Kort zondagochtendrondje. Bewolkt, noordwestenwind, ietsjes warmer.
Marcusstraat – Amstel – Kalfjeslaan – Amsterdamse Bos – Bovenkerk – Nesserlaan – Amstel – Elsenhove – Amstel – Marcusstraat
Eerst naar de start van de Giro kijken, daarna een rondje – weer op de nieuwe/oude Concorde. Bewolkt, koud voor de tijd van het jaar, noordenwind. Bij Aalsmeer kwam ik middenin de Giromania toertocht terecht – ook wel lekker om dan op de ‘fixed’ even hard te rijden als zo’n groepje wielrenners. Bij het Olympisch stadion werd weer bike polo gespeeld, ik kwam er wat bekenden tegen.
(Vol fietsweekend met weinig kilometers: zaterdag keek ik bike polo en de proloog van de Giro (bike polo was leuker), ‘s avonds was er het Bicycle Film Festival en de opening van de Sur Place tentoonstelling bij Mediamatic.)
Marcusstraat – Amstel – Ouderkerk – Nesserlaan – Jac. van Hattumweg – Aalsmeer – Amsterdamse Bos – Olympisch stadion – Marcusstraat
In mei heb ik tussendoor wat kleine ritjes op mn ‘gefixte’ nieuwe/oude Concorde gemaakt. Meestal ‘s avonds laat, meestal heel kort. Het rijdt heerlijk, je krijgt je trapper terug, je zit in een flow. Dit is een langer ritje, een uurtje. De zon scheen. Het was ergens begin mei, maar de datum weet ik niet meer.
Marcusstraat – Amstel – Kalfjeslaan – Amsterdamse Bos – Amstelveen – Middelpolder – Amstel – Marcusstraat
De jaarlijkse 24-uurs race van de fietskoeriers vertrok vanuit Mediamatic. Er hadden zich 57 man/vrouw ingeschreven voor een 400+ kilometer tocht van Amsterdam via Rotterdam, Middelburg, Breda, Den Bosch en Utrecht terug naar Amsterdam. Ik ging kijken bij de start. Mediamatic vol met fietsers en fietsen: veel prachtige baanfietsen. Ik op mn Concorde en groupe mee tot de officiele start in Nes. Het was onverwacht prachtig weer. Na de officiële start in Nes reed ik nog een stukje achter de deelnemers aan richting Uithoorn, en kwam terecht bij de Hamburgse fietskoeriers (1 jongen, 2 meisjes) voor wie het veel en veel te hard ging. Ze hadden geen idee van de route. Ik gaf ze wat tips (de fietsknooppunten, de borden, de Stedenroute) en reed mee tot Vrouwenakker. (Uiteindelijk hebben ze Rotterdam gehaald, 2 uur later dan de rest). Daarna omgekeerd en terug naar huis. ‘s Nachts begon het te regenen, en dat hield niet meer op. Maar 11 man hebben de tocht uitgereden. Meer: http://www.mediamatic.net/page/143629
(Langs de Amstel tot Vrouwenakker en terug).
De dag van de terugreis. Ik had niet zo’n zin om dezelfde route terug te rijden, daarom nam ik ‘s ochtends de trein naar Kall (45 minuten). Een schot in de roos. Vanaf Kall reed ik tot vlak bij Monschau bijna helemaal over fietspaden – soms onverhard maar altijd goed berijdbaar, door prachtig natuurgebied, langs de Urft, het stuwmeer en langs de Rur. Opnieuw zon en een lekkere temperatuur. De fietsroute volgt de rivierdalen zoveel mogelijk, je mist dus de klims – in dit geval (met mn bagage op de rug) vond ik dat uitstekend. Bovendien is het wel zo mooi om vlak langs de Rur te rijden.
Het was wel een risico: in Duitsland gaan fietsroutes immers bijna altijd over onverharde wegen en die zijn lang niet altijd goed met de racefiets te doen. Tussen Kall en de klim naar Imgenbroich was er 1 passage waar ik 10 meter moest lopen; de rest vond ik uitstekend te doen: gravel en aangestampte aarde, maar ook wel asfalt.
Dan Monschau door (niet handig gereden door eerst steil omhoog naar Imgenbroich te rijden en dan af te dalen Monschau in), en door het bos langs het stuwmeer naar Eupen – en dan, zonder nadenken flink doorkarren over de bekende route naar Maastricht, waar ik om 15.24 op het station aankwam, om 15.26 zat ik in de trein op weg naar huis.
134 kilometer ‘gewandeld’ (op de racefiets) – en één keer een steilere klim die me deed voelen wat het is om diep te moeten gaan. ‘s Nachts had het fiks geregend, het was stukken kouder, zon tussen de wolken en een beetje wind: heerlijk fietsweer. Ik maakte een dwaalroute naar de Schneeifel: sinds ik die weg op de kaart heb zien staan heb ik ‘m willen rijden. (Ik ben er ooit vlakbij geweest, maar moest de andere richting uit, recht naar Gerolstein). Het is een aardige weg over de ‘bergrug’ door het bos, niet heel speciaal.
Speciaal was wel mijn dwaaltocht door het bos bij Ormont, langs de bron van de Prüm. Om duistere reden staat die weg als doorgaand en verhard op alle kaarten die ik heb: oude en nieuwe. Als ik me niet vergis heb ik hier 15 jaar geleden al eens dwars door het bos van Ormont naar Gerolstein proberen te rijden en stuitte na een steile klim op een onverharde weg. Je kunt inderdaad onverhard dwars door het bos, maar daar zitten wel 2 kilometer bij die met de racefiets maar net (de meeste zullen zeggen ‘helemaal niet’) te doen zijn. Eigenlijk zijn het paden voor de bosbouw. Je rijdt tegen de snelweg aan, er is een brug die je op de weg naar Reuth zet. Wel mooi overigens, zo midden in het bos…
Aan het einde maakte ik nog een extra rondje, door nu eens de fietsroutes te volgen – uiteraard weer met onverhard, maar ook erg fraaie achterlangsweggetjes. Ik reed ook langs vakantiehuisjes bij Hinterhausen, en dat bleek (later) de plek te zijn waar ik in 1984 (of ’85) op vakantie ben geweest.
Gerolstein – Büscheich – Salm – Mürlenbach – Weissenseifen – Neustrassburg – Schönecken – Pronsfeld – Schwarzer Mann – Ormont – ‘bron van de Prüm’ – Reuth – Olzheim – Kleinlangenfeld – Steffeln – Duppach – Müllenborn – Lissingen – Hinterhausen – Kopp – Birresborn – Gerolstein
Ik reed noodgedwongen met beenstukken en lange mouwen: de dag tevoren was ik flink verbrand. Prachtig fietsweer, zon, 22 graden. Ik reed rustig, genoot van het landschap, reed hier en daar eens een bosweggetje in, maakte foto’s, keek om me heen. (Het voordeel van helemaal alleen op fietsvakantie: geen koffiestops, niet meeracen met anderen – omdat dat toch wel leuk is – niet, toch, om het hardst naar boven op de klims). 135 kilometer – het hadden er best nog wat meer mogen zijn.
Gerolstein – Büscheich – Michelbach – Birresborn – (+ klim v.v.) – Mürlenbach – Neustrassburg – Nimhuscheid – Seffern – Seffernweich – Malberg – Kyllburg – Oberkail – Schwarzenborn – Grosslittigen – Manderscheid – Bettenfeld – Deudesfeld – Meisburg – Densborn (klim v.v.) – Salm – Büscheich – Gerolstein