Laagstaande zon, 18 graden, zuidenwindje, korte broek, – het lijkt wel een warme zomeravond. Zo een waarop je na zeven uur nog ruim drie uur gaat fietsen. Het is 21 februari en zondagmiddag. (En rechtdoor zonder stoplichten dwars door Amstelveen terug – nooit eerder gereden –, om de Amsteldrukte te vermijden). (En daar scoor ik zowaar bijna een Strava KOM, op het traject van de zuidgrens van Amstelveen tot Buitenveldert, teken dat geen Strava-ende wielrenner daar ooit komt).

Voor een lenteritje. Zon, flinke zuidenwind, 16 graden, en in de sloten ligt nog ijs. Lente, al is er nog geen groen. Vergat Strava aan te zetten en om redenen van esthetiek de lus gedicht, en zelfs dezelfde route terug als heen.

Een uurtje is wat overbleef aan het einde van de middag. (Een uurtje: net iets meer dus). Om wat te ontspannen.

Eindelijk weer fietsen na de sneeuw. Woensdagochtend, met moeite. Was het de zuidwestenwind (kracht 4), of was het vermoeidheid na te veel binnenzitten? Vreemde aanloop omdat ik een onbekend fietspad in sloeg en zo een mij onbekend tussenstukje langs het spoor ontdekte, maar daarna wel weer richting zuidwest wilde.

Zaterdagochtend. Je houdt van fietsen of niet. Zachte regen bij oostenwind en 3 graden. Winterweer op komst. Dus wel rijden, je houdt van fietsen of niet.
