Geluk is onmogelijk is een door Edu Borger in het Nederlands vertaalde keuze uit Flaubert’s brieven, vooral uit de laatste 20 jaar van zijn leven. Hij werkt aan Salammbô, La Tentation de Saint Antoine en zijn mannetjes, B & P. Onderwerpen, behalve de schrijverij zijn onder andere de oorlog van 1870, de Parijse Commune en persoonlijke tragedies zoals de financiële perikelen van zijn nichtje Caroline. Er is genoeg gezegd over Flaubert’s correspondentie, er schijnen zelfs mensen te zijn die zijn verzamelde brieven als zijn meesterwerk beschouwen. Dat lijkt me onzin, kijk eens wat hij voor elkaar krijgt in om het even welke twintig pagina’s uit B & P. Zelfs in een goede vertaling is de precisie ontzagwekkend, en het lijkt allemaal zo eenvoudig… De stijl in de brieven is ook indrukwekkend, maar een brief is geen roman. Anyway. Het waren geen grote leestijden voor mij. Een paar brieven achterelkaar: leuk. Honderd pagina’s aan één stuk en de biografie van Flaubert komt tot leven.

http://flaubert.univ-rouen.fr/correspondance/
Pff. Er is vinyl dat eigenlijk in de weg staat, vooral als het een hoes is die net een paar millimeter groter is dan de rest. Dat is het geval met deze originele Blue Note, tweedehands gekocht vanwege de ritmesectie (Grant Green, Paul Chambers en Philly Joe Jones). Dit is me te bedaagd. In z’n soort een klasse-LP, maar niet voor mij, al speelt Grant Green, toegegeven, een paar fraaie solo’s. Weer een voor de stapel: niet meer naar luisteren.

Ik heb die goedkope Italiaanse Shepp-LP ‘ns opgezocht. Het is nummer 14 uit de serie I grandi del Jazz. Volgens mij heb ik er maar een keer of drie naar geluisterd, vaker de 8 pagina’s essay en illustraties geraadpleegd. (Die gaan over de freejazz-periode van Shepp). Het is niet eens zo’n beroerde plaat, met Cameron Brown en Beaver Harris, Dave Burrell en Charles Greenlee, live opnames uit 1975. Mainstream waar hier en daar nog een herinnering aan revolutionaire tijden in doorklinkt. Niks om nog eens te beluisteren. (Doe mij, uit exact diezelfde tijd, maar Frank Lowe).

Volledige titel: Elegant Complexity. A Study of David Foster Wallace’s Infinite Jest (2007). Geen boek dat je ‘uitleest’, het is een gortdroog geschreven gids voor IJ, (die stijl past de gids). Heel behulpzaam voor wie zijn weg probeert te vinden in de bijna 1000 dichtbedrukte pagina’s van DFW’s magnum opus. Gisteravond las ik de samenvattingen van de eerste 15 hoofdstukken en dat was een goede manier om me de leeservaring van IJ te herinneren. De websites over DFW zijn excellent, maar een boek doorbladeren ontspant meer.

Zondagmiddagrondje, 14.30 – 16.20. Zonnetje, 2 graden, oostenwind. Fijn gefietst op mn Concorde, maar ik heb wel genoeg van de kou.
Marcusstraat – Amstel – Ouderkerk – Voetangel – Winkel – Baambrugge – kanaal – Fort Nigtevegt – Gein – Driemond – Gaasp – Bijlmer – Weespertrekvaart – Marcusstraat
Kort rondje aan het einde van de middag, 17:00 – 18:00, koude zuidoostenwind, droog, bewolkt en nauwelijks 2 graden. Nam de doortrapper en dwaalde wat door Duivendrecht, langs de Ajax-velden, de Burgemeester Stramanweg en de Middenpolder. (Kaartje klopt niet helemaal).

Nog steeds geen goede tijden om te lezen. Vooral als het wat ingewikkeld wordt kan ik mn aandacht er niet goed genoeg bijhouden. Ik dacht: laat ik als remedie de nieuwe Umberto Eco lezen. Dat werkte, tot omtrent pagina 300. Eco acht ik zeer hoog, vooral als semioticus en essayist, en ik lees zijn romanwerk nog altijd als een afgeleide van zijn theoretische onderzoekingen. Il cimitero di Praga (2010) is na Il Nome della Rosa denk ik z’n beste roman. Ik vond het geslaagd zo lang het vooral een verwerking is van en reflectie op de negentiende eeuwse feuilleton en avonturenroman (Sue, Dumas, en misschien ook Wilkie Collins? met z’n clichés, vooroordelen en antisemitisme). Spannend zolang de opstand van Garibaldi, de achterbuurten van Parijs en de Parijse Commune van 1870 onderwerp en achtergrond vormen. Ik haak af bij het occultisme en de vrijmetselarij (reden waarom Il pendolo di Foucault me indertijd maar matig interesseerde). De thematiek van samenzwering en paranoia zijn in de Amerikaanse roman veel beter neergezet (of intrigerender, voor mij). Ik mis de fascinatie voor die onderwerpen. (En de Dan Brown-crap interesseert me zelfs niet in meta-zin, zelfs niet als sociologisch verschijnsel). Ah, samenvattend: good read en interessant als roman-pendant van Eco’s theoretische werk. Herlezen zal ik het niet, wel zin om iets van Dumas te lezen en zin om wat essays van Eco te (her)lezen.
Geen foto van het omslag (te lelijk), wel eentje van Eco in regenjas:

Shepp. Voor mij een ‘acquired taste’. Naar het werk tussen 1962 en 1969 heb ik lang nauwelijks geluisterd, ik denk dat ik op tape alleen Ascension had en de opnames met Cecil Taylor. Pas later hoorde ik de Impulse platen. Oh en ik heb ergens een goedkope Italiaanse LP met Shepp anno 1975, maar die heb ik nauwelijks gedraaid.
(Ik was er bij toen Mengelberg in 1987 om een uur of half drie ‘s nachts in het BIMhuis korte metten met Shepp maakte nadat het Shepp (sax knetterhard van drie kanten over de PA) had bestaan om Curtis Clark achter de vleugel weg te sturen (wegens te impressionistische harmonische opvattingen?), zelf plaatsnam en didactisch vier-in-de-maat de akkoordjes van het thema ging pompen. Mengelberg kwam aansjokken met een kopje koffie. Keek verbaasd naar Curtis Clark, praatte even met hem, en schoof gezellig naast Shepp op het pianobankje aan. Shepp wist niet hoe hij het had. Pling. Mengelberg speelde netjes mee. Plonk. Boing voor Shepp langs. Shepp droop af naar de saxofoon. Soleerde lang. Mengelberg begeleidde netjes en pestte wat tussendoor. Tot het einde, Shepp haalde de sax uit zn mond, haalde adem voor een coda, zet de sax weer aan zijn mond en Mengelberg klapt knetterhard drie keer met de pianoklep. Sax valt Shepp uit de mond. Luid applaus. Mark Dresser baste die nacht, was Gerry Hemingway de drummer? Ik denk het wel. En ik meen dat Braxton ook op het podium stond. Het was een onaangekondigd concert, deel van de Oktober Meeting en Shepp deed alsof hij de saxofoon-god was, of de enig werkelije opvolger van Ben Webster en Coleman Hawkins (wat ie in zekere zin ook is). Er was geen sound check geweest en tijdens het eerste stuk liet Shepp nogal ongenuanceerd zijn microfoon drie keer zo hard zetten zodat zijn saxofoongeluid je van alle kanten tegemoet kwam. Wat ik me nog herinnerde was dat Shepp uiteraard Braxton kende, maar geen idee leek te hebben wie Hemingway en Dresser waren, laat staan wie die twee waren die elkaar op piano afwisselden.)
Heb nooit gehouden van Shepp’s saxofoon-aanpak. Maar zijn freejazz werk is wel degelijk indrukwekkend. De afgelopen jaren heb ik een en ander aan live concerten uit eind ’60, begin jaren ’70 gedownload die echt meeslepend zijn. Yasmina, A Black Woman is een van de BYG-platen die in 1969 in Parijs werden opgenomen. Mijn exemplaar is een goedkope Portugese persing die navenant klinkt. Eerste kant freejazz, kant twee standards. Kant één is vooral Shepp, Shepp, Shepp. Lester Bowie, Arthur Jones, Clifford Thornton en Roscoe Mitchell zijn alleen in de ensembles te horen. Aardigheidje is de aanwezigheid van Hank Mobley in Sonny’s Back, die fietst er fijn doorheen, maar met Malachi Favors en Philly Joe Jones als ritmetandem wil dat ook wel natuurlijk.

Nog een LP die ik vaak heb gehoord en hoop nog vaak te horen. Al vind ik Good Bait een vreselijk thema – de solo van Coltrane is meeslepend, heel wat meer chorussen lang dan je verwacht, en wijst vooruit naar de dingen die komen gaan. Ook deze opnames zijn met Chambers op bas. (De andere helft van de Amerikaanse dubbel-LP).

Terug naar vinyl. Deze LP is beter bekend als Traneing In, naar het eerste stuk waarin het trio van Red Garland eerst minutenlang sfeer maakt voor ‘Trane eindelijk invalt om te soleren. Eén van de Prestige albums van Coltrane uit 1957, vaak gedraaid en deze zal ik nog vaak draaien. Met Paul Chambers, bassist met prachtige toon, die schitterend kon soleren en bij Miles Davis wel eens Coltrane – die daar echt los ging – bijna (?) overtroefde. Ik heb overigens een Amerikaanse dubbel-LP heruitgave (met Soultrane), zonder de ‘originele’ cover.
