Decode Unicode
http://decodeunicode.org/; a wiki with about all the unicode-characters! So, thousands and thousands an thousands of characters from all written languages.
http://decodeunicode.org/; a wiki with about all the unicode-characters! So, thousands and thousands an thousands of characters from all written languages.
‘Imagine having your own self-contained knowledge manipulator in a portable package the size and shape of an ordinary notebook. Suppose it had enough power to outrace your senses of sight and hearing, enough capacity to store for later retrieval thousands of page-equivalents of reference material, poems, letters, recipes, records, drawings, animations, musical scores, waveforms, dynamic simulations, and anything else you would like to remember and change.’
Allan Kay & Adele Goldberg, ‘Personal Dynamic Media’, Computer 10 (3): p. 31-41, March 1977. (Quoted from Wardrip-Fruin & Montfort (eds.) The New Media Reader, MIT Press, Cambridge &c, 2003, p. 394.)
We have that, don’t we.
Close Encounters is thet title of the conference where I’ll be speaking for 20 minutes on wednesday 9.00-10.30, in a panel with Tobias van Veen and Trace Reddell. Tobias asked me to propose a paper in the panel that he and Trace Reddell were proposing & we got accepted: http://www.slsa.nl.
So more than 10 years after my 4-year stint as PhD student at the University of Amsterdam ended, “I’ll be back”. Richer qua experience, being more & widely well-read and with a string of published articles in my bag. But also: not having written anything for an academic magazine ever (hmm, or does writing a review for Krisis count?). Also I have never spoken at an academic conference. I am looking forward to 3 days of listening to papers. I hope I will be able to do some live blogging.
Btw, I will be speaking about blogs & mp3-blogs, memory, hoarding, mixing and the transformation of, well, the culture of enjoying music. (Still have to find the right words, les mots justes).
New issue of Will Stuart’s samizdat mag Tourette (Black Rainbow) will be presented next week, tuesday june 6th at De Appel in Amsterdam, from 19.00h on. Expect fotocopied quality text & image that will tickle & soothe the brain. (Or something like that). — It’s not for sale! (But voluntary donations are of course welcome).
I’d say this is another direction which publishing is taking. No distribution, non-commercial, cheap, but high quality content + excellent choice of material. And sort of operating on the brink of copyright-legislation. (Like old-fashioned xeroxed magazines?)
It’s not directly print-on-demand, on the other hand: I’d be interested to obtain a print-out of material that Will Stuart thinks is interesting… I’d give them a voluntary donation for selection + the effort of printing out. (The re-invention of publishing?) So in that sense it is similar to ‘print-on-demand’.
19.00 – 21.10 Zwaar bewolkt, slecht 10 graden, flinke noordwestenwind, maar wel droog.
Kanne – Lanaye – Lixhe – Eijsden – Mariadorp – Rijckholt – Gronsveld – Savelsbos – Eckelrade – Cadier en Keer – Bemelen – Terblijt – Berg – Meerssen – Rothem – Maastricht – Kanne


This is already from last week (21th May): the presentation of the Ubiscribe POD. Only now I’m beginning to realize what we’ve done…
PS, left to right: your blogger, Inga Zimprich, Jouke Kleerebezem, Sandra Fauconnier, Claudia Hardi.
Samuel (Vriezen — he again — Dutch experimental composer) writes today something worth quoting on http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2006/05/30.aspx.
“Experimentele kunst is supracultureel omdat ze zich niet wil beperken tot een of andere vaststaande cultuur. Enerzijds verklaart dat waarom het normaal is om experimentele kunst ontoegankelijk te vinden – geen houvast. Anderzijds verklaart het waarom die kunst vaak zo toegankelijk is – iedereen is gelijk voor deze kunst. Als je de knop maar kan omzetten. De muziek van Xenakis wordt pas muziek voor je als je haar kunt horen op haar termen: klankwolken, nevels, draaiende oppervlakten, massa’s, chaos en orde, boomfiguren: en dat zou even moeilijk of makkelijk kunnen zijn voor iedereen, onafhankelijk van met welke muziekstijl hij of zij is opgegroeid.”
In quick english translation:
“Experimental art is supra-cultural because it does not limit itself to one or another fixed culture. Nothing to hold onto. On the other hand this explains why this kind of art is often so accessible — everybody is equal for this kind of art. As long as you are able to switch the button in your head. The music of Xenakis only becomes music when you are listening to it on its own terms: clouds of sounds, mists, revolving surfaces, masses, chaos and order. That should be equally difficult or easy for anybody.”
I can only agree. Xenakis is not difficult music. It is accessible. (And no, there’s no irony here. But there is fun.)
Btw: Samuel searches for a better term than “supra-cultural”.
And saw 2 recent movies that F and me both liked. That’s rare, since I’m particularly critical towards contemporary movies. Hardly ever see one that I really like. So saturday Cache by Michael Haneke, and sunday Code 46 by Michael Winterbottom. One is perfectly made, and very precise in its statements (Haneke). The other can be criticized, because some of the scenes are too easy, as if it’s just a ‘quick job’ (Winterbottom).
Okay, Code 46 is about 15 minutes too long (some scenes are stretched to get to the 1.25 mark), but it’s exactly what a movie can be nowadays: good subject matter, told aptly and straightaway, good acting, okay script. ‘Now go and do it.’ One almost wonders why so many others fail. But I suppose that shows the talent of Winterbottom (whose ‘oeuvre’ to me, in the beginning, seemed, well, not so interesting at all; it has the smell of mediocrity).
F. thought that Cache was scary. I think Code 46 is way scarier — this sketch of a future society seems very, very close. Of course that’s because it exploits issues like exclusion, immigration, illegality –.
Moe uit de trein: dan maar een klein rondje. Wolken, soms een zonnetje en uiteindelijk vanaf Bunde tot in Kanne een zware bui met windstoten. 16.00 – 18.00. Zoals je naar Wandre kunt rijden voor 3 klims, zo kun je ook naar Guelle voor 3 klims.
Kanne – Maastricht – Julianakanaal – Guelle – Snijdersberg – Slingerberg – Moorveld – Kasen – Bunde = Dennenberg af, op, regen begint en weer af – Brommelen – Julianakanaal – Maastricht – Kanne

Hier zijn ook de tijdschriften gearriveerd, net als bij De Contrabas (http://decontrabas.typepad.com/de_contrabas/2006/05/tijdschriftenwe.html). D.w.z. ik kocht ze bij Atheneum, gisteren: de Yang — nog altijd verreweg mijn favoriet, en ook de Parmentier. En jawel Chretien, ditmaal is de Yang een stuk minder academisch dan de Parmentier.
Vanochtend/vanmiddag (trein Amsterdam – Maastricht) een groot deel van het dossier ‘elektronische literatuur’ van de Parmentier doorgenomen. Mijn stukje voor de nieuwsbrief van het Fonds voor de Letteren is af en vrijdag ‘op de e-mail’ gegaan, daarover dus geen zorgen. Ik kan nu niets meer veranderen. En blij om te merken dat er in de Parmentier niets ‘schokkends’ staat, niets dat ik had gemist en had moeten weten. Niets nieuws. (Blijkbaar is t dus nog meer ‘mijn’ onderwerp dan ik dacht…)
Ik heb wel kritiek ;-) Ten eerste vind ik het jammer dat de ‘elektronische literatuur’, toch weer, teveel wordt opgehangen aan het issue van mediumspecificiteit (ja, ondanks het feit dat juist dat aspect onder vuur wordt genomen). Jammer ook dat het dossier nogal hangt op artikelen waarin wordt geprobeerd de ‘elektronische literatuur’ te definiëren. Dan kom je dus uit bij een smal genre ‘elektronische literatuur’, terwijl de hele verschuiving of transformatie van de cultuur en de literatuur onder invloed van digitalisering + netwerken, veel fascinerender en belangwekkender is.
Neem het openingsessay van — uiteraard (en terecht) — Jan Baetens. Niets ten nadele van Baetens, ik heb veel van z’n artikelen gelezen, en hij is absoluut DE kenner. Bovendien is hij ook uitstekend op de hoogte van het hele nieuwe media-discours (zeg Manovich, Hayles en al die MIT-boeken) en dat is noodzakelijk. Baetens signaleert kwesties die interessant zijn en die een precieze ontrafeling waard zijn, maar ga je daarop in, verzeil je in een (ongetwijfeld razend leuke) academische discussie die zich nogal snel loszing (kweet, een woord dat ik te vaak gebruik) van de artistieke praktijk. Ik vind zijn artikel te academisch.
(Ja, het is een academisch paper, en ja, damn, ik moet zelf deze week zo’n paper schrijven — hum).
Ik vind het jammer dat Baetens er vooral een definitiekwestie van maakt. Ik vind het jammer dat hij het weer teveel ophangt aan de hypertekst, de geanimeerde poëzie en wat daaruit voortkomt. (Er & het = de e-lit). Ik merk dan dat ik zo’n stuk heel snel ga lezen, I sort of know what it’ll be about. En dat is jammer (zoveel woorden…). Ik ken de discussies, ik weet al wat ik ervan kan gebruiken en wat niet en waar ik tijd aan wil besteden en waaraan niet. Ik signaleer de nieuwe wegen die de discussie inslaat en that’s it.
Even opscheppen. Anno 1996 — of was het 1995? — gaven Eric Vos (later met Baetens samensteller van het DWB-nummer over elektronische literatuur, meermaals aangehaald in deze Parmentier) en uw blogger aan de UvA een college over elektronische literatuur. Onder de deelnemers o.a. Ward Wijdelts en Gijsbert Kramer en, als ik me niet vergis, Teike Asselberghs. Tis dus niet dat t met allemaal te moeilijk is ofzo.
Ik ben enerzijds te geïnteresseerd in de ‘traditionele poëzie’ (ik ren wel naar de boekhandel om de nieuwe Van Bastelaere te halen, zoals ik ook zal doen als Jeroen Mettes een bundel uitbrengt), anderszijds in een veel breder perspectief van culturele transformatie. Voor een micro-analyse van Eric Sadins Tokyo heb ik dan niet het geduld.
Liever lees ik dan Islamitische meisjes van Jeroen Mettes vier keer. “God heeft alle Islamitische meisjes op MSN”.
Dan is er het stuk van Philippe Bootz. Tja, om Bootz kun ook niet heen. Daarin onder andere een uitstekend overzicht van de ontwikkeling van computerliteratuur, van de permutaties van Lutz en Gysin, via tekstgeneratie (Bense en Moles worden genoemd), naar — eerste culminatiepunt — Les Immateriaux, (1985, tentoonstelling verzorgd door Lyotard). OULIPO en LAIRE komen voorbij, en tja, het is allemaal nogal Frans getint, met een heel klein beetje Amerika. Allemaal bekende voorbeelden uit de Bootz-hoek, de avant-gardehoek. Wie slechtgezind is, ziet een te doorzichtige poging tot canonvorming, of promoten van de eigen avantgarde.
Wat ik totaal mis in de stukken van Bootz en Bouchardon is het bredere perspectief. Bij Bootz slik ik dat nog, maar dat Bouchardon, die het nota bene exclusief heeft over het interactieve verhaal geen enkele maal refereert aan de huidige computer/rollenspellen als Everquest of World of Warcraft of een van de vele andere uiterst succesvolle ‘implementaties’ van interactieve narrativiteit voor het grote publiek, is tekenend voor zijn enge, misschien zelfs benauwde perspectief. Natuurlijk (?) is World of Warcraft geen literatuur, maar door zulke referenties niet te maken scheppen Bouchardon, Booth en zelfs Baetens een beetje, de indruk dat ‘elektronische literatuur’ zich aftekent tegenover (zelfs afzet tegen) de papieren literatuur. Terwijl ze wordt gemaakt en geschreven in een levendige on- en offline wereld.
Ik werd zelfs een beetje boos. (Zie volgende paragraaf).
Bouchardon eindigt zijn stuk met de zin “Men kan zich afvragen in welke zin computerliteratuur niet in de eerste plaats theoretische literatuur is over de literaire activiteit, een kritiek die nadenkt over literaire handelingen”. Kijk, ik hou van de meest extreme vormen van literatuur, maar een dergelijke zin kan alleen getikt worden in een — laat ik eens een cultureel vooroordeel bezigen — ‘Frans kunstklimaat’, waar er blijkbaar mensen zijn die hartstochtelijk geloven in hun eigen theoretisch goed dichtgemetselde mini-avantgarde-van-ouderwetse-snit. Zucht. Natuurlijk is er zulke “theoretische” literatuur — en goed mogelijk dat ik zulke literatuur zelfs razend spannend vind; maar het is nooit alleen dat, en bovendien is het, zolang het zich verre houdt van wat mensen daadwerkelijk met tekst en al klikkend en surfend on- en offline doen, een nogal marginaal interessante, tja, ik vrees academische kwestie. Ik vrees dat deze avant-garde niet ‘supra’ is (om de term van Samuel Vriezen te lenen).
Ik vind dat des te irritanter omdat Bouchardon verder een hartstikke bruikbaar en heldere analyse geeft van de verschillende aspecten van (literaire) interactieve teksten.
Veel blijer word ik dan van het stukje van Hans Kloos. Daar vind ik de connectie tussen theorie en praktijk, de vertaling van theorie naar praktijk, en andersom. (In plaats van het poneren van theoretische hypotheses).
En gelukkig is er dan Wormgoor van Han van der Vegt — de Orfeo et Euridice – mythe, in de vorm van een walkthrough. Zo’n gedicht drukt veel directer uit wat er met taal gebeurt in het tijdperk van de computergame. Het is dan wel geen elektronische literatuur, maar het is een veel beter voorbeeld van hoe poëzie verandert (en: dat ze springlevend is).
Tenslotte is er nog Niels Bakker. Die noemt tenminste wel GoogleBooks, en het normaal worden van lezen van scherm, en hij suggereert voorzichtig — op autoriteit van Barend van Heusden, terwijl hij, jaargang 1981, voor zichzelf zou moeten spreken — dat papier voor jongste generaties de dynamiek mist die de elektronische tekst wel bezit.
(Euh: ik heb een paar keer lesgegeven aan zo 18 a 22-jarigen, op een HBO, enne, dat is natuurlijk geen representatieve steekproef, bovendien deden ze iets met ICT, maar euh, boeken, zo had ik de indruk, bestonden feitelijk niet voor hen — en als wel, dan als pdf van een torrent getrokken, om t eens overdreven te stellen. Van die torrent kwamen ook hun teveeprogramma’s, de live voetbal uitgezonderd. Wel, ik dwaal af.)
Goed, Niels Bakker slaat een keer de plank per ongeluk mis als hij stelt “Maar zijn die tijdelijkheid en veranderlijkheid specifiek voor de computer? Nee, integendeel zelfs. Film en televisie bieden precies dezelfde mogelijkheden (…).” Eventjes vergeten wat programmeren is. Er wordt een programma uitgevoerd, de output daarvan is iedere keer anders (afhandelijk van whatever parameters): dat is de veranderlijkheid van de elektronische tekst. Niet alleen het filmische.
Oh ja, Lucas Hüsgen en Josien Laurier zijn ook nog onderdeel van het dosssier, en er zit een cd-rom bij maar die heb ik nog niet gezien.
Lang stuk. Publish? Ja, publish.