0116 / 44 / 1.45
Zon na buien. 4 graden, noordwestenwind. Rondje op de doortrapper door Waterland.
Marcusstraat – Schellingwouderbrug – Broek in Waterland – Uitdam – Volgelmeerpolder – Schellingwouderbrug – Marcusstraat

Zon na buien. 4 graden, noordwestenwind. Rondje op de doortrapper door Waterland.
Marcusstraat – Schellingwouderbrug – Broek in Waterland – Uitdam – Volgelmeerpolder – Schellingwouderbrug – Marcusstraat

Lang op gewacht: het literaire meesterwerk geboren uit en in de internetcultuur. Dit is het. Denk ik. (… een bladzijde of 20 gelezen.)
Nu hoeven we dus niet langer te ‘zeuren’ dat de literaire cultuur op het Internet geen Ulysses heeft voortgebracht.
(Nee, ik heb het niet over Kenneth Goldsmith’ New York), euh ik bedoel Capital).
Ik heb het over Anonymous’ Hypersphere. Briljant? Guess so. Ha.
(Via Monoskop).
PS – een halve dag later en 50 pagina’s meer gelezen (kriskras door de pdf) vind ik het nog steeds steengoed, een schop onder de kont van de literatuur, en om te bulderen van het lachen (als bij Rabelais – I suppose).
Weer op de doortrapper. Harde zuidzuidwestenwind (klimtraining langs het kanaal tegen de wind in). Lekker gereden. Het bleef droog. 8 graden. Rondje Loenersloot.

Op de doortrapper. Januari fixiemaand. Kronkelen langs de Vecht (twee kanten). Natter en viezer dan verwacht (helft van de weg lichte regen).

George Lewis. In 1985 (was het 1985?) ging ik voor het allereerst naar een concert met hedendaagse geïmproviseerde muziek. In mn eentje (met wie had ik moeten gaan?). George Lewis en Gerry Hemingway op zaterdagmiddag in het Stedelijk. Ik zal het nooit vergeten.Lewis zittend, iets naar achteren. Hemingway achter zn drums. Stilte. Opperste concentratie. En dan: gaan! Lewis demonteert razendsnel zn trombone om vervolgens op mondstuk en losse buis geluiden te maken, Hemingway gooit theedoeken over zn drums en maakt daarop geluid, blaast de vellen aan. Enzovoorts. Ik moet ergens een tape hebben met de opnames die later op de radio werden uitgezonden. Ik herinner me dat er ook een tapestuk van Lewis op het programma stond. En hij improviseerde vrijwel zeker ook met het interactieve computerprogramma waaraan hij bij STEIM werkte. Hemingway – die ik later heel vaak live heb gehoord en gezien – deed ook een solostuk. De zaal was vol bij het begin, en liep leeg. De helft bleef. Ik was ‘verkocht’ – vanaf het allereerste geluid.
George Lewis neemt dus een speciale plek in mijn luistergeschiedenis in. Nog altijd is hij mijn favoriete trombonist. (Luister naar ‘m in de kwartetten van Braxton, in de big band van David Murray).
Solo Trombone Record werd opgenomen in 1976 (Lewis was 24) – net na zijn tour met Count Basie (sic, Count Basie) – en ik vraag me af of ik er wel ooit goed naar heb geluisterd. Ik herinner met ‘Piece for Three Trombones Simultaneously’ als saai, en wat artificieel door de overdubs, maar saai is het geenszins. In Phenomenology zit hij heerlijk te ‘jazzen’ en Lush Life is schitterend. Toen ik de LP kocht luisterde ik heel veel jazz – van Lester Young tot Henry Threadgill. Misschien klonk trombone solo me te kaal? I like it now…
Ook een koninginnedagvondst van jaren geleden (eind jaren tachtig?). De Cadence-studio LP van Crispell’s kwartet met Billy Bang, John Betsch, en nu Wes Brown op bas. Een stuk exacter, scherper, ‘gepointeerd’ dan de live opnames uit Berlijn. Is dit de LP waarmee ze doorbrak? Ik vind ‘m behoorlijk sterk. Vreemd dat ik er nauwelijks naar heb geluisterd. Op de hoes staat in ballpoint: ‘Paul Acket’. Blijkbaar was ie dus van de voormalig directeur van North Sea Jazz. Voor 1 gulden was-ie van mij. Ik hou ‘m.
Koninginnedagaankoop. 1 gulden op iets dergelijks. Marilyn Crispell in 1984 live in Berlijn met Billy Bang, Peter Kowald en John Betsch. Een Black Saint LP. Muziek die beter werkt als je er live bij bent dan als weergave op plaat. (Live ben je deel van het avontuur in het hier en nu). Ik heb ‘m niet vaak gedraaid, maar ik hou ‘m wel.