Jupille bijvoorbeeld), de meeste vond ik. Plus eentje (halverweg de Rue de Beyne rechtsaf de steentjes op) die hij niet noemt, maar die wel leuk is.

Kanne – Lanaye – Lixhe – sluis – Vise – Hermalle sous Argenteau – kanaal – Herstal – Wandre – Cote du Bois la Dame – rechtsaf afgedaald – onderaan omgekeerd – = Rue Colline + Rue Montagnard (Cote de la Xhavee) weer omhoog – Jupille – (wat zitten dwalen) – Rue de Beyne – halverweg rechtsaf – Beyne – terug afgedaald – Rue de Beyne vervolgen – Beyne (zelfde punt) – terug en rechtsaf bij driesprong – einde afdaling rechts – rechtsaf Rue Heids des Chenes (een Houtepenklim, retesteil recht omhoog, 30 x 24, en eigenlijk was er van asfalt geen sprake, blijkbaar waren ze net aan het werk: scholen, stenen, gaten, putten, grind, zand, en dan met 14 a 18% omhoog) – Fleron – Vaux Chevremont – onder TGV viaduct linksaf voor nog een Houtepenklim: de Rue Haute Folie (kijk, dat vind ik nou echt mooi: eerst een fijne lange, makkelijke afdaling door het bos, dan via een klein, lekker steil weggetje, met hier en daar schitterend uitzicht omhoog) – abdij van Chevremont – Ronsee (meen ik, maar ik weet niet precies hoe ik ben gereden; nog een weggetje omhoog voor een uitzichtklim) – Fleron – Retinne – Barchon – Blegny – Dalhem – Bombaye – Berneau – Moelingen – Lixhe – Lanaye – Kanne

Waarom kosten die Houtepenklims me minder moeite dan de Limburgse heuveltjes? Ik denk omdat ik er al bij voorbaat de 30 ‘opgooi’ (iets wat je in Limburg niet doet.. tenzij op de Keutenberg), eerst 30 x 19, dan snel toch maar 30 x 21, en tja uiteindelijk gewoon 30 x 24 om niet kapot te gaan).

cycling,nl | May 27, 2006 | 21:54 | comments (1) |
« Previous PageNext Page »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 2.5 License. | Arie Altena