52 / 2.10

Zondag. Weersverwachting: lichte buien, 21 graden. Lekker fietsen.

Bij het binnenrijden van Uithoorn twijfelde ik over de route: ik wilde via De Kwakel, maar daar hing een donkere lucht. Dan liever wat meer richting oosten. Het begon al te druppelen en ik stopte om een jekkie aan te trekken.

“Wordt dat de tweede?”
Vroeg een man met hond die juist voorbij kwam lopen.
“Het is jekkie aan, jekkie uit, weer waarbij je twijfelt of je beter je regenjack aan kunt houden, of dat je netzogoed zonder jack doorrijdt. Maar het is best lekker. En ja het wordt de tweede bui.”

Ik had er zin in.

Even verderop was de weg afgesloten wegens braderie ofzo. Daardoor verzeilde ik toch op de route naar De Kwakel. Het begon te stortregenen. Ik reed door. Ik ben niet van suiker, toch? Een minuut later begon het te hozen. Ik reed door. Ik was toch al nat. Even later ging het nog veel harder hozen en stortregenen. Eigenlijk was het gekkenwerk. Ik kan me niet herinneren ooit bij zwaardere regen te hebben gefietst. Centimers water op de weg, als ik de sloot in was gereden zou ik niet natter zijn geworden.

Het tijdsbesef verandert. Het lijkt wel alsof je al tijden door die infernale bui rijdt.

Objectief gezien duurde de bui van Uithoorn tot aan Blokland. Toen werd het droog. Ging de zon zelfs even schijnen. Ik stopte, deed mijn jack uit – de regen was er doorheengeslagen, maar tot mijn vreugde bleek er in mijn regenjack een droog petje te zitten. Mijn handen waren wit, blauw, paars en verkleumd. Ik had genoeg gefietst en zette koers terug naar Amsterdam – ook al omdat er vooruit, richting oosten nog zo’n bui hing.

cycling,nl | July 23, 2007 | 18:22 | comments (0) |

0 Comments

RSS for comments on this post.

leave a comment

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 2.5 License. | Arie Altena