Regenrijden in de vieze miezer. Soms was het even droog. Even. Dan weer de fijne miezer in. Rondje Baambrugge. Had wel iets verder kunnen rijden, achteraf gezien. (Trouwens: iemand 20 euro verloren?)
1005 / 117 / 4.45
Altijd weer die poging om een MOOI rondje te maken langs het groen in de Flevopolder. Deze is eigenlijk best goed gelukt. Rondje Horsterwold. Alleen te vaak een verkeerde weg in geslagen en om moeten keren. En eigenlijk wilde ik niet zo’n lang stuk langs de dijk rijden. Onhandig ook dat in het Horsterwold de overzichtborden voor de fietsknooppunten ontbreken. En in het Hulkesteinse bos reed ik het terrein van ‘De Altena’ op. (Weet ik ook waar dat is). Wat zon, wat wolken, oostenwind en bij 12 graden aan de frisse kant.
0922 / 206 / 9.04
En terug. Almelo – Amsterdam. Het was helemaal niet mijn bedoeling om weer 200 te rijden. Al was de wind nu in het voordeel (oost). Warm. Zon en zomers. (En dus druk). Korte mouwen, korte broek. Fietsknooppunten. Van Ter Balkt naar Nescio. Nu wel moet koffie en appeltaart onderweg. Dat het 200 werden was, behalve met dank aan de knooppunten, ook ‘met dank’ aan de afsluiting van het fietspad over de dijk langs het Gooimeer, waarna ik ook nog met een stomme kop Amersfoort Vathorst inreed. (‘Huh, dit is niet Bunschoten-Spakenburg, nee dit is Vathorst stommeling). Rijdend door het Spanderswoud dacht ik: ‘Dat 200 kilometer-rijden is niks voor mij. 150, 160 vind ik mooi, ik wil ook nog lezen, eten, bier drinken.’ Vijf minuten later kom ik bij het benzinestation – nog snel wat te drinken halen – de 70+ recordfietsers van Le Champion tegen. Zij: ‘Ik heb dit jaar al 33.000 gereden’. Hij (zo zie ik thuis) staat ver over de miljoen. Gezellig praatje. Dan als een speer het laatste stukje.









