Zon, zon, zon. Waterland en Twiske, heel rustig aan. Volop zon, 7 graden, weinig wind, prachtige uitzichten.

Nat nat nat. Nee, het werd niet droog. Het bleef motregenen, miezeren, regenen. En toch lekker gereden. (Al is anderhalf uur wel een beetje de limiet). Weinig wind. Net voor donker terug.

ZW4, drie motregenbuitjes en veel te warm voor overschoenen. Gevoel dat ik bijna de hele rit de wind in de rug had. Rondje Waverveense pad.

Rondje Vreeland. Bewolkt (pas toen ik terug was brak de zon door). Natte weg. 8 graden. Wat zal ik er verder van zeggen? Rondje ‘tussen het werk door’ werd iets langer dan anders. Zoveel heb ik niet gereden de laatste tijd.

Koud! Gevoelstemperatuur -4. Flinke zuidoostenwind bij 0 graden. En toch lekker gefietst. Rondje Vuurlijn.

Om de Hoep. 4 graden. Waterkoud maar droog. Of droog maar waterkoud. Zin terugvinden.

Rondje Papenlaan. Eindelijk weer droog. Wel waterkoud. Klein rondje tussen het werk door.

Rondje Loenersloot. Warm en stevige zuidwestenwind. Donkergrijs en somber, maar droog. Net voor donker terug.

Rondje Nigtevegt. Anderhalf uurtjes, want om 3 uur zou het gaan regenen. Dat klopte, maar het waren een paar sputters, geen regen. Lekker gereden, ondanks de zere ribben. Vrij zacht en zuidenwind.

Spanderswoud. Rustig herbeginnen. Rustig wennen aan een nieuwe fiets – veldritfiets voor de winter. Fietsend heb ik geen last van ribben en heup. Rustig. Dus toch doorrijden tot en door het Spanderswoud. Grijs. Koud. 3 graden en noordoostenwind. Lekker om weer op de fiets te zitten. Kreeg er vanzelf weer zin in. En hij rijdt en stuurt best fijn.

