Zondag. Schitterend fietsweer: volop zon, oostenwind. Niet warmer dan 5 a 6 graden (handschoenen en muts) maar mild dankzij de zon. Bezoek aan mn moeder gecombineerd met een kronkelend tochtje Deventer – Almelo, met veel onverharde fietspaadjes.
Deventer – Schalkhaar – Overijssels kanaal – Oostermaat – t Loo – Kattenberg – Stokkum – Herikeberg – Apenberg – Friezeberg – Rijssenberg – Ypelo – Almelo


16.50 – 18.40. Wegtrekkende bewolking, op het einde zelfs zon, oostenwind, en nog altijd koud (4 graden). Fijn rondje.
Marcusstraat – Amstel – Ouderkerk – Winkel – Abcoude – Gein – kanaal – Diemerpark – Marcusstraat

Klassieker: Dolphy’s Outward Bound. Nog niet zo subliem als Out to Lunch – dat is dan ook één van de allerbeste platen ooit. GW en deze opname van Green Dolphin Street ken ik uit mijn hoofd. Erg goed baswerk van George Tucker, fraaie arrangementen en natuurlijk heerlijk spel van Dolphy – vooral op basklarinet.
(Mijn exemplaar is de helft van een Italiaanse dubbelaar uit de serie “Jazz é bello”).

17.00 – 18.00, een uurtje, beetje rijden op de Concorde. Zonnetje, oostenwind en nog altijd koud, rond het vriespunt.
Marcusstraat – Amstel – Ouderkerk – blokje Elsenhove – Ouderkerk – Amstel – Marcusstraat

John Lindberg’s Dimensions 5 is zo’n gelukkige greep uit de tweedehands bak. Een kei-goed kwintet speelt post-Braxton-jazz. Het is een Black Saint LP uit 1982, met live opnames uit 1981. Hugh Ragin op trompet, Thurman Barker drumt, de ondergewaardeerde Marty Ehrlich (die op andermans platen altijd beter veel beter lijkt te spelen dan op zijn eigen werk) op alt en fluit en tenslotte Billy Bang op viool – die hier beter klinkt dan waar dan ook – en steady-as-a-rock John Lindberg op bas. Hard en lyrisch in 11/4.

Een heel koperorkest met fluweelzachte toon en dan solo’s van Lester Bowie en drumwerk van Philip Wilson, dat is de Brass Fantasy (uit 1985). Prachtige klank (al verpest de ECM-productie het wel een beetje). Feelgood-muziek. Zeker als er lol wordt getrapt met een ‘corny’ thema (‘Coming Back, Jamaica’). Deze LP is verbazingwekkend serieus en ingetogen – voor Lester Bowie – en dat komt de muziek ten goede. Naar Bob Stewart kan ik ook eindeloos luisteren. Ik heb de LP nieuw gekocht of gekregen, ergens rond 1986.

De andere helft van de dubbelaar is Roach’s Speak Brother, Speak uit 1962. Een kwartetopname, twee vrijwel themaloze nummers met lange solo’s – live. Chasin’ the Trane aanpak zonder heilig vuur want Clifford Jordan is geen Coltrane. Toch, bij herbeluistering beter dan ik me herinnerde. Met Mal Waldron en Eddie Kahn. Geen straf om nog eens te horen. (Ik zie nu dat de hoestekst van Stanley Crouch is).

Administratietijd, bonnetjes op volgorde leggen en invoeren. De volgende Max Roach LP, met hetzelfde kwintet (Roach, Little, Coleman, Draper, Davis) nu in de studio. Even mooi, soms iets te ingehouden. Mijn exemplaar is de helft van een heruitgegeven dubbelaar.


As writers we can’t control the real world. At best we can observe it actively. We can control the internal tensions of the aesthetic objects of our making. Any of the “commercial writing tricks” to control reader reaction are a waste of time because they are attempts to control the real world, which is impossible, and distracts from the time spent controlling internal tensions which – while they do not control audience reaction – are the workable points at which it is moored.
Samuel Delaney, in “Quarks”, 1969/1970, p. 32 in The Jewel-Hinged Jaw. Notes on the Language of Scienve Fiction, Revised edition, Wesleyan UP, 2009.
“Ladies and gentlemen, Max Roach!” Terug naar vinyl dat ik wel opnieuw wil beluisteren. Als de keuze is Art Blakey of Max Roach, dan kies ik voor Max Roach – meer nadruk op compositie en structuur. Deze plaat bevat live opnames uit 1958 met een kwintet met de piepjonge Booker Little (net 20) en de nog jongere Ray Draper (18) op tuba. Het is een pianoloos kwintet, de line-up bestaat verder uit George Coleman en Art Davis. Er wordt hard en snel gespeeld, Little speelt fantastisch, Draper’s tuba zorgt voor een mooie klank in de ensembles en Art Davis is wonderbaarlijk. (Jammer dat die niet veel meer heeft opgenomen). Het is soms wat ‘ragged’, maar dat wordt volledig goed gemaakt door de energie. En Deeds Not Words is een mooi thema.
