TdF 2017 3

Een aardige ‘trek’ door Luxemburg – waar ik nooit gereden heb. (Wel in de Ardennen en de Eifel). (Misschien nog eens doen). Ik kijk het stukje met de twee klims op de NOS met commentaar van Ducrot en Dijkstra. Leuk koersverloop, even, omdat Politt doortrekt vanuit de kopgroep en Nathan Brown aansluit. Alleen om die puntjes voor het bergklassement te pakken. Later stukjes en beetjes gekeken en gezien hoe vanuit het peleton drie man aansluiten. De finale kijk ik op Sporza, maar eerlijk gezegd ben ik meer bezig met het lezen van Mariska Tjoelker’s Mien, een vergeten geschiedenis, over de eerste Nederlandse kampioene wielrennen Mien van Bree. Pas bij de klim in Longwy gaat mijn aandacht naar de koers. Bij de laatste 3 kilometer. Om die klim was het te doen en Sagan (‘Pressure? What is pressure?’) wint magistraal ook al schiet hij uit zijn pedaal. C’est ça. Even de uitslag checken en dan verder lezen.

TdF | July 4, 2017 | 0:07 | comments (0) |

TdF 2017 1 & 2

Ik ben groot wielerliefhebber. En net als zoveel andere grote wielerliefhebbers is de Tour de France al jaren – misschien al decennia – niet mijn favoriete koers. Als de rest van de wereld die weken lang ‘tourkoorts’ krijgt, volg ik met afstand de ontwikkelingen. In de Tour zijn de belangen te hoog, niet in het minst omdat in deze drie weken het geïnvesteerde marketing kapitaal omgezet moet worden. (In wat eigenlijk? Naamsbekendheid? Verkoop?) Mij interesseert dat geen worst. Of het interesseert me wel: een sociologische interesse, geen sportieve.

(Interviews met renners zijn ook niet interessant, tenzij op metaniveau. Hoe gaat deze renner om met het door sponsor of communicatieadviseur opgelegde standaardpraatje? Wat is zijn stijl van verwoording van het nietszeggende? (Ik vermoed overigens dat het voldoen aan de eisen van wat je hoort te zeggen er in onze commercieële wereld al zo van jongsafaan is ingeramd of vanzelfsprekend is ingeslopen – dat velen er niet eens communicatietraining voor nodig hebben). Ik hoor er trouwens niks over te zeggen, want ik kijk de interviews meestal niet. Het lezen van conceptuele poëzie is netzo outlandish dan het luisteren naar interviews met sporters. Sagan is – soms – de uitzondering.)

(Over taal en wielrennen gesproken: ik herinner me een hilarische etappe uit de Giro, ergens in de jaren ’80 waar Teun van Vliet, net uitgevallen als ik me niet vergis, als gast bij de RAI zat en almaar vragen kreeg. Teun van Vliet deed net of hij het allemaal begreep en zei dingen als ‘si, si’, ‘e possible’, ‘penso va vincere’. Hij gokte wat hij zo moeten antwoorden, aansluitend op de naam van een renner die de commentator het laatst noemde en wat er net in de koers gebeurde. Soms klopte dat, soms zat-ie mis. En dat ging een half uur zo door. Ik heb enorm gelachen).

In de Tour zijn de belangen te hoog. Het gevolg is dat het koersverloop – uitzonderingen daargelaten – volstrekt voorspelbaar is. De stress houdt de koers in een wurggreep. Maar soms is de stress zo hoog dat er rare dingen gebeuren. Met valpartijen als gevolg. Niet leuk. Ze leiden wel tot een mogelijk interessantere koers omdat ze de opgelegde scenario’s doorkruisen. Was het niet twee jaar geleden toen Contador en Froome eruit gingen door valpartijen en Nibali won?

Als de Tour dus interessant wordt, dan vanwege de stress. Natuurlijk, die hoort bij het wielrennen – denk maar aan het moment waarop Kruyswijk vorig jaar de Giro verloor: net te diep gegaan in de klim, onder druk gezet in de afdaling, door vermoeidheid te slechte reflex: onderuit. En het is waar dat je bijna nergens zulke intense eindspurts krijgt als in de Tour, met wel tien of meer ploegen die allemaal hun ‘trein’ proberen op te zetten.

Als kijker ervaar ik – vooral in de bergetappes – ook stress door het gedrag van de supporters. Te dichtbij, te dronken van enthousiasme. Zometeen veroorzaken ze nog een valpartij.

(Ik begrijp het ook niet goed waarom zoveel mensen langs de kant van de weg naar de koers komen kijken. Natuurlijk, is de koers vlakbij je woonplaats dan is het leuk om even te gaan kijken. Ik ben zelf een paar keer naar de koers gaan kijken – criteriums, de Amstel Gold Race, de Ronde van Overijssel, de Tour – en de Tour is het saaist. Je staat met heel veel mensen te wachten, dan hoor je de helikopters als teken dat de renners naderen. Dan komen de eerste motoren. En dan zoeft het peleton voorbij. Dan de wagens, een achtergebleven renner. En dan stap je weer op je fiets en rij je naar huis en vraag je je af of je niet beter dat uur dat je langs de kant van de weg hebt gestaan had kunnen gebruiken om een tochtje te maken. Bij een criterium zie je ze tenminste nog een keer of tien of vaker voorbijflitsen, hang je over een reling, sta je wat te kletsen, loop je even weg, drinkt nog wat, ‘o, daar zijn ze weer, nu zit B. op kop te sleuren’. Het is een televisiesport (sommige bejaarden zouden zeggen radiosport). Toen de Giro in Amsterdam startte ging ik ook kijken, en heb zowat de hele dag naar het officieuze EK fietspolo gekeken, even verderop. Dat je de ‘helden’ in het echt ziet, zegt me niks.)

Meestal is het scenario van de Tour al vooraf geschreven. Ook bergetappes zijn zelden echt spannend. Het saaist zijn de etappes met scenario vluchtgroepje weg na 10 kilometer, gepakt met 5 kilometer te gaan, eindspurt.

Waarom worden etappes dan volledig uitgezonden? Sponsorbelangen. Departementen en steden die hun toeristische highlights graag in beeld gebracht zien. (En daarvoor, als ik me niet vergis, betalen). Nu ben ik één van die wielrenkijkers die geniet van het in beeld brengen van het landschap, en die er regelmatig een landkaart bij pakt – ik heb geen televisie en kijk wielrennen op mn laptop – om te zien waar de renners precies rijden. Hoe mooier het landschap des te groter het kijkplezier. Helemaal leuk als ze ergens rijden waar je zelf ook gereden hebt, of nog gaat rijden. (Nee, niet Alpe d’Huez). En vaak ben ik blij dat ze hele etappes uitzenden: dan kijk ik de eerste 20, of een stukje dat ik graag wil zien, een bergje dat ik gereden heb bijvoorbeeld, en de laatste 20 of 10 of maar 5 kilometer.

Needless to say: ik kijk wielrennen vrijwel nooit live. Maar in de avond na de koers, en niet zelden een dag of twee later. Ik heb dat T-shirt nodig met ‘I haven’t watched todays stage yet’. Daarom is ook de Avondetappe van de NOS een onuitstaanbaar programma omdat het ervan uitgaat dat kijkers de uitslag al weten en nu alleen de achtergronden willen horen. Nee: ik wil gewoon een 20 minuten samenvatting. No spoilers please. (Of is dat nu veranderd? Ik heb er nog niet naar gekeken). (Er valt wel mee te werken, door het begin van het programma over te slaan).

Dit jaar neem ik me voor om tijdens de Tour over de Tour te schrijven – over mijn kijkervaring, mijn houding ten opzichte van het wielrennen, mijn gedrag en gedachten. Er komen dan vast – net zoals in dit stukje waarin ik eigenlijk snel iets wilde zeggen over de eerste en tweede etappe – de onderwerpen langs die me bezighouden, en die impliciet of in afgeleide vorm ook iets zeggen over onze maatschappij, mediagebruik, politiek, enzovoorts.

(Hypothese). Neem nu het significante verschijnsel dat er veel meer, en veel serieuzere en soms diepgravende aandacht is voor sport dan voor cultuur. (Soms zelfs voor politiek). Dat de ‘sportkritiek’ in de grote media soms op hoger niveau lijkt te staan dan kunst- en cultuurkritiek. In sport gaat het expliciet niet om zoveel belangrijks (wie wint het spelletje), dus komen meteen de eraan verbonden belangen in het spel – de rol van wetenschap-op-de-grens (doping), commercie, technologische en media-vernieuwing, of de menselijke (persoonlijke) sores van een sporter enz. In kunst gaat het juist daar over. Dat maakt erover praten een stuk moeilijker – er is geen ander spelletje dat voor afleiding zorgt.

De eerste etappe, tijdrit van 15 kilometer in Düsseldorf, keek ik in de samenvatting van ITV. Uitzending van 45 minuten waarvan ik zo’n 20 kon overslaan. Was aanvankelijk helemaal niet van plan te kijken, maar omdat het had geredend keek ik toch. Erg jammer dat Valverde (geen fan, maar dit had zijn Tour kunnen worden) en Ion Izagirre (in mijn cyclingfever-ploeg) eruit vielen. Au. Geraint Thomas won en ik hoorde niemand over de toch gemiddeld 45 seconden die hij daarmee pakte op de klimmers in het veld.

Tweede etappe: een lange tocht door Duitsland naar Luik. Ik keek de Sporza-uitzending vanaf de klim naar de Olne (heb ik zelf ook ‘ns gereden). Leuk dat Offredo en Phinney vooruit waren. De grote valpartij (het regende) miste ik. De koers zat muurvast in het scenario – al hielden Phinney en Offredo het nog net zo lang uit dat het nog bijna spannend werd. (Bijna, want nee, het werd niet spannend – al vermoed ik dat Carlton Kirby, mocht hij de Tour hebben mogen doen, twintig kilometer lang zou hebben gedaan alsof het superspannend was, tot grote irritatie van de echte fans). (Oh wacht, CK doet wel de Tour voor Eurosport?) Een opvallend warrige sprint – of was dat omdat ik naar de verkeerde kant keek en naar Colbrelli? – met Kittel als terechte winnaar. Bijna 5 uur uitzending. Pardon? Half uurtje was meer dan genoeg geweest. Een mooie samenvatting waarin we ook dat klimmetje in Duitsland hadden gezien, hoe het groepje wegreed, en die ene grote valpartij).

(Hoewel, nog even op de route speuren waar ze nu precies langsreden. Waarschijnlijk over grote wegen – want een groot gestresst peleton over D-weggetjes jagen gaat niet goed. Nog een reden waarom pakweg de Tro-Bro Leon veel leuker is dan de Tour.)

TdF | July 3, 2017 | 11:04 | comments (0) |
« Previous Page
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 2.5 License. | Arie Altena