55 / 2.15

19.30 – 21.45 Heerlijk weer, zon, 15 graden, flinke noordenwind. Kanne – kanaal – Visee – Lorette – Dalhem – Chenestre – St. Andre – Charneux – Val Dieu – Aubel – St. Pietersvoeren – Schophem – stukje verkavelingsweg – St. Gravensvoeren – Moelingen – Lixhe – Lanaye – Kanne

cycling,nl | June 6, 2006 | 10:05 | Comments Off on 55 / 2.15 |

52 / 2.09

19.00 – 21.10 Zwaar bewolkt, slecht 10 graden, flinke noordwestenwind, maar wel droog.

Kanne – Lanaye – Lixhe – Eijsden – Mariadorp – Rijckholt – Gronsveld – Savelsbos – Eckelrade – Cadier en Keer – Bemelen – Terblijt – Berg – Meerssen – Rothem – Maastricht – Kanne

cycling,nl | June 1, 2006 | 10:33 | Comments Off on 52 / 2.09 |

46 / 1.50

Moe uit de trein: dan maar een klein rondje. Wolken, soms een zonnetje en uiteindelijk vanaf Bunde tot in Kanne een zware bui met windstoten. 16.00 – 18.00. Zoals je naar Wandre kunt rijden voor 3 klims, zo kun je ook naar Guelle voor 3 klims.

Kanne – Maastricht – Julianakanaal – Guelle – Snijdersberg – Slingerberg – Moorveld – Kasen – Bunde = Dennenberg af, op, regen begint en weer af – Brommelen – Julianakanaal – Maastricht – Kanne

cycling,nl | May 29, 2006 | 22:23 | Comments Off on 46 / 1.50 |

Tijdschriften… / elektronische literatuur

Hier zijn ook de tijdschriften gearriveerd, net als bij De Contrabas (http://decontrabas.typepad.com/de_contrabas/2006/05/tijdschriftenwe.html). D.w.z. ik kocht ze bij Atheneum, gisteren: de Yang — nog altijd verreweg mijn favoriet, en ook de Parmentier. En jawel Chretien, ditmaal is de Yang een stuk minder academisch dan de Parmentier.

Vanochtend/vanmiddag (trein Amsterdam – Maastricht) een groot deel van het dossier ‘elektronische literatuur’ van de Parmentier doorgenomen. Mijn stukje voor de nieuwsbrief van het Fonds voor de Letteren is af en vrijdag ‘op de e-mail’ gegaan, daarover dus geen zorgen. Ik kan nu niets meer veranderen. En blij om te merken dat er in de Parmentier niets ‘schokkends’ staat, niets dat ik had gemist en had moeten weten. Niets nieuws. (Blijkbaar is t dus nog meer ‘mijn’ onderwerp dan ik dacht…)

Ik heb wel kritiek ;-) Ten eerste vind ik het jammer dat de ‘elektronische literatuur’, toch weer, teveel wordt opgehangen aan het issue van mediumspecificiteit (ja, ondanks het feit dat juist dat aspect onder vuur wordt genomen). Jammer ook dat het dossier nogal hangt op artikelen waarin wordt geprobeerd de ‘elektronische literatuur’ te definiëren. Dan kom je dus uit bij een smal genre ‘elektronische literatuur’, terwijl de hele verschuiving of transformatie van de cultuur en de literatuur onder invloed van digitalisering + netwerken, veel fascinerender en belangwekkender is.

Neem het openingsessay van — uiteraard (en terecht) — Jan Baetens. Niets ten nadele van Baetens, ik heb veel van z’n artikelen gelezen, en hij is absoluut DE kenner. Bovendien is hij ook uitstekend op de hoogte van het hele nieuwe media-discours (zeg Manovich, Hayles en al die MIT-boeken) en dat is noodzakelijk. Baetens signaleert kwesties die interessant zijn en die een precieze ontrafeling waard zijn, maar ga je daarop in, verzeil je in een (ongetwijfeld razend leuke) academische discussie die zich nogal snel loszing (kweet, een woord dat ik te vaak gebruik) van de artistieke praktijk. Ik vind zijn artikel te academisch.

(Ja, het is een academisch paper, en ja, damn, ik moet zelf deze week zo’n paper schrijven — hum).

Ik vind het jammer dat Baetens er vooral een definitiekwestie van maakt. Ik vind het jammer dat hij het weer teveel ophangt aan de hypertekst, de geanimeerde poëzie en wat daaruit voortkomt. (Er & het = de e-lit). Ik merk dan dat ik zo’n stuk heel snel ga lezen, I sort of know what it’ll be about. En dat is jammer (zoveel woorden…). Ik ken de discussies, ik weet al wat ik ervan kan gebruiken en wat niet en waar ik tijd aan wil besteden en waaraan niet. Ik signaleer de nieuwe wegen die de discussie inslaat en that’s it.

Even opscheppen. Anno 1996 — of was het 1995? — gaven Eric Vos (later met Baetens samensteller van het DWB-nummer over elektronische literatuur, meermaals aangehaald in deze Parmentier) en uw blogger aan de UvA een college over elektronische literatuur. Onder de deelnemers o.a. Ward Wijdelts en Gijsbert Kramer en, als ik me niet vergis, Teike Asselberghs. Tis dus niet dat t met allemaal te moeilijk is ofzo.

Ik ben enerzijds te geïnteresseerd in de ‘traditionele poëzie’ (ik ren wel naar de boekhandel om de nieuwe Van Bastelaere te halen, zoals ik ook zal doen als Jeroen Mettes een bundel uitbrengt), anderszijds in een veel breder perspectief van culturele transformatie. Voor een micro-analyse van Eric Sadins Tokyo heb ik dan niet het geduld.

Liever lees ik dan Islamitische meisjes van Jeroen Mettes vier keer. “God heeft alle Islamitische meisjes op MSN”.

Dan is er het stuk van Philippe Bootz. Tja, om Bootz kun ook niet heen. Daarin onder andere een uitstekend overzicht van de ontwikkeling van computerliteratuur, van de permutaties van Lutz en Gysin, via tekstgeneratie (Bense en Moles worden genoemd), naar — eerste culminatiepunt — Les Immateriaux, (1985, tentoonstelling verzorgd door Lyotard). OULIPO en LAIRE komen voorbij, en tja, het is allemaal nogal Frans getint, met een heel klein beetje Amerika. Allemaal bekende voorbeelden uit de Bootz-hoek, de avant-gardehoek. Wie slechtgezind is, ziet een te doorzichtige poging tot canonvorming, of promoten van de eigen avantgarde.

Wat ik totaal mis in de stukken van Bootz en Bouchardon is het bredere perspectief. Bij Bootz slik ik dat nog, maar dat Bouchardon, die het nota bene exclusief heeft over het interactieve verhaal geen enkele maal refereert aan de huidige computer/rollenspellen als Everquest of World of Warcraft of een van de vele andere uiterst succesvolle ‘implementaties’ van interactieve narrativiteit voor het grote publiek, is tekenend voor zijn enge, misschien zelfs benauwde perspectief. Natuurlijk (?) is World of Warcraft geen literatuur, maar door zulke referenties niet te maken scheppen Bouchardon, Booth en zelfs Baetens een beetje, de indruk dat ‘elektronische literatuur’ zich aftekent tegenover (zelfs afzet tegen) de papieren literatuur. Terwijl ze wordt gemaakt en geschreven in een levendige on- en offline wereld.

Ik werd zelfs een beetje boos. (Zie volgende paragraaf).

Bouchardon eindigt zijn stuk met de zin “Men kan zich afvragen in welke zin computerliteratuur niet in de eerste plaats theoretische literatuur is over de literaire activiteit, een kritiek die nadenkt over literaire handelingen”. Kijk, ik hou van de meest extreme vormen van literatuur, maar een dergelijke zin kan alleen getikt worden in een — laat ik eens een cultureel vooroordeel bezigen — ‘Frans kunstklimaat’, waar er blijkbaar mensen zijn die hartstochtelijk geloven in hun eigen theoretisch goed dichtgemetselde mini-avantgarde-van-ouderwetse-snit. Zucht. Natuurlijk is er zulke “theoretische” literatuur — en goed mogelijk dat ik zulke literatuur zelfs razend spannend vind; maar het is nooit alleen dat, en bovendien is het, zolang het zich verre houdt van wat mensen daadwerkelijk met tekst en al klikkend en surfend on- en offline doen, een nogal marginaal interessante, tja, ik vrees academische kwestie. Ik vrees dat deze avant-garde niet ‘supra’ is (om de term van Samuel Vriezen te lenen).

Ik vind dat des te irritanter omdat Bouchardon verder een hartstikke bruikbaar en heldere analyse geeft van de verschillende aspecten van (literaire) interactieve teksten.

Veel blijer word ik dan van het stukje van Hans Kloos. Daar vind ik de connectie tussen theorie en praktijk, de vertaling van theorie naar praktijk, en andersom. (In plaats van het poneren van theoretische hypotheses).

En gelukkig is er dan Wormgoor van Han van der Vegt — de Orfeo et Euridice – mythe, in de vorm van een walkthrough. Zo’n gedicht drukt veel directer uit wat er met taal gebeurt in het tijdperk van de computergame. Het is dan wel geen elektronische literatuur, maar het is een veel beter voorbeeld van hoe poëzie verandert (en: dat ze springlevend is).

Tenslotte is er nog Niels Bakker. Die noemt tenminste wel GoogleBooks, en het normaal worden van lezen van scherm, en hij suggereert voorzichtig — op autoriteit van Barend van Heusden, terwijl hij, jaargang 1981, voor zichzelf zou moeten spreken — dat papier voor jongste generaties de dynamiek mist die de elektronische tekst wel bezit.

(Euh: ik heb een paar keer lesgegeven aan zo 18 a 22-jarigen, op een HBO, enne, dat is natuurlijk geen representatieve steekproef, bovendien deden ze iets met ICT, maar euh, boeken, zo had ik de indruk, bestonden feitelijk niet voor hen — en als wel, dan als pdf van een torrent getrokken, om t eens overdreven te stellen. Van die torrent kwamen ook hun teveeprogramma’s, de live voetbal uitgezonderd. Wel, ik dwaal af.)

Goed, Niels Bakker slaat een keer de plank per ongeluk mis als hij stelt “Maar zijn die tijdelijkheid en veranderlijkheid specifiek voor de computer? Nee, integendeel zelfs. Film en televisie bieden precies dezelfde mogelijkheden (…).” Eventjes vergeten wat programmeren is. Er wordt een programma uitgevoerd, de output daarvan is iedere keer anders (afhandelijk van whatever parameters): dat is de veranderlijkheid van de elektronische tekst. Niet alleen het filmische.

Oh ja, Lucas Hüsgen en Josien Laurier zijn ook nog onderdeel van het dosssier, en er zit een cd-rom bij maar die heb ik nog niet gezien.

Lang stuk. Publish? Ja, publish.

free publicity,nl,reading matter | May 29, 2006 | 21:54 | Comments Off on Tijdschriften… / elektronische literatuur |

95 / 4.20

11.00 – 15.30 Smerig weer, al de hele week en veel minder gereden dan ik graag had gewild. Zwaar bewolkt, westenwind, maar het bleef lang droog (eignelijk kreeg ik maar 1 bui op mn kop), en het was niet echt koud. Eigenlijk, stiekem, best lekker fietsweer (je moet alleen jezelf overwinnen en op de fiets stappen). Mooi tochtje, met in het begin industrie en tussen de dorpjes door (tja, hoe noem je zoiets als Vise links van de Maas, of Hermalle sous Argenteau), dan steile klims, uitzichten over Luik en bebouwing, een stukje rond de Vesdre en dan door het Pays de Herve terug). En weer Houtepen-klims opgezocht. Ik kon ze niet altijd vinden, ben ook hier en daar op goed geluk een weg ingereden (de Rue de Distellerie in Jupille bijvoorbeeld), de meeste vond ik. Plus eentje (halverweg de Rue de Beyne rechtsaf de steentjes op) die hij niet noemt, maar die wel leuk is.

Kanne – Lanaye – Lixhe – sluis – Vise – Hermalle sous Argenteau – kanaal – Herstal – Wandre – Cote du Bois la Dame – rechtsaf afgedaald – onderaan omgekeerd – = Rue Colline + Rue Montagnard (Cote de la Xhavee) weer omhoog – Jupille – (wat zitten dwalen) – Rue de Beyne – halverweg rechtsaf – Beyne – terug afgedaald – Rue de Beyne vervolgen – Beyne (zelfde punt) – terug en rechtsaf bij driesprong – einde afdaling rechts – rechtsaf Rue Heids des Chenes (een Houtepenklim, retesteil recht omhoog, 30 x 24, en eigenlijk was er van asfalt geen sprake, blijkbaar waren ze net aan het werk: scholen, stenen, gaten, putten, grind, zand, en dan met 14 a 18% omhoog) – Fleron – Vaux Chevremont – onder TGV viaduct linksaf voor nog een Houtepenklim: de Rue Haute Folie (kijk, dat vind ik nou echt mooi: eerst een fijne lange, makkelijke afdaling door het bos, dan via een klein, lekker steil weggetje, met hier en daar schitterend uitzicht omhoog) – abdij van Chevremont – Ronsee (meen ik, maar ik weet niet precies hoe ik ben gereden; nog een weggetje omhoog voor een uitzichtklim) – Fleron – Retinne – Barchon – Blegny – Dalhem – Bombaye – Berneau – Moelingen – Lixhe – Lanaye – Kanne

Waarom kosten die Houtepenklims me minder moeite dan de Limburgse heuveltjes? Ik denk omdat ik er al bij voorbaat de 30 ‘opgooi’ (iets wat je in Limburg niet doet.. tenzij op de Keutenberg), eerst 30 x 19, dan snel toch maar 30 x 21, en tja uiteindelijk gewoon 30 x 24 om niet kapot te gaan).

cycling,nl | May 27, 2006 | 21:54 | comments (1) |

Steven Rooks Classic

Tja, het zal nooit wat worden tussen mij en toertochten. Morgen is de Steven Rooks Classic (http://www.stevenrooksclassic.nl/), start 5 kilometer van Kanne. Ik heb wat anders aan mn hoofd. Had ik vorige week maar niet ja moeten zeggen op nog een artikel te schrijven. En wel, ik ken de meeste wegen al, en de Forges en de Redoute, die zal ik binnenkort zelf opzoeken, en de weersvoorspellingen zijn ook niet schitterend. Eigenlijk allemaal zwakke excuses. Wat een ontrouw aan mezelf. Van de winter verheugde ik me al op de ‘Steven Rooks’… En wat regen betreft: vorige jaar reed ik 150 kilometer door vieze, koude regen, en de Ballon d’Alsace over.

cycling,nl | May 24, 2006 | 14:18 | Comments Off on Steven Rooks Classic |

48 / 2.00

19.50 – 21.50. Na een regenbui: veel zon. Wel vrij koud. Zoveel mogelijk vlak, richting Wandre. Weer zo’n Houtepen-klim: de Rue Tesny. Steil omhoog, smal, slecht asfalt en een stuk langer dan je zou verwachten, achteromkijkend een adembenemend uitzicht, en verder is het, euhm, zo’n klim die goed te doen is met 30 x 24. Lekker. (Tenminste, vandaag).

Kanne – kanaal – Haccourt / Vise – langs de Maas – Hermalle – (verder langs de Maas, loopt dood en terug naar de brug) – Sarolay – Cheratte – Veille Voie – Wandre – Rue Tesny – Cheratte – Sarolay – Richelle – Dalhem – Vise – kanaal – Kanne

cycling,nl | May 24, 2006 | 12:15 | Comments Off on 48 / 2.00 |

52 / 2.30

Waarschijnlijk mn laagste gemiddelde ooit. 16.30 – 19.00. Eerst pal tegen de harde zuidenwind in, dan tussen Wandre en Cheratte een felle bui, gevolgd door een schoongeveegde heldere hemel en fijne zon. Ik peddelde daarna genietend door Cheratte, zocht een klim die er niet was (de Rue Tesny, die ligt namelijk in Wandre, niet in Cheratte). Vervolgens wandelfietstend — ik was ook moe na het Ubiscribe-weekend — met de wind in de rug terug naar Kanne. Een rondje met Houtepen-klimmetjes: de Lorette en de Rue de Hennen in Vise, de Rue du General Thys in Dalhem, en de Veille Voie in Cheratte. Gek genoeg heb ik meer moeite met de Limburgse kuitenbijters dan met zo’n vreselijk steile Veille Voie.

Kanne – kanaal – Haccourt – Vise – Lorette – Dalhem – Rue General Thys – Trembleur – St. Remy – Housse – Wandre – Cheratte – Veille Voie – Sarolay – Vise – Rue Hennen – kanaal – Kanne

cycling,nl | May 23, 2006 | 13:08 | Comments Off on 52 / 2.30 |

2 centen over Verdonk, dan toch maar…

Twee (of is het al drie?) dagen geleden tikte ik een stukje over de Verdonk/Ali-kwestie. Uiteindelijk klikte ik niet op ‘Publish’. Genoeg anderen die er iets over zeggen, en bovendien, ik had maar een uurtje Nova gezien (en dan nog alleen maar bij toeval, omdat de videorecorder het ‘s middags had laten afweten en ik dus geen tape met de Giro-etappe te bekijken had). En ook, hoe interessant is het eigenlijk? (Best interessant: in verband met legaliteit en legitimiteit… en dat soort zaken).

Verdonk noch Hirsi Ali kunnen op mijn sympathie rekenen. Verdonk is een minister die, eng, regeltjes voor alles laat gelden, daar de uiterste consequentie uit trekt, er niet voor terugschrikt naar een Centraal Afrikaans land te vliegen om daar vluchtelingen persoonlijk te vertellen dat ze beter daar blijven aangezien ze niet welkom zijn in Nederland. Noem het consequent, noem het dapper, noem het hypocriet, of noem het (bijna) neo-fascistisch, of noem haar een hutspot-Thatcher. Wat u wilt. Hirsi Ali’s ideeën bevallen me evenmin, en wat ik van haar gelezen heb, vond ik niet erg doordacht. Een politica is ze zeker niet, wel een luis in de pels. En er moeten ook enge luizen in de pels zijn. (Om te bestrijden).

(Maar goed, ik kan me vergissen. Paul Scheffer’s opinies doen me ook nooit wat, en die man kan toch over het algemeen op veel waardering rekenen).

Anyway: mn vader heeft weer ‘ns gelijk gekregen, toen de VVD Hirsi Ali op de lijst zette, in de hoop om zo stemmen te cashen, zei hij: “dat zal ze nog bezuren, daar komt ellende van voor de VVD”. (Ali immers ging over naar de VVD nadat haar gebleken was dat ze binnen de PvdA geen carriere kon maken — tja, waarom… ze wisten binnen de PvdA waarschijnlijk al beter &c.).

Als ik de stand van zaken goed begrijp, heeft Verdonk 1 fout gemaakt. Zij had nooit minister mogen worden, niet volgens haar eigen ijzeren regels. (Natuurlijk wist ze dat Ali gelogen had over haar naam — zoals nu blijkt is dat altijd onder politici een ‘publiek’ geheim geweest). Of ze had moeten zeggen: als ik minister wordt, vliegt zij eruit. Ah well. Nu is t allemaal terugkrabbelen, heroverwegen. Nu gaat Verdonk door de knieen (of hoe zeg je dat). Wat een aanfluiting. We zitten al met een minister-president die niet serieus te nemen valt, en dan blijkt ook Verdonk zichzelf tot schertsfiguur te kronen?

Wel, hier mijn 2 centen en 2 (of 3?) dagen geleden:

Wat een treurige vertoning

Maar ook ironisch. De VVD omarmde Hirsi Ali. Hirsi Ali is niet iemand die je in je partij wilt als volksvertegenwoordiger (ik zou het niet willen). Je wilt haar in de denktank, al luis in de pels, als aanjager, niet in het parlement. Kwestie van persoonlijkheid. Het moest wel misgaan. De VVD zal het bezuren, dat ze Hirsi Ali binnenhalen (zoiets zei mijn vader destijds).

Hoe het misgaat, oh hoe ironisch. Hirsi Ali verdwijnt uit de VVD. Ze wordt uit het parlement gezet. Haar Nederlanderschap wordt haar ontnomen. Ze gaat naar de VS. (Ze ging sowieso al naar de VS). Terwijl ze gaat onthult ze de zwartste kant van Verdonk, of haar ware gezicht: regels voor alles. Hard maar rechtvaardig (lees: bijna fascistisch). Ook als de regels zich tegen je eigen vrienden keren. Kadaverdiscipline.

Zo goed als iedereen keert zich tegen Verdonk. (Gelukkig, denk je dan). Ook haar eigen partij. Verdonks verweer is eng en zwak. Straks zijn we zowel Hirsi Ali als Verdonk kwijt, ze hebben elkaar ‘afgemaakt’. Dat noem ik (ik ben het over het algemeen grondig oneens met zowel Verdonk als Hirsi Ali), ironisch.

Dat tikte ik dus eerder.

Goed, Hirsi Ali had zichzelf toch al weggepromoveerd naar een conservatieve Amerikaanse denktank waarvan de mission statement als volgt leest: “AEI’s purposes are to defend the principles and improve the institutions of American freedom and democratic capitalism–limited government, private enterprise, individual liberty and responsibility, vigilant and effective defense and foreign policies, political accountability, and open debate.” Of zoals we elders vinden: “The American Enterprise Institute for Public Policy Research (AEI) is an extremely influential, pro-business right-wing think tank founded in 1943 by Lewis H. Brown. It promotes the advancement of free enterprise capitalism, and succeeds in placing its people in influential governmental positions. It is the center base for many neo-conservatives.” Denk ervan wat u wilt.

Verdonk beschadigd, Hirsi Ali een trapje hoger op de ladder naar de macht.

Btw: good stuff in deze comment-tread op de blog van Jeroen Mettes: http://www.blogger.com/comment &c.

nl,Uncategorized | May 19, 2006 | 14:20 | Comments Off on 2 centen over Verdonk, dan toch maar… |

45 / 1.50

20.00 – 21.50. Net voor donker terug. Lekker fietsweer, korte broek & mouwen, de wind ging liggen. Kanne – Emael – Halembaye – Haccourt – Froidmont – Heure l’ Romaine – Thier Amry – Rue Vinavil – Oupeye – Hermalle sous Argenteau – Whixzou – Visé – Haccourt – Kanne

cycling,nl | May 19, 2006 | 11:34 | Comments Off on 45 / 1.50 |
« Previous PageNext Page »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 2.5 License. | Arie Altena