74 /3.03

Nog steeds belachelijk warm en zo’n felle zon dat je soms blij bent om in de schaduw te rijden. En het is nog maar 1 mei. En nog steeds die oostenwind. 15.30 – 18.40. Rondje noordelijke Heuvelrug, ditmaal vooral de fietsrouteknooppunten gevolgd en daardoor bij Laren en Blaricum op fietspaadjes verzeild waar ik me niet kan herinneren eerder te zijn geweest.

Marcusstraat – Bijlmer – Gaasperplas – Driemond – Googpad – Ankeveense Plassen – ‘s Gravenland – Spanderswoud – Natuurbrug Crailo – St. Janskerkhof – Het Bluk – Laren – Blaricum – Bikbergen – Valkeveen – Naarden Vesting – Weesp – kanaal – Ringdijk – Marcusstraat

cycling,nl | May 1, 2007 | 20:26 | Comments Off on 74 /3.03 |

Dirk van Weelden: Tempo

“Vanaf de dag dat ik ging lezen en studeren, naar de training en de loopschool op de atletiekclub ging en uitprobeerde wat ik had gehoord en gelezen, werd hardlopen een kunst. Een kunst in de oude zin van het woord, namelijk als praktijk om te leren, te ontdekken, om vermaak en ontroering te bewerkstelligen. Belangrijk aan het woord ‘praktijk’ is dat het aandeel van zintuigen, emoties, kennis, sociale ervaring, verwondering en handelen gelijkwaardig is.”

Dirk van Weelden, Tempo, Augustus, Amsterdam, 2007, p. 73-74.

Looptijd was de ultieme roman over hardlopen (vergelijkbaar met wat De Renner voor het wielrennen deed). Tempo is voorbeeldige filosofie. Eigenlijk zou dit boekje in de boekhandel op de filosofieplank moeten staan (maar juist dan zul je misleid worden en het verslijten voor een modieuze gril van een uitgeefconcern), je moet het zoeken in de sporthoek.

Waarom voorbeeldig? Omdat het boekje geen moment over iets anders gaat dan over hardlopen. Omdat het in heldere zinnen beschrijft wat hardlopen is – in alle dimensies, en hoe het fysiologische, het-goede-gevoel-oproepen, de cultuur, en de geschiedenis niet te scheiden zijn in de beleving van het hardlopen. Geen moment neemt Van Weelden hardlopen als metafoor voor iets anders. Het is nooit meer dan gewoon hardlopen, een stukje rennen – maar dat stukje rennen heeft wel gevolgen, het vormt. Van Weeldens uitleg van het genieten van het hardlopen, raakt aan wat het leven is, en wat het leven de moeite waard maakt om te leven, aan het geheim van een goed humeur.

Kijk, nu maak ik er bijna pseudo-filosofie van. Van Weelden schrijft ‘gewoon’ (… en dat is niet zo makkelijk) over verschillende theorieën van het lopen (de elastische methode en de beheerste val), over Prefontaine en Zatopek, over hoe hijzelf is begonnen met lopen. Er zijn ook nog twee mooie stijloefeningen, en wat korte stukjes die waarschijnlijk ook voor een gelegendheid geschreven zijn. Er spreekt een tomeloos enthousiasme uit.

Het zijn allemaal bouwsteentjes in zijn ‘oeuvre’ dat gaat over enthousiasme en de tegenwoordigheid van geest. Het is een filosofie waarvan ik ‘goeie zin’ krijg. Het is heel precieze filosofie – uit elke zin spreekt liefde voor het weten, voor het onderzoeken, het willen weten, liefde, voor mijn part, voor het opdoen van wijsheid.

Tempo is onvergelijkbaar met twee andere ‘filosofische’ boekjes over sport die ik vorig jaar las. Waarschijnlijk was het bestaan van beide boeken aan mij voorbijgegaan, ware het niet dat ze verschenen op de plank ‘wielrennen’ in de openbare bibliotheek. Het gaat om Peter Sminks De cultus van het lijden, een oefening in duursport, en Wielrennen van de Belgische filosoof Marc van den Bossche. Beide leuk om te lezen, vol herkenbare gedachten, ideeën en anekdotes – althans voor deze lezer die zelf fietst. Maar het boek van Smink (die, zo leid ik af uit z’n boek bij De Trappist fietste) gaat veel minder over fietsen en wielrennen dan over zijn eigen ontwikkeling en zijn nogal moeizame receptie van Walter Benjamin. En al lezende betrapte ik me op de gedachte dat ik daar niet op zat te wachten. Liever lees ik dan een goed essay over Benjamin, zonder de fietsanekdotes. Liever lees ik het een verslag van een fietstocht, zonder persoonlijke, theoretische uitweidingen. Omdat Benjamin en duursport alleen samenkomen in de persoon Smink wordt het noch een goed boek over duursport, noch een goed essay over Benjamin. ‘Vlees noch vis’, ‘het komt niet uit de verf’, denk je dan. Jammer, want Smink kan best schrijven. Over het boek van Marc van den Bossche was ik ook niet heel enthousiast. Het zegt een filosofie van het wielrennen te zijn, en dat is zo’n beetje nummer één in mijn lijst ‘favoriete onderwerpen’. (Dan wordt het lastig om de verwachting in te lossen…) Maar Van den Bossche heeft geen filosofie van het wielrennen geschreven, hij projecteert filosofie op het wielrennen. Precies het omgekeerde van de methode van Dirk van Weelden. Van den Bossche is een academisch filosoof die nu eens een boek geschreven heeft over zijn hobby. Natuurlijk ook hier herkenbaarheid, bekende anekdotes, en dan doorspekt met wat ik maar “Plato, Kant en Hegel” noem. Ik kreeg sterk de indruk dat wat Van de Bossche wil meedelen over wielrennen, duursport en zijn eigen verhouding daarmee, zonder die “professionele academische filosofie” kan. Maar het is nou eenmaal zijn vak. Andersom vermoed ik dat zijn filosofische punten ook gemaakt kunnen worden zonder het wielrenverhaal. Ook hier is het de persoon die beide aspecten samenbindt, maar dat niet ontstijgt. Het levert geen nieuwe filosofische inzichten op, en geen nieuwe inzichten in het wielrennen… Natuurlijk ben ik jaloers op Van den Bossche – kon ik maar een filosofie van het wielrennen schrijven! En natuurlijk is het best een goed boek, waarover ik eigenlijk een leuk stukje zou moeten schrijven. (Wie van wielrennen en lezen houdt, die leze dit boek!) Mijn matige enthousiasme komt vooral voort uit een vergelijking met Van Weelden. (En een vergelijking met Benjo Maso’s onovertroffen werk). En goed beschouwd zijn al die andere boeken over wielrennen die ik verslind, veel minder – de biogafieën en plaatjesboeken – maar dat betreft een andere categorie, een ander genre met een ander verwachtingspatroon.

Ik noem de boeken van Smink en Van den Bossche om duidelijk te maken waarom ik Van Weeldens aanpak voorbeelding vind. Van Weelden onderzoekt, ontdekt, staat open voor het nieuwe, beschrijft zijn onderwerp zo goed mogelijk. Hij projecteert geen filosofie op het hardlopen, en schrijft evenmin over het hardlopen als metafoor voor een persoonlijk zoektocht. Natuurlijk ook hier komt het samen in de persoon Van Weelden, maar door zijn observerende, onderzoekende en ontdekkende houding overstijgt hij ook altijd het persoonlijke perspectief. Hij schrijft “gewoon” over alle dimensies van het hardlopen. Zo bedrijf je filosofie.

Postscript
Ik ben te negatief over Smink – want ondertussen bevat zijn boek ook het definitieve essay over De Renner, een essay dat geschreven moest worden.

nl,quotations,reading matter,writing | April 29, 2007 | 17:56 | Comments Off on Dirk van Weelden: Tempo |

19,5 / 0.50

Wegrijden om half drie, en al voor ‘t geval dat een boek meegenomen. Na 3 kilometer concluderen dat je echt geen zin hebt om te rijden, dat de zon te fel is, te druk op de weg, dat het niet voor vandaag zal zijn. (Is het omdat ik gisteren al te lang in de zon heb gereden?). Stukje door het Amsterdamse Bos, een half uurtje lezen, dan weer terug naar huis. De finale van L-B-L nu eens en direct kijken.

cycling,nl | April 29, 2007 | 16:25 | Comments Off on 19,5 / 0.50 |

91 / 3.39

Zaterdagochtend/middag, tijd tot 3 uur. 11.10 – 14.50. Warm zomers weer, felle zon, stevige noordoostenwind, 25 graden (of warmer). Graslandroute, of een route van het bloeiend fluitekruid. Altijd weer verbaasd hoe mooi en rustig het in de strook tussen Kockengen en Oukoop is.

Marcusstraat – Ouderkerk – Ronde Hoep – Veldweg – 2e dwarsweg – 3e zijweg (nooit gereden) – De Hoef – Westerlandweg – Woerdense Verlaat – Grecht – Kanis – Kamerik – Houtdijk – Gerverscop – Haarzuilens – Portengen – Boterwal – Oukoop – Baambrugge – Abcoude – Ouderkerk – Marcusstraat

cycling,nl | April 29, 2007 | 16:21 | Comments Off on 91 / 3.39 |

39 / 1.33

19.20 – 21.00. Schitterend zomerweer (jawel, zelfs “nog steeds”), met een verkoelend (sic) oostenwindje. Toch is het april. Avondrondje. Overal bloeit het fluitekruid uitbundig. Bloesems in de kastanjes en boeren zijn aan het maaien.

Marcusstraat – Ouderkerk – Ronde Hoep – Veldweg – 2e Botsholsedwarsweg – Hoofdweg – Waver – Ouderkerk – Amstel – Marcusstraat

cycling,nl | April 27, 2007 | 22:43 | Comments Off on 39 / 1.33 |

32,7 1.18

Maandag, 17.15 – 18.45. Na-het-werk-rondje. Tweede helft lekker ‘doorgetrapt’. Bewolkt en warm. ZW-wind.

Marcusstraat – Ouderkerk – RH – Ouderkerk – Marcusstraat

cycling,nl | April 24, 2007 | 11:35 | Comments Off on 32,7 1.18 |

38 1.35

Vrijdag, 18.30 – 20.05. Voor het eten. Lastige wind uit het oosten, of ik heb geen macht in mijn benen. Nog steeds prachtig weer, helder, felle zon, zelfs in het begin van de avond. De seringen bloeien al, de kastanjes ook, al zijn de bladeren nog maar juist een paar dagen ontbot (hoe zeg je dat?), er is een boer die al heeft gemaaid, fluitekruid bloeit, zuring ook. Het heeft al sinds begin maart niet geregend.

Marcusstraat – Ringdijk – Nesciobrug – Diemerpark -elektriciteitscentrale – Weesp – Gein – Abcoude – Aboudermeer – Holendrecht – Ouderkerk – Amstel – Marcusstraat

cycling,nl | April 20, 2007 | 23:44 | Comments Off on 38 1.35 |

50,8 1.51

Woensdag, einde van de middag. Ideaal fietsweer, zon, lekker frisjes. Prachtig licht op het jonge groen en de bloesems. Flinke zuidenwind, en ik kan er almaar de vaart stevig inhouden. Eindelijk ‘ns een gemiddelde om te vermelden: 27.0. Weer een aantal stukjes die ik vrijwel nooit reed, zoals aan de oostkant van het kanaal tussen Muiden en Weesp.

Marcusstraat – Ringdijk – Nesciobrug – Diemerpark – elektriciteitscentrale – kanaal – Weesp – Driemond – Gein – Fort Nigtevegt – kanaal – Loenersloot – Baambrugge – Angstel – Abcoude – Ouderkerk – Marcusstraat

cycling,nl | April 20, 2007 | 23:44 | Comments Off on 50,8 1.51 |

119 5.12

Maandag 16 april, het DEAF-festival is voorbij en het is nog steeds zomers, temperaturen tot 25 graden bij felle zon. Bijna te warm (zo vroeg in het jaar), zo warm in ieder geval dat de bries prettig verkoelend aanvoelt. 5 uur fietsen is 5 uur uitrusten. Eigenlijk rij ik nooit tot bij Nijkerk – behalve wanneer ik naar Almelo rij – en het stuk langs de Eem had ik nooit eerder gereden.

Marcusstraat – Ringdijk – Diemerpark – Muiden – Muiderberg – Naarderbos – Valkeveen – Huizen – Flevopolder – Hulkesteinse Bos – Nijkerkernauw – Eemdijk – Baarn – Groeneveld – Hoge Vuursche – St. Janskerkhof – Crailose natuurbrug – Spanderswoud – De Horn – Weesp – kanaal – Ringdijk – Marcusstraat

cycling,nl | April 20, 2007 | 23:44 | Comments Off on 119 5.12 |

30,5 1.15

30,5 1.15

Ontdekkingsrondje IJburg. Om vermoeide benen even los te rijden. Daarna wat van De Ronde van Vlaanderen kijken, voor ik F. ga ophalen van Schiphol. Prachtig weer (het is Pasen, ook dat), noordwesten wind, felle zon. Ik rij aanvankelijk langs het kanaal, bedenk me dan, keer terug om te ‘onderzoeken’ of je al verhard door het nieuwe Diemerpark langs IJburg naar Muiden kunt rijden. Ja. Dat is heel mooi: het betekent een flinke uitbreiding van mogelijke rondjes. En de Diemerzeedijk is mooi. Omgekeerd bij de Maxis en dan door IJburg, langs het IJsselmeer (nog deels onverhard), met een rondje over het Zeeburgereiland en langs de Oranjesluizen terug. Het is best een mooi stukje – de rommeligheid van de stadsrand aan de water. Ik kwam hier nooit, want als je al 20 minuten door de stad hebt gereden dan ga je niet ‘wandelen’ door zo’n vaag gebied, wil je echt de stad uit. Nu biedt het de mogelijkheid voor een leuk kort rondje – als je maar een uurtje hebt, en een aardige uitvalsroute richting Waterland.

Marcusstraat – Ringdijk – kanaal – brug IJburg – Diemerpark – Electriciteitscentrale – IJburg – Zeeburg – Oranjesluizen – Diemerzeedijk – brug IJburg – Ringdijk – Marcusstraat

cycling,nl | April 10, 2007 | 11:35 | Comments Off on 30,5 1.15 |
« Previous PageNext Page »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 2.5 License. | Arie Altena